Gorgels smeken om voorgelezen te worden

In het jaar waarin Cees Buddingh' (1918-1985) vijfentachtig zou zijn geworden, is er voor het eerst een compleet overzicht van al zijn gorgelrijmen. Beroemd is natuurlijk de Blauwbilgorgel: `Ik ben de blauwbilgorgel,/ Mijn vader was een porgel,/ Mijn moeder was een porulan,/ Daar komen vreemde kind'ren van./ Raban! Raban! Raban!' Heerlijke nonsens-poëzie die Buddingh vanaf 1943 schreef tot vlak voor zijn dood in 1985. Zijn nonsensicale dierenrijk kreeg meer dan zeventig bewoners, onder wie de pippel, de sneutelaar en de slurfparkiet. In het uitgebreide nawoord in Alle gorgelrijmen van Buddingh'-kenner Wim Huijser is te lezen hoe de gorgelrijmen Buddingh's oeuvre omspannen.

Maar wat doen de gorgelrijmen tussen de kinderboeken?

Smeken om voorgelezen te worden.

De popokatepee stond al in de dichtbundel voor kinderen Twee oren om te horen, twee ogen om te zien, die de Stichting CPNB uitbracht ter gelegenheid van de Kinderboekenweek 1998. In dat jaar rapte ook Def P., op verzoek van de boekverkopers, de Blauwbilgorgel. Maar gewoon voorlezen is al leuk genoeg. Misschien dat kinderen sommige samentrekkingen (de kantnochwalrus) en woordspelingen niet snappen (De halvemaanvis/ heeft toch zo'n verdriet,/ Omdat niemand hem ooit eens/ Voor vol aanziet.), maar ze kunnen genieten van de klanken, de kadans en de sfeer. Al loopt het met veel dieren slecht af, zoals met de poedelbeer: `Maar eenmaal komt de Nimmerweer,/ die hem tot krulp verknoedelt,/ Dan is de poedelbeer niet meer,/ dan is hij uitgepoedeld.

Als het echt niet lukken wil met voorlezen, als de kinderen blijven vragen zonder zelf de antwoorden te willen associëren, stuur ze dan de kamer uit en lees zelf verder. Hardop.

C. Buddingh': Alle gorgelrijmen, met illustraties van Wim Hofman. De Bezige Bij, 92 blz. €16,50