Kwakende dwergkaaimannen

Hoe kwaak je dwergkaaimannetjes tevoorschijn? In de Rotterdamse Diergaarde Blijdorp weten ze daar nu alles van.

Daar kwamen de afgelopen weken dwergkaaimans uit het ei. Vlak voor het uitkomen riepen de baby-krokodilletjes vanuit het ei met een soort gekwaak naar hun moeder. Omdat die in Blijdorp niet in de buurt was, kwaakte reptielenverzorger Henk Zwartepoorte terug. Daarmee zei hij dat de kust veilig was en ze het ei konden verlaten. En ze verstonden hem.

Kaaimans zijn Zuid-Amerikaanse krokodillen – en dwergkaaimans zijn de kleinste. Ze worden maar anderhalve meter lang. Het is heel bijzonder dat die reptielen nu in een dierentuin eieren leggen. In de natuur legt de moeder haar eieren in een soort broedmachine, een stapel broeierig rottende planten aan de oever van een rivier. In Blijdorp werden de eieren na het leggen door de verzorgers weggehaald en in een moderne, lekker warme broedmachine gelegd.

Toen de eerste twee kaaimannetjes aan het uitkomen waren, begonnen ze afwachtend te kwaken. Kunnen we? Verzorger Henk keek eens goed rond – nee , geen roofdieren in de buurt die graag verse krokodilletjes ophappen. En hij kwaakte dus terug. Het was een grappig gezicht. De dwergkaaimannetjes zag je echt reageren. Als ze Henk hoorden, kwamen ze meteen weer in beweging, en zo schudden ze het ei van zich af.

Hoe precies kwaak je dwergkaaimannetjes tevoorschijn? Dat is nog niet zo simpel. Als je dat vraagt, loop je voor je het weet over en weer met de mensen van Blijdorp te kwaken. Het is niet zomaar plat `kwaak'. Nee, veel mooier: kwooaaq, kwooaaq. Het klink langgerekt, op één zangerige toon en over het hele geluid heen steeds even hard. De truc is vooral dat je het binnensmonds laat klinken. De kaaimanmoeder maakt het zelf met de bek dicht. Maar bij ons wordt dat niets. Je mond moet wel een klein beetje open, je maakt het geluid diep in je keel, en knijpt je neus er een beetje bij dicht. Het moet een beetje geruststellend klinken. Rustig. Maar het klinkt óók een beetje aanmoedigend en dwingend. Denk aan een kaaimanmoeder die tevreden is dat de boel even veilig is, zonder roofdieren of mensen bij het nest. Zo van: `Oké, nu – maar dan wel een beetje opschieten.'