Haar jurk waait over de hele stad

In 1939 maakte de in Berlijn geboren fotograaf Erwin Blumenfeld voor Vogue een wereldberoemd geworden foto van het toenmalige Zweedse topmodel Lisa Fonssagrives die, gehuld in een avondjurk van Lucien Lelong, in een gevaarlijke positie op de Eiffeltoren poseerde. Op Tomas Lieske (1943), blijkens zijn autobiografische verhalenbundel De achterste kamer (1997) een groot liefhebber van fotografie, moet deze prent een onuitwisbare indruk hebben gemaakt. Zo diep dat hij er zijn nieuwe roman aan heeft opgehangen.

In Gran Café Boulevard komt de scène met Fonssagrives op de Eiffeltoren herhaaldelijk terug en krijgt tegen het einde van het boek zelfs poëticale betekenis: `Op de foto hangt ze bovenop de noordpilaar aan de buitenzijde van de metalen constructie; haar jurk waait over heel Parijs.' Zoals Blumenfeld fotografeerde: riskant, duizelingwekkend, onwerkelijk en met een grote, allesomvattende greep, zo wil Tomas Lieske (pseudoniem van Ton van Drunen) kennelijk schrijven.

Om zijn identificatie met de fotograaf (en diens bekendste foto) te onderstrepen heeft hij van Blumenfeld en Fonssagrives romanpersonages gemaakt, met wie zijn hoofdpersoon, de oplichter-vervalser Taco Albronda, op intieme voet verkeert. Hij krijgt, als assistent van Blumenfeld, een relatie met Lisa Fonssagrives, die in het echt tot in de jaren zestig de muze van talrijke gerenommeerde fotografen is geweest. Lieske laat Taco na de Eiffeltoren-sessie met haar uit eten gaan. Ze vertelt hem bij die gelegenheid dat ze denkt zwanger te zijn. Vervolgens klimt ze aangeschoten op een bouwsteiger en valt daar vanaf. In paniek vlucht haar minnaar weg, niet wetend hoe haar toestand is. Hij weet alleen dat hij geen invalide moeder en een kind wil en ook geen invalide vriendin die hem een miskraam zal verwijten. Daarom verandert hij zijn naam in Alexander Rothweill en wijkt na enige tijd met een kundig vervalst paspoort uit naar het door de burgeroorlog verscheurde Spanje. Daar knoopt hij lucratieve banden aan met Franco-aanhangers.

Zonderling

Verraad bepaalt het leven van Taco/Alexander en ieder die met hem in aanraking komt. Maar hij kan daar niets aan doen. Lieske laat doorschemeren dat ontheemding er de oorzaak van is. In zijn vroege jeugd is de in 1910 geboren jongen met zijn ouders, broer en zusjes vanuit Groningen naar de polders van Zuid-Holland verhuisd, waar ze door de boeren als vreemdelingen op één lijn worden gesteld met joden. De ouders overleven het niet, de mooie zusjes raken als ze zeventien en negentien zijn vermist, Taco vertrekt in 1934 naar Parijs en zijn alleen achterblijvende jongste broer ontwikkelt zich tot zonderling.

In de trein naar Bilbao ontmoet Alexander de zestien jaar jongere Pili Eguren, een beeldschone achttienjarige wier Republikeinse ouders op last van Franco zijn vermoord. Pili, niet minder ontheemd dan Alexander, is een typisch Lieske-personage. Zij heeft trekken van Rosemarie, het Duitse meisje dat na de oorlog als pleegkind werd opgevangen door de ouders van Lieske (ze is de sleutelfiguur in De achterste kamer), maar ook van Franklin, titelheld uit de roman waarmee de auteur in 2001 de Libris literatuurprijs won. Evenals Franklin heeft ze op een internaat gezeten en is ze fysiek en psychisch mishandeld. Vervolgens wordt ze net als Rosemarie liefdevol in een pleeggezin opgenomen. Tot Alexander haar in 1951 onder valse voorwendsels en met valse papieren meelokt naar Nederland. Ze trekken in bij Fedde Albronda, de zonderlinge broer die in Zuid-Holland nog altijd als `jood' wordt behandeld en Taco meesleept in zijn onvermijdelijke val.

In deze breed over Zuid-Holland, Parijs en Bilbao uitwaaierende roman geeft Lieske uitmuntende staaltjes van zijn beschrijvingskunst waarmee hij in betoverende tinten het historische Hollandse polderlandschap schildert, hij etaleert zijn veelzijdige kennis en laat zijn blik van een verheven standpunt dwalen over een roemruchte epoche die hij in sfeervolle snapshots vangt. Maar het is een enigmatische roman. De lezer moet maar bedenken wat hij ermee beoogt. Een mogelijke interpretatie is dat ballingschap, vrijwillig of gedwongen, per definitie tot verdoemenis leidt. Daar staat tegenover dat Erwin Blumenfeld, de van Berlijn naar Amsterdam en vandaar naar Parijs en Amerika uitgeweken joodse fotograaf, zowel in de werkelijkheid als in de roman zijn ballingschap glorieus overleefde.

Een andere mogelijkheid is dat Lieske met de ondergang van het geslacht Albronda – want daar draait de verhuizing uit Groningen op uit – wil laten zien tot welk onheil verraad leidt, verraad aan je herkomst maar verraad in de liefde bovenal. Tegelijkertijd is de liefde juist géén thema van Lieske. De in het boek bezongen liefde – voor gebouwen met rondingen, voor het gebogen lichaam van Lisa Fonssagrives op de Eiffeltoren, voor flexibele lijnen en krommingen, voor vrouwen kortom – verdraagt zich moeilijk met het gegeven dat Taco/Alexander helemaal niet van vrouwen houdt. Hij heeft ze altijd verraden, als kind al toen hij zonder in te grijpen getuige was van een groepsverkrachting van zijn zusje.

Lingerie

Evenals zijn voyeuristische, seksueel geobsedeerde broer leeft hij met `beelden' van vrouwen in plaats van met geliefden van vlees en bloed en met hersens bovendien. Van jongsafaan heeft hij met een, later door zijn broer gestolen, erotische foto van twee op zijn zusjes lijkende meisjes zijn incestueuze fantasieën gevoed. Zijn vriendin Lisa was een model op wier gave beeld hij verliefd was. Toen dat beschadigd raakte, bestond ze niet meer voor hem. En van zijn laatste vriendin, de Baskische Pili, máákt hij een beeld. Het liefst hult hij haar in pikante lingerie om haar te fotograferen. Maar de echte Pili, de intelligente jonge vrouw die op haar manier tegen Franco strijdt, bemint hij niet. Zijn voor Pili verzwegen band met de moordenaars van haar ouders is het verraad dat hij jegens haar pleegt en dat hem zal opbreken. De vervalser dacht de wereld naar zijn hand te kunnen zetten, maar faalt hopeloos.

Lieske, van oorsprong dichter en ook in zijn romans schepper van prachtige poëtische zinnen, gaat voornamelijk associatief te werk. Eén beeld is genoeg om zijn schrijversfantasie in gang te zetten en het verhaal dat daar uit voortkomt is ondergeschikt aan de beelden en de taal. Hetzelfde geldt voor de niet altijd even geloofwaardige personages. Opnieuw laat Lieske in Gran Café Boulevard stilistische hoogstandjes zien. De compositie oogt strakker dan die van Franklin, maar de betekenis is even moeilijk te doorgronden. Mij althans is ontgaan waar de uitvoerig beschreven niet te redden vleermuizenverzameling van broer Fedde voor staat, waarom de zusjes moesten verdwijnen en Lisa Fonssagrives (die in werkelijkheid na een succesvolle carrière in 1992 op zeer hoge leeftijd overleed) zo nodig zwanger van een steiger moet vallen. Wat blijft – en hoe dan ook beter beklijft dan Lieskes fictieve scène – is dat beeld van haar uit 1939 op de Eiffeltoren, waarop ze lijkt te willen wegvliegen als een vogel. Of als reddeloze vleermuis?

Tomas Lieske: Gran Café Boulevard. Querido, 356 blz. €17,95