Een hond wil aan konijnen denken

Waar kan een hond vandaag de dag nog – in alle stilte – aan konijnen denken? Dat is namelijk wat hond Fino wil in het opvallend mooie prentenboekdebuut Een konijnendenkplek van Tanneke Wigersma (1972). `Fino denkt graag aan konijnen. Aan grote konijnen en kleine konijnen en aan zwarte en witte en aan zwarte met witte sokjes. Maar dan moet het wel stil zijn.'

Fino is niet een koddig hondje, zoals bijvoorbeeld Dribbel van Eric Hill. Qua looks lijkt hij een beetje op de eigenwijze foxterriër Rintje van Sieb Posthuma. Maar Fino is veel eenzelviger, een beetje elitair ook. Hij woont in een deftig huis vol kakelende madammen in hoepeljurken, druk pratende koks met gesteven mutsen en zingende prinsesjes in hermelijnen mantels.

Het is een bont en bizar dierenuniversum waarin Fino zoekt naar een plek waar hij zichzelf kan horen denken. In het klooster kletsen de monniken, in de bergen maken de geiten lawaai, in de wolken keten de engeltjes, de gevleugelde dragertjes van de maan doen schreeuwend hun werk en de zeebeerminnen (plompe beertjes met een zeemeerminnenstaart) roepen een verdwaald zeebeerminnetje. Uiteindelijk vindt Fino zijn konijnendenkplek; op een rots in zee. Althans – even.

De illustraties van Wigersma zijn kunstzinnige collages. De dierenfiguren zijn met inkt getekend, ingekleurd met aquarelverf, uitgeknipt en geplakt op bijvoorbeeld echt behang met bloemetjes. Zo lijkt het soms alsof je in een kijkdoos kijkt.

De tekst in Een Konijnendenkplek is zonder opsmuk. De dieren hebben ook tekstballonnetjes gekregen, die – eenmaal voorgelezen – niet meer overgeslagen kunnen worden. De monniken spreken, in het Latijn, over `de wenkbrauw als deur van de ziel' en over het feit dat `een mooie, naakte vrouw nog mooier zou zijn als ze paars van kleur was'.

Tanneke Wigersma: Een Konijnendenkplek, Lemniscaat, 32 blz. €12,50. Vanaf 4 jaar