`Je moet kunnen wonen waar je wilt'

Den Haag kampt met vergelijkbare wijkproblemen als Rotterdam, maar zoekt de oplossing niet in `spreiding van kansarmen'.

,,Ik zie absoluut niets in al die discussies over gedwongen spreiding'', zegt de Haagse wethouder Hilhorst (PvdA) voor Stedelijke Ontwikkeling in de `wijkplanwinkel' in Transvaal. ,,Ik hou niet van social engineering. Zolang mensen niet illegaal zijn, mag iedereen in Nederland wonen waar hij wil.''

Gisteren presenteerde hij met woningcorporaties Staedion en HaagWonen een ingrijpend plan voor de Haagse probleemwijk Transvaal. De komende tien jaar gaat bijna de helft van het aantal woningen in de wijk tegen de vlakte. De woningcorporaties slopen er 3.000. Daar komen 1.600 nieuwe, grotere woningen voor in de plaats. Het plan kost 500 miljoen euro.

Bij onderzoeken blijkt Transvaal steeds een van de meest problematische wijken van Nederland. De wijk kent een hoge werkloosheid, lage inkomens en veel criminaliteit. Ook is Transvaal weinig groen, zeer dichtbevolkt en heeft de bevolking een eenzijdige samenstelling: 76 procent is allochtoon. Veel verhuizingen en illegale bewoning zorgen voor een geringe sociale cohesie.

Jacques van Geest, directeur van woningcorporatie Staedion die 80 procent van de huurwoningen in Transvaal beheert, zegt dat grootste bedreiging voor Transvaal ,,van buiten'' komt. Illegalen, prostituees en drugsdealers maken delen van de wijk onleefbaar. Sinds drie jaar heeft de gemeente daarom een meldpunt waar bewoners zaken als huisjesmelken en hennepkweek kunnen aangeven. Het opjagen van de vaak georganiseerde huisjesmelkers en hennepkwekers heeft effect, verzekert Hilhorst, hoewel hij toegeeft dat ze gedeeltelijk uitwijken naar aangrenzende wijken.

Hilhorst wil niets weten van de suggestie dat het plan moet leiden tot het verminderen van het aantal ,,kansarmen'' in Transvaal. Dat is volgens de wethouder geen taak van de gemeente. ,,Wij moeten als overheid helemaal niet willen ingrijpen in de samenstelling van de wijk.'' Mensen moeten zelf bepalen waar ze willen wonen.

Het plan is volgens Hilhorst alleen bedoeld om tegemoet te komen aan de behoefte aan verschillende woontypen. Nu bestaat het overgrote deel van de wijk uit sociale woningen. Bewoners die beter willen wonen kunnen niet in hun eigen wijk terecht. Daardoor trekken ze weg, vaak naar de randgemeenten. Ook ouderen kunnen nauwelijks blijven als ze niet meer zelfstandig zijn. Uit onderzoek blijkt dat mensen het liefst in hun eigen wijk blijven wonen.

Van Geest hoopt wel dat de nieuwbouw leidt tot meer ,,menging'' in de wijk. Hij zegt uit ervaring te weten dat verschillende inkomensgroepen, culturen en woonstijlen een wijk aantrekkelijker maken.

Van de nieuwe woningen zal 70 procent daarom als koopwoning worden aangeboden. Kritiek op betaalbaarheid van die woningen voor buurtbewoners wuift Hilhorst weg. Uit eerdere ervaringen met koopwoningen in achterstandswijken blijkt dat deze als ,,warme broodjes over de toonbank gaan''. Negentig procent gaat naar mensen uit de eigen wijk, zegt Hilhorst. Dat de afname van goedkope woningen het voor bewoners moeilijk maakt terug te keren naar de wijk is volgens de wethouder onzin. Door het grote natuurlijke verloop kan iedereen die dat wil terugkomen, verzekert hij.

Een van de eerste voorbeelden van ruimere koopwoningen in Transvaal is een twee jaar geleden opgeleverd wooncomplex in de Scheepersstraat. Ria Basarat, van Surinaamse afkomst, woont er sindsdien. ,,Als je een huis koopt, dan weet je tenminste dat je niet tussen de junks zit'', lacht ze. Basarat woonde altijd al in de wijk, en was op zoek naar een koopwoning. Ook haar Turkse buurvrouw Nurhan Akansu is erg blij met haar huis. Zij zat vroeger in Transvaal op school, maar verhuisde later naar Moerwijk. Nu is ze terug bij vrienden en familie. De kinderen kunnen veilig op de afgesloten binnenplaats spelen en ze heeft goed contact met de buren.

Hilhorst en Van Geest benadrukken dat de wijkvernieuwing een totaal ander karakter moet krijgen dan eerdere stadsvernieuwingen in de jaren tachtig en negentig. Toen vervingen corporaties vooral bestaande sociale woningbouw voor nieuwe sociale woningbouw. De achterliggende gedachte was dat de armere inwoners in staat moesten zijn in hun wijk te blijven wonen. ,,Buitengewoon onverstandig beleid'', zegt corporatiedirecteur Van Geest.

Nu wil Den Haag iets anders: omtovering van de wijk in een aantrekkelijke woon- en werkomgeving. Zo moet de Paul Krugerlaan, een volgens betrokkenen `beruchte' winkelstraat, weer in zijn oorspronkelijke staat van begin twintigste eeuw worden hersteld. Ook komt in het centrum van de wijk een voetgangersgebied, zegt Arnie Caprino, gemeentelijk projectleider van het wijkplan.

Gemeente en corporaties proberen de gevolgen van de langdurige verbouwing voor wijkbewoners te minimaliseren. Omdat langdurige leegstand van te slopen woningen tot overlast van drugs en tot illegale bewoning leidt mogen vijftig kunstenaars tien jaar lang leegstaande panden gebruiken als atelier en huis. Met straatkunstwerken en andere buurtactiviteiten moeten de straten bij de wijk betrokken blijven. ,,Slopen moet leuk zijn'', zegt Nicole Teeuwsen, namens stichting Boog verantwoordelijk voor het project.

Bewoners zelf lijken vooral gelaten te reageren op de plannen. In de Wolmaransstraat, die volgend jaar mei gesloopt moet zijn, zegt een Surinaamse vrouw het jammer te vinden dat ze weg moet, maar ze is blij dat ze al een nieuw huurhuis in de buurt gevonden heeft. Haar 83-jarige straatgenoot Pieter van Dorp, voorzitter van het bewonersoverleg Transvaal-Zuid, woont al 45 jaar in hetzelfde huis. Maar volgens hem is er eigenlijk nauwelijks weerstand tegen de plannen. De gemeente heeft de bewoners vanaf het begin betrokken bij de plannen en betaalt een goede verhuispremie. ,,Toch was ik hier het liefst gebleven tot ik waterpas lig.''