Het stemvee is er weer

Maandenlang kon documentairemaker René Roelofs in alle hoeken en gaten van de Tweede Kamer filmen. Deuren die anders gesloten zijn, werden voor hem geopend. Het resultaat, een drieluik waarvan aanstaande maandag de laatste aflevering op televisie wordt vertoond, is bedroevend. Makkelijke plaatjes die het clichébeeld dat `ze' in Den Haag er alleen maar voor zichzelf en/of de eigen portemonnee zitten nog eens bevestigen. Roelofs zocht beelden bij zijn vooroordeel en dat is hem goed gelukt. Een Kamerlid, vooral bezig met haar uiterlijk, een Kamerlid alleen maar bezig met de inrichting van zijn werkkamer, een Kamerlid alleen maar bezig met het weggooien van brieven uit het land. Kortom: heel veel suggestief uiterlijk vertoon en heel weinig inhoud.

De documentaire is ,,mijn werkelijkheid'' zei Roelofs twee weken geleden in Nova. En dat is natuurlijk zo. Alleen is het jammer dat zijn werkelijkheid geen oog heeft voor het politieke proces plus alles wat daarmee samenhangt. Misschien ingewikkelder in beeld te brengen, maar wel informatiever. Voor Roelofs bestaat slechts de vorm. En dat is toch wat mager als je de Tweede Kamer in beeld wil brengen. Zoals hoofdredacteur Hubert Smeets van De Groene Amsterdammer deze week in zijn blad treffend schrijft: ,,Een parlementaire democratie is net iets te belangrijk om op de montagetafel van guitige televisie te worden geofferd.''

Blijft de vraag waarom Roelofs het `gewone' werk van de Tweede Kamer nauwelijks heeft gezien of, beter gezegd, niet laat zien. De verklaring dat hij in een periode filmde dat de Tweede Kamer door alle LPF-perikelen nauwelijks aan werken toekwam, is te gemakkelijk. Er was van alles aan de hand, maar blijkbaar heeft het weinig indruk gemaakt op de documentairemaker. En dáár valt wel het een en ander bij voor te stellen. Roelofs' serie is een uiting van een negatief gevoel dat zeer breed leeft in de samenleving. Niet alleen bij de cliëntèle van koffiehuizen die PvdA-leider Wouter Bos tegenwoordig bezoekt, maar ook bij dichter des vaderlands Gerrit Komrij. ,,Iemand hoeft op het Binnenhof maar een camera te laten draaien, of je ziet een dierentuin, gekkenhuis of kleuterschool (doorhalen wat niet verlangd wordt)'', schreef hij in deze krant naar aanleiding van de documentairereeks.

Tweede Kamerlid – je kan maar beter niet hardop zeggen dat je het bent. Het chronisch gebrek aan waardering is te plaatsen aangezien de Kamerleden over het algemeen ook weinig weten te imponeren. Want de Tweede Kamer is weliswaar een machtig orgaan, maar weet daar nauwelijks gebruik van te maken. Het in 1991 door CDA-senator Kaland gesignaleerde stemvee is nog altijd volop aanwezig. Dualisme? Ook bij het aantreden van het jongste kabinet-Balkenende zijn daar weer veel hoogdravende woorden over gesproken; mooie theoretische bespiegelingen maar niet om naar te handelen. Ook voor de nieuwe coalitie geldt: de regering regeert en de coalitiefracties stemmen in. Niet omdat men het altijd inhoudelijk eens is met de voorstellen, maar omdat de coalitie moet worden gesteund.

Deze week was het de Tweede-Kamerfractie van D66 die vergat waarvoor zij ook al weer was gekozen. In het debat over de pardonregeling van minister Verdonk voor asielzoekers, liet woordvoerder Lambrechts van D66 weten dat zij eigenlijk meer mensen onder het nieuwe regime had willen laten vallen. Maar ja, zij had nu eenmaal te maken met de coalitie.

De Coalitie. Die is en blijft allesbepalend voor het handelen van de meerderheid van het parlement die uit de regeringsfracties bestaat. Fractievoorzitter Rouvoet van de ChristenUnie introduceerde vorige maand heel toepasselijk het begrip `kernparlement', bestaande uit de drie coalitiepartijen. Het was zijn reactie op het door de regeringspartijen gesteunde besluit van het kabinet om met onmiddellijke ingang de vervolguitkering in de WW af te schaffen. De Tweede Kamer komt er vanzelfsprekend nog over te spreken als de wetswijziging in het najaar wordt voorgelegd, maar ondertussen is de maatregel al wel op voorhand getroffen.

Normaliter geldt dit soort noodwetgeving slechts voor échte calamiteiten. Maar volgens het CDA-Tweede-Kamerlid Jos Hessels moet dit regeren per decreet worden beschouwd als ,,slimme democratie''. Het is een keuze. Maar had het CDA dan niet beter vóór de verkiezingen kunnen aangeven de parlementaire democratie in te willen ruilen voor de slimme democratie?

Een coalitieregering kan niet werken zonder afspraken vooraf. Slechts weinigen zullen de noodzaak van een regeerakkoord bestrijden. De kritiek geldt de gedetailleerdheid van dergelijke akkoorden en het dociele gedrag dat regeringssamenwerking onmiddellijk oproept bij de partijen die deel uitmaken van een coalitie. Ook dit keer weer. CDA, VVD en D66 sloten dit voorjaar een hoofdlijnenakkoord, maar het heeft er niet toe geleid dat de parlementariërs ook slechts op hoofdlijnen het kabinetsbeleid steunen. Steun verandert al snel in onvoorwaardelijke verdediging met als gevolg dat de controlerende taak ras wordt vergeten. Onderzoek naar de besluitvorming rond de oorlog met Irak? De Kamerleden van CDA en VVD hadden er even geen behoefte aan. Lees: wilden `hun' ministers niet voor de voeten lopen.

En dan toch nog maar even naar de documentaire van Roelofs. Eén van de meest tenenkrommende scènes is het moment dat het CDA-Kamerlid Rietkerk premier Balkenende in de gang tegenkomt. ,,Ik mag Jan-Peter zeggen'', zegt hij glunderend. Rietkerk heeft het duidelijk niet begrepen. Jan-Peter zou mijnheer Rietkerk moeten zeggen. Zo zijn de verhoudingen. Althans, zo zouden ze moeten behoren te zijn.