Energievoorziening mag geen zaak van de markt zijn

De hitte van de afgelopen tijd heeft het denken over stroomtoevoer een impuls gegeven. Terecht staat daarbij het liberaliseringsdenken onder druk. De overheid hoort voorwaarden voor de markt te formuleren, meent Peer de Rijk.

Een spannend energiedebat – daar hebben we lang op moeten wachten. Maar nu is het losgebarsten dankzij de door de droogte veroorzaakte wake-up calls. Deskundigen en politici buitelden over elkaar heen om de oorzaken van het recente stroomtekort te duiden en oplossingen aan te dragen. Minister Brinkhorst van Economische Zaken heeft vorige week een pakket beleidsvoornemens naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij eigenlijk niet verder komt dan de toezegging te zullen studeren op de mogelijkheden om:

Meer vermogen uit het buitenland te importeren als we zelf onvoldoende stroom maken – alsof alle landen om ons heen niet met precies dezelfde problemen kampen en dus helemaal niet in staat zullen zijn om meer te exporteren;

Meer end ofpipe maatregelen in de vorm van meer en hogere schoorstenen te bespoedigen. Wie dat betaalt, hoe lang dat duurt en vooral voor hoe lang dergelijke maatregelen soelaas bieden in een situatie waarin het energieverbruik alsmaar stijgt wordt helaas niet bekend gemaakt;

De bedrijven te verplichten een reserve(piek) capaciteit in huis te hebben die dan, we moeten tenslotte de suggestie blijven wekken dat sprake is van een vrije markt, verhandelbaar is.

Bij nauwkeurige lezing is er maar één conclusie mogelijk: in feite wordt besloten terug te keren naar de situatie van enkele jaren geleden waarin het Nederlandse energiebeleid door middel van een zogenoemd E-plan werd vastgesteld. Aan de hand van ervaringen en toekomstverwachtingen werd vastgesteld hoeveel (extra) capaciteit gebouwd moest gaan worden, wie dit moest gaan doen en op welke manier de elektra gemaakt zou worden. Dit systeem is in de jaren dat het geloof in de zegeningen van een vrije markt een hoge vlucht nam, losgelaten. Maar wat ook gezegd wordt over de precieze oorzaak van de recente storingen en de vrees voor een toekomstig tekort, dat één en ander verband houdt met de gevolgen van een geliberaliseerde markt kan niet ontkend worden. En nu komt er weer een enorme reeks nieuwe wetten en regels op de sector af – exit vrije energiemarkt.

Daar zijn wij niet rouwig om. Wij pleiten voor een inspirerende overheid die voorop loopt in het bepalen van condities en voorwaarden voor de markt. Niet in de laatste plaats omdat het milieu per definitie kind van de liberaliseringsrekening dreigt te worden. In de huidige marktcondities worden de bedrijven alleen maar geprikkeld om meer goedkope atoomstroom uit Frankrijk te halen, worden ze gedwongen om schoon en effectief warmtekrachtvermogen uit te schakelen en is er geen enkele impuls om op grote schaal te investeren in werkelijk duurzame bronnen.

Van Brinkhorst zou je een visie mogen verwachten. Nederland heeft nog steeds de mogelijkheid voorop te (gaan) lopen en de geschiedenis in te gaan als het land dat op tijd de keuze maakte voor een echte trendbreuk. Een breuk met het doormodderende liberaliseringsgeloof waardoor te vaak met meer dan twee maten wordt gemeten; Duitsland mag haar kolenindustrie blijven beschermen, Frankrijk mag zonder al te veel problemen haar kernenergiepark ondersteunen met overheidsgeld, Engeland mag vooralsnog ongestraft haar failliete kerncentrales hernationaliseren en de rekening via belastingen proberen te betalen.

Dit kan en mag niet alleen van de overheid verwacht worden. Het huidige gebrek aan lef valt niet alleen de politiek te verwijten, ook de sector zelf en de milieubeweging dienen hun knopen te tellen en, gezamenlijk, in te zetten op een plan voor de langere termijn. Als immers iedereen het er over eens is dat we uiteindelijk minder afhankelijk moeten worden van de grillen van de markt, van de leveranciers van fossiele energiedragers en dat de noodzaak tot bescherming van het klimaat onherroepelijk leidt naar energiedragers die minder of geen milieugevolgen hebben, dan is het hoog tijd om daar ook daadwerkelijk op in te zetten.

Dat vereist een andere manier van denken. Een paar elementen voor een Deltaplan zijn te destilleren uit de ervaringen van de energiepolitieke ontwikkelingen in de afgelopen decennia:

Een krachtige overheid die lange termijndoelen vaststelt en duidelijkheid verschaft over de te verwachten rol van diezelfde overheid. Dit vereist politieke wil om over de eigen regeerperiode heen te kijken;

Een sector die niet gedwongen wordt zich voor te bereiden op voor overname door buitenlandse bedrijven. Het gevolg hiervan is namelijk dat deze bedrijven alleen nog geïnteresseerd zijn in marktaandeel en kortetermijnwinst. Natuurlijk verkopen ze dan gesubsidieerde atoomstroom en natuurlijk gaan ze niet investeren in nieuw, schoon, vermogen;

Afschaffen van alle subsidies op energiedragers. Niet alleen de miljarden die de Franse nucleaire industrie mag inzetten voor subsidie van de atoomstroom of de agressieve verwerving van buitenlandse bedrijven, niet alleen de miljarden die de Britse overheid weer gedwongen in haar nucleaire industrie moet stoppen om te voorkomen dat ze failliet gaan (en helemaal niet meer verantwoordelijk hoeven te zijn voor het opruimen van de radioactieve erfenis), maar ook alle subsidies op schone en alternatieve energiedragers. Breng de werkelijke kosten in rekening, ook die van de gevolgen voor het milieu, en de duurzame bronnen redden het;

Een door de milieubeweging onderschreven en gedragen Deltaplan voor de energievoorziening. Het ware te wensen dat de milieubeweging akkoord zou kunnen gaan met het gebruiken van het gas onder de Waddenzee. Natuurlijk onder voorwaarden; de strengst mogelijke maatregelen om het gebied te beschermen tegen nadelige gevolgen maar ook, en vooral, de voorwaarde dat het gas ingezet wordt als transitiebron; voor een beperkte periode waarin we op weg gaan naar duurzame energievoorziening. Uitfaseren van vuil kolen- en kerngestookte centrales en inzetten van de gasopbrengsten voor windvermogen, verdere efficiëntie en het aandeel decentraal vermogen vergroten;

Verplichting voor energiebedrijven om een (groeiend) aandeel duurzame energie te produceren, met de garantie dat wet- en regelgeving niet telkens verandert. Versnelling van procedures, maatregelen om de mogelijkheden voor not in my backyard-groepen om windparken te traineren, te beperken.

Onmogelijk? Tegenstrijdig aan Europese wetgeving? Revolutionair? Valt allemaal wel mee. Alle ons omringende landen spelen naar eigen goeddunken met de regels van de zogenaamd geliberaliseerde markt. Er is helemaal geen sprake van een level playing field, er is geen sprake van eerlijke concurrentie. Verschillende landen hebben stringente wetgeving om de sector te dwingen tot schone investeringen. Het zou van kracht en durf getuigen als de Nederlandse overheid, de sector en de milieubeweging het initiatief nemen om, voor zichzelf maar óók in Europees verband, met een visie en een plan de boer op gaan en de politieke markt veroveren.

Peer de Rijk is verbonden aan het World Information Service on Energy (WISE).