Langharige luis in de pels

De vriendelijke, grotendeels op het dagelijks leven van de moderne student gerichte universiteitsbladen doen het je bijna vergeten, maar in het laatste kwart van de vorige eeuw waren zij ernstige podia waar de strijd om macht en invloed in universitair Nederland met overtuiging en soms met verbittering werd uitgevochten. We denken hierbij aan bladen als Folia (Universiteit van Amsterdam), Mare (Leiden) en het U-blad (Utrecht). De geschiedenis van de universitaire pers is tegelijkertijd een geschiedenis van het democratisch intermezzo in het bestuur van de Nederlandse universiteiten.

Dat is ook de invalshoek die Kees Ribbens heeft gekozen in zijn geschiedenis van de Utrechtse luis in de academische pels, het U-blad, met de niet uitgesproken wervende titel Universitaire journalistiek tussen onafhankelijkheid en informatievoorziening. Een belangrijk deel van het boek wordt gevuld met de bureaucratische strubbelingen waar het U-blad begin jaren zeventig in verzeild raakte toen de redactie meer onafhankelijkheid ambieerde dan het universiteitsbestuur wilde bieden. In een precieze weergave, die ook in de stijl de bureaucratische loopgravenoorlog invoelbaar maakt, laat Ribbens zien hoe het blad die onafhankelijkheid (in de vorm van uitgave door een slechts aan de universiteit gelieerde stichting) bevocht. Wel kostte dat hoofdredacteur Willem Kuipers zijn baan. Overigens werd diezelfde formele onafhankelijkheid in september 1999 geruisloos opgegeven.

Interessant zijn de thematische tussenhoofdstukken over columnisten, kerstnummers, rubrieken (studentenleven, favoriete handboeken, beroemde hoogleraren) en de tekenaars van het U-blad, zoals Werry Crone, Frits Müller en Jos Collignon. Soms maakten zij tekeningen over het blad zelf (Collignon over een bestuurder die de robot `universitaire pers' probeert te bedienen), maar meestal ging het over de universiteit en de buitenwereld. Er staat veel langharig journaille in het boek, zoals een jonge Charles Groenhuijsen die staatssecretaris Marcel van Dam interviewt.

`Voor een heuse anti-autoriteitencampagne had het blad zich [...] nimmer geleend', schrijft Ribbbens, die de houding van het blad ten opzichte van een universiteitsbestuurder karakteriseerde als `kritisch, soms wat zeurderig'. Dat laatste doet hij in verband met een karakteristieke affaire: de vanaf 1985 twee jaar durende ruzie over de auto met chauffeur van collegevoorzitter J. Veldhuis. Die leidde na de door het U-blad uitvoerig belichte weigering van de universiteitsraad om de chauffeur te betalen zelfs tot Kamervragen. De minister moest eraan te pas komen om de collegevoorzitter zijn chauffeur terug te geven. Het zijn de episodes die tonen hoe nuttig de aanwezigheid van een onafhankelijk universiteitsblad blad was, om twee redenen: er moet een kniesoor overblijven die de academische idealen niet uit het oog verliest en er moet een plaats zijn waar ook de achteraf misschien wat bizarre episoden uit het universitaire leven worden geboekstaafd.

Kees Ribbens: Universitaire journalistiek tussen onafhankelijkheid en informatievoorziening. Een geschiedenis van het U-blad. Matrijs, 224 blz. €17,95