Blair negeerde Irak-advies van Britse MI6

De Britse premier Tony Blair heeft het advies van zijn inlichtingendiensten in de wind geslagen, dat een aanval op Irak het gevaar op wereldwijde terreur eerder zou vergroten dan verkleinen, zoals hijzelf zei.

Dat schrijft een parlementscommissie in een gisteren verschenen rapport over de manier waarop Downing Street materiaal van de inlichtingendiensten heeft gebruikt om de oorlog tegen Saddam Hussein voor te bereiden. Ruzie over de bewijsvoering mondde in eigen land uit in de dood van wapenexpert David Kelly.

De Intelligence and Security Commission (ISC) pleit Alastair Campbell, Blairs opgestapte mediachef, vrij van de beschuldiging dat hij het belastende dossier zou hebben 'opgesekst', onder meer met de bewering dat Saddam binnen 45 minuten een aanval met chemische en biologische wapens kon beginnen, terwijl Campbell wist dat dat niet waar was.

De 45 minuten-claim was weliswaar niet nauwkeurig genoeg, maar de ISC gaat niet zo ver dat ze zegt dat de regering ondeugdelijke bewijzen heeft gebruikt als te dunne aanleiding voor een oorlog.

De ISC voert de onzekerheid rond de politieke toekomst van Geoff Hoon, minister van Defensie, op met de beschuldiging dat hij het parlement ,,mogelijk heeft misleid''. Hoon zou onenigheid binnen de diensten over het daadwerkelijk gevaar van massavernietigingswapens (mvw's) in Irak hebben verzwegen. Hoon verontschuldigde zich gisteren in het parlement voor wat hij noemde een ,,misverstand''.

De ISC is de derde Britse instantie die de officiële bewijsvoering tegen Irak onderzoekt. Eerder gebeurde dat door het Foreign Affairs Committee, een andere vaste Lagerhuiscommissie, die openbaar zitting hield maar niet alle betrokkenen kon horen en niet beschikte over sommige cruciale documenten. De bevoegdheden van het ISC zijn ruimer, maar de commissie vergaderde achter gesloten deuren. Volgende week hervat de derde onderzoeker, rechter Lord Hutton, zijn werk. Hij heeft vrijwel ongelimiteerde bevoegdheden.

De ISC, samengesteld uit vooraanstaande parlementariërs, onthulde gisteren dat de top van de inlichtingendiensten een invasie van Irak zag als een bedreiging voor de strijd tegen het terrorisme. Volgens de spionagediensten, verenigd in het Joint Intelligence Committee (JIC), was er ,,geen bewijs'' dat Irak mvw's in handen van Al-Qaeda had gespeeld of dat Irak van plan was chemische, biologische of terreuraanvallen uit te voeren, zoals Blair en de Amerikaanse president Bush herhaaldelijk waarschuwden. Maar als het Iraakse regime zou vallen, kon dat volgens het JIC juist wel gebeuren, al of niet met actieve medewerking van datzelfde regime. Het JIC achtte Al-Qaeda een ,,veel groter gevaar'' dan Irak. Het ISC velt geen oordeel over de kwaliteit en geloofwaardigheid van de inlichtingen zelf, maar verwijt de diensten door stellige formuleringen en het weglaten van context ,,speculaties'' te hebben aangemoedigd.