Bokslegende met twee carrières

,,Na een partij zat nog altijd de scheiding in het midden van mijn haar.'' Dat zei de gisteren op 91-jarige leeftijd overleden voormalige bokskampioen en boksarbiter Ben Bril eens in een interview waarin hij terugblikte op zijn bokscarrière. Van de 330 partijen die hij bokste, gingen er slechts negen verloren. Twaalf keer werd hij Nederlands kampioen, in het vlieg- en in het weltergewicht. In 1935 won hij het joods wereldkampioenschap, volgens Bril zelf de mooiste titel uit zijn carrière.

Door zijn joodse afkomst weigerde Bril in 1936 naar de Olympische Spelen van Berlijn te gaan. Twee jaar eerder, na een bezoek aan de Duitse hoofdstad, had hij besloten nooit meer meer naar Hitler-Duitsland te gaan. Op joodse winkels had hij gekalkte hakenkruizen en woorden als `Jude heraus' gezien. ,,Heren, jullie worden bedankt, maar ik ga niet naar een fascistisch land'', zei hij tegen de keuzecommissie die hem in 1936 uitnodigde om namens Nederland aan het olympisch bokstoernooi deel te nemen.

In 1928 had Bril al deelgenomen aan de Olympische Spelen van Amsterdam. Hij was toen nog maar vijftien jaar en gold als een groot talent. In de kwartfinales werd de tiener uitgeschakeld door een Zuid-Afrikaan. Een andere Nederlandse bokslegende en teamgenoot van Bril, Bep van Klaveren, won in Amsterdam olympisch goud.

In de Tweede Wereldoorlog werden Bril, zijn vrouw en zijn zoon gedeporteerd naar de doorgangskampen Vught en Westerbork. Ze belandden uiteindelijk in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Alledrie overleefden ze de oorlog, vooral dankzij de boksachtergrond van Bril: hij gaf bokstrainingen en demonstratiepartijen. De overige familie van Bril overleefde de oorlog niet.

Na de oorlog kon Bril het niet meer opbrengen zijn bokscarrière voort te zetten. Zijn vrouw haalde hem over om een scheidsrechterscursus te gaan volgen en boksarbiter te worden. Dat was het begin van een tweede, eveneens zeer tot de verbeelding sprekende loopbaan in de bokswereld. Bril groeide uit tot een van de beste internationale arbiters. Als scheidsrechter nam hij deel aan de Spelen van Tokio (1964), Mexico (1968) en München (1972). Ook leidde hij partijen van veel grote bokskampioen, zoals de Amerikanen Joe Frazier en George Foreman en de Cubaan Teofilo Stevenson.

Over het scheidsrechteren zei hij eens in dagblad Trouw: ,,Als arbiter ben je neutraal. De beste moet winnen, zonder aanzien des persoons. Als er iemand een hekel had aan moffen, dan ben ik het, maar dat heb ik als scheidsrechter nooit laten merken.''

De geboren Amsterdammer Bril, die jarenlang een slagerij en later broodjeszaken dreef in Amsterdam en in Utrecht (`Beter Belegde Broodjes Bij Ben Bril'), overleed in zijn slaap in een rusthuis.