Europa moet niet weer met VS in zee gaan

In een televisietoespraak heeft president Bush afgelopen weekeinde de lidstaten van de Verenigde Naties opgeroepen de last van Amerika's failliete boedel in Irak van nu af aan gezamenlijk te dragen. Zoals ter gelegenheid van de vorige Golfoorlog denkt Washington daarbij in de eerste plaats aan financiële ondersteuning door de rijke bondgenoten, het `oude' Europa en Japan.India, Pakistan en Turkije komen in aanmerking om de benodigde extra mankracht te leveren. In ruil voor steun mag de volkerenorganisatie rekenen op een ruimere invloed bij de wederopbouw van Irak, zij het dat de troepen onder Amerikaans bevel dienen te blijven staan.

Augustus en september zijn in Washington VN-maanden. Vorig jaar augustus bepleitte minister Powell bij zijn hoogste baas om eerst de VN te raadplegen alvorens Irak met overmacht binnen te vallen. Bush raadpleegde op zijn eigen wijze. In een rede voor de Algemene Vergadering in september hield hij de lidstaten voor dat de volkerenorganisatie irrelevant zou worden als zij Saddam Hussein niet dwong, desnoods gewapenderhand, de VN-resoluties na te leven die in de loop der jaren over Irak waren aangenomen. De beraadslagingen in de Veiligheidsraad leidden in november tot resolutie 1441, die op haar beurt uitmondde in de terugkeer van de internationale inspecteurs naar Irak. Zij maakten zich in maart echter weer haastig uit de voeten toen bleek dat een Amerikaanse invasie een kwestie van dagen was.

In de voorbije augustusmaand kwam de Amerikaanse regering tot de conclusie dat zij zich aan Irak heeft vertild. De dagelijkse aanslagen op Amerikaanse soldaten, op Irakezen die met de Amerikanen samenwerken, op olieleidingen en andere onderdelen van de infrastructuur, ten slotte de dodelijke aanslagen op de Jordaanse ambassade, het VN-hoofdkwartier, het hoofdbureau van politie in Bagdad en een shi'itische leider tonen aan dat de Amerikaanse strijdmacht de anarchie niet weet te bedwingen. Een reeks van arrestaties van hoge functionarissen van het Ba'ath-regime en de dood van Saddams zonen in een vuurgevecht hebben niet tot enige verbetering van de toestand geleid.

De aanslagen zijn intussen niet de belangrijkste oorzaak van het Amerikaanse falen. Die is gelegen in het onvermogen, de onwil van de Arabische meerderheid om de Amerikanen in plaats van als bezetters als bevrijders te zien. Naarmate de anarchie voortduurt, neemt dat onvermogen, die onwil toe. Een vicieuze cirkel waarbinnen radicalen en terroristen van allerlei slag zich op hun gemak voelen.

De vraag is of de Europese euforie van vorig jaar zich dit jaar herhaalt. De transatlantische meningsverschillen over de daadwerkelijke invasie hebben het daaraan voorafgaande doen vergeten, maar vorig najaar werd Bush in Europa alom geprezen wegens het veronderstelde multilaterale karakter van zijn rede voor de Algemene Vergadering. Amerika was, zo luidde de algemene reactie – met veronachtzaming van de ultimatieve toon van de president – weergekeerd van de dwaalweg van zijn unilateralisme en had zich als goed bondgenoot en partner gericht tot de Verenigde Naties. Amerika's aanvaarding van de uiteindelijke tekst van resolutie 1441, en daarmee van het herstel van de internationale inspectie in Irak, werd uitgelegd als een tegemoetkoming aan Europese verlangens. Dat in Washington het besluit tot de invasie al lang was gevallen, waarschijnlijk in dezelfde maand waarin Powell inschakeling van de VN bepleitte, werd pas duidelijk toen de Amerikanen, met voorbijgaan aan de genuanceerde rapporten van de internationale inspecteurs, in de VN bleven hameren op de volgens hen bewezen aanwezigheid in Irak van massavernietigingswapens en de noodzaak van regime change in Bagdad.

Een jaar later: geen massavernietigingswapens aangetroffen, chaos waarop geen vat is te krijgen, geen uitzicht op de nagestreefde democratisering – al was het als gevolg van de etnische en religieuze verdeeldheid onder de bevolking van het eens door de Britten uit de grond gestampte Irak. Zoals Amerikaanse bevelhebbers zelf toegeven, is Irak in plaats van een proeftuin voor een ontwikkeling naar democratie in het Midden-Oosten verworden tot een nieuw slagveld (Bush spreekt van het `centrale front') waar het internationale terrorisme zijn kansen grijpt, niet samen met Saddam, zoals destijds gesuggereerd, maar juist dankzij de ondergang van deze potentaat.

En nu dan opnieuw een Amerikaans beroep op de VN en op zijn lidstaten. En opnieuw beleden Europese dankbaarheid voor het tot inkeer komen van de Amerikanen. President Chirac liet na een Frans-Duitse top vorige week in Dresden weliswaar weten dat men nog ,,zeer, zeer ver verwijderd'' was van een resolutietekst waarmee Frankrijk zou kunnen instemmen, (Schröder achtte de voorgelegde tekst ,,niet dynamisch, niet volledig'' genoeg) maar Chirac en zijn gastheer toonden zich toch bereid het Amerikaanse ontwerp grondig te bestuderen. Van een afwijzing zonder meer op grond van de opgedane ervaringen is geen sprake, zelfs niet bij deze twee sceptici ten aanzien van het Irak-beleid van de Verenigde Staten.

Waar de Amerikanen zich ontnuchterd tonen, een `exit strategy' achter verre horizonten ligt, en zij de pijn willen delen, geven Europeanen zich nog steeds over aan wensdenken. Volgens de Duitse kanselier moet de Irakezen een stabiliserings- en democratiseringsperspectief worden geboden, Frankrijk streeft, verklaarde minister De Villepin in Dresden, een versnelde soevereiniteitsoverdracht van de bezettende machten aan een representatieve Iraakse regering. Minister Powell vroeg zich in een reactie niet ten onrechte af aan wie in Irak de Fransen op dit moment dan wel de macht zouden willen overdragen. De nuance is overigens dezelfde gebleven: Amerika ziet voor de VN een `vitale rol' weggelegd, Europa wenst voor de volkerenorganisatie een `centrale rol'.

Na de aanslag op het VN-hoofdkwartier is het een open vraag geworden of de transatlantische nuance er veel toe doet. Kennelijk worden de VN in Irak beschouwd als een verlengstuk van de Amerikaanse bezettingsmacht. Dat de VN een alternatief voor de bezettingsmacht zouden kunnen worden, zoals de Europeanen zich dat voorstellen, is een achterhaald idee. Zeker zolang de hoogste militaire autoriteit Amerikaans blijft. Een jaar geleden heeft Amerika Europa maandenlang gepaaid met een herstel van de internationale inspectie in Irak, onderwijl de voorbereidingen voor de voorgenomen invasie krachtig ter hand nemend. Nu wordt Europa gepaaid met een enigszins vergrote rol voor de VN. De voorgeschiedenis geeft geen aanleiding om opnieuw met dit Washington in zee te gaan.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.