Een arm land wil welvaartsstaat zijn

De Poolse economie trekt aan, maar ook het begrotingstekort, de staatsschuld en de sociale onrust nemen toe. Analisten waarschuwen voor een financiële crisis. `Dit budget zit vol met voorbeelden van creatief boekhouden.'

Zware rellen in Warschau. Dat was lang niet meer vertoond. En het moet de Poolse premier Leszek Miller een diepe zucht hebben ontlokt.

Een optocht van 8.000 mijnwerkers in het centrum van de Poolse hoofdstad mondde gisteren uit in een veldslag met de politie, met tientallen gewonden in beide kampen. De werkers eisen dat de regering terugkomt op haar besluit om vier verliesgevende kolenmijnen te sluiten. Ze dreigen met nieuwe rellen als Miller volhardt. Maar als de premier toegeeft, staan binnenkort alle arbeiders van Polen bij hem op de stoep.

De groeiende sociale onrust overschaduwt het goede nieuws: de Poolse economie trekt aan. Meer en meer wordt het duidelijk dat 3 procent groei dit jaar toch mogelijk is, tegen alle verwachtingen in. Maar dat is niet dankzij de regering van Leszek Miller. Eerder ondanks. Het is een wonder, zeggen economen en analisten, dat de economie onder premier Miller nog redelijk heel is gebleven.

De politiek is onder Miller een onzekere factor geworden. Het begon vorig jaar, toen boerenpartij PSL de samenwerking met Millers sociaal-democratische SLD opzegde. Dit jaar staat de SLD in het middelpunt van talrijke affaires, die lelijk afstralen op de premier. Millers regering is niet zelden het toneel van machtsstrijd. Dit leidde al tot de vervanging van twee belangrijke ministers: die van Landbouw en die van Financiën.

Al het geruzie en gedoe maakt investeerders zenuwachtig. En het economische beleid van Miller stelt ze ook niet gerust. Afgezien van de versoepeling van de arbeidswetgeving zijn grote hervormingen uitgebleven, evenals de beloofde bezuinigingen.

Bovendien is er die groeiende sociale onrust. Dat juist Miller brandende mijnwerkerslaarzen naar zijn hoofd geslingerd krijgt, is wrang. Want onder Miller is de privatisering van staatsbedrijven op een lager pitje gezet, juist om tegemoet te komen aan het morrende volk. Maar Miller wordt nu alsnog ingehaald door de feiten, aldus Leszek Balcerowicz, president van de Centrale Bank, in een recent interview. De sanering van de Poolse industrie is onvermijdelijk, helemaal aan de vooravond van Polens toetreding tot de Europese Unie. ,,De verkoop van verliesgevende kolenmijnen of staalfabrieken is niet makkelijk, maar het wordt niet eens geprobeerd'', aldus Balcerowicz.

Polen loopt ver achter met de verkoop van staatsbedrijven. En doordat de kas niet wordt gespekt, wordt de druk om geld te lenen groter. De financiële wereld houdt er voor volgend jaar al rekening mee dat de regering massaal staatsobligaties zal gaan verkopen. De staatsschuld bedraagt nu 45 procent van het bruto binnenlands product (bbp), maar gaat op deze manier snel richting de 60 procent, het percentage dat in de Poolse grondwet is opgenomen als uiterste grens. Analisten waarschuwen voor een financiële crisis.

Ondertussen wordt steeds meer geld uitgegeven. Deze week presenteerde de regering haar begrotingsplannen voor volgend jaar, inclusief een verwacht begrotingstekort van 45,5 miljard zloty (10,3 miljard euro), ofwel 6 à 7 procent van het bruto binnenlands product, vergeleken met ongeveer 5 procent dit jaar. Het zal lang duren voordat het tekort onder de 3 procent komt, een van de voorwaarden om deel te nemen aan de euro. De oorspronkelijke planning – de euro in 2007 invoeren – is losgelaten. Nu wordt over 2009 gesproken. Of zelfs later.

Kredietbeoordelaars en analisten vinden het verwachte tekort nog geflatteerd. Millers regering zou 15 miljard zloty aan pensioenkosten hebben weggelaten uit de begroting, evenals kosten met betrekking tot toetreding tot de Europese Unie, op 1 mei 2004. Maar ook dit geld zal uiteindelijk moeten worden geleend. ,,Dit budget zit vol met voorbeelden van creatief boekhouden'', verzuchtte Krzystof Rybinski, een toonaangevende analist in Polen, gisteren.

Dat de economie ondanks alles toch aantrekt, is niet aan Miller te danken, maar aan de zloty. Die is op dit moment aan de zwakke kant, waardoor de export van Poolse producten meer oplevert. Bovendien is er op dit moment in West-Europa een groeiende behoefte aan goedkope, goede producten uit landen als Polen. Tweederde van Polens export gaat richting de Europese Unie.

Na het `rampjaar' 2002, met 1,4 procent groei, rekende de regering voor dit jaar op minder dan 3 procent groei. Maar alles wijst erop dat Polen dit jaar boven de 3 procent zal uitkomen. Er wordt voorzichtig gesproken over 5 procent groei. Zelfs de altijd spectaculaire werkloosheid is de afgelopen maanden gedaald, van 18,7 naar 17,8 procent.

Een verdere daling van de werkloosheid wordt echter niet verwacht. Daarvoor is niet alleen volgend jaar 5 procent economische groei wenselijk, ook in de daaropvolgende jaren. Economen en analisten roepen Miller nu op stappen te zetten die zulke langetermijngroei mogelijk maken. De hervormingen moeten het liefst meteen worden doorgevoerd of op z'n laatst volgend jaar. Want in het verkiezingsjaar 2005 zal er weinig animo zijn voor moeilijke hervormingen.

De regering overweegt een belastingverlaging voor bedrijven, inclusief de duizenden eenmansbedrijfjes die Polen telt. Dat plan wordt toegejuicht: de regering loopt belastinginkomsten mis, maar de bedrijvigheid zal worden gestimuleerd. Maar tegelijkertijd liggen er ook plannen om de – zeer lage – salarissen in de publieke sector te verhogen.

Volgens de liberale econoom Robert Gwiazdowski zit Polen in een spagaat: het wil graag een economische tijger zijn en het wil een welvaartsstaat worden naar westers model. ,,Laten we ons niet langer voor de gek houden'', schreef Gwiazdowski onlangs in het tijdschrift Wprost. ,,Polen is een arm land en kan zich niet het welvaartsniveau van Duitsland veroorloven. Trouwens, Duitsland kan het zich ook niet veroorloven. Het heeft boven z'n stand geleefd en is in de problemen geraakt.'' Miller mag dat aan de boze mijnwerkers gaan uitleggen.