Uitgesproken politica die nooit stilstond

Toen Anna Lindh, die vanmorgen overleed aan haar verwondingen na een aanslag gisteren, het ministerie van Milieu in 1998 verruilde voor dat van Buitenlandse Zaken, liet ze premier Göran Persson weten dat ze haar gezinsleven net zo belangrijk vond als haar baan. ,,Ik hou van mijn privéleven'', zei Lindh, die getrouwd was met de vijftien jaar oudere oud-minister van Binnenlandse Zaken Bo Holmberg en twee zoons had. ,,Carrièrediplomaten moeten de wereld rondreizen'', zei ze. ,,Politici hoeven dat niet steeds.'' Laat een politicus maar zorgen dat het ministerie op orde is en dat hij of zij niet het contact verliest met het normale leven en zeker niet met het gezin.

Lindh, net 41, rolde de diplomatieke mannenwereld binnen met hetzelfde enthousiasme en met dezelfde snelheid (,,Anna loopt nooit, ze sprint'', zei een vriendin ooit over haar) waarmee ze op haar 20ste voor de sociaal-democraten gemeenteraadslid werd in Enköping. Want, zei ze: ,,Wij vrouwen moeten politiek niet overlaten aan oude opa's''. Met hetzelfde enthousiasme ook, waarmee ze voorzitter werd van de Jonge Socialisten en van de Socialistische Jeugdinternationale IUSY, en waarmee ze in 1982 het jongste parlementslid van Zweden werd.

Ze was aanvankelijk wat onhandig, onbekend met de mores in de wereld van de diplomatie. Maar die onhandigheden wist ze met haar charme te compenseren. En dus viel ze, tijdens het Wereld Economisch Forum in Davos in 2000, op als een ,,visionaire en integere politica''.

Dat ze geen blad voor de mond nam, had niets met onhandigheid te maken, dat was beleid. Anna Lindh had uitgesproken meningen en vond dat ze die ook als minister van Buitenlandse Zaken niet hoefde te verzwijgen. Dus nam ze president George Bush onder vuur toen hij aan het begin van zijn ambtstermijn het Kyoto-protocol over het terugdringen van broeikasgassen naar de prullenbak verwees. Ze noemde de Amerikaanse president een ,,eenzame cowboy'' toen hij besloot om zonder ruggensteun van de Verenigde Naties Irak aan te vallen. Ook was Lindh een van de eersten die pleitten voor het aftreden van president Mugabe van Zimbabwe toen hij zijn politiek begon van onteigening van grond van blanke boeren. En als minister van Milieu steunde ze onomwonden een boycot van Shell naar aanleiding van de ontmanteling van het boorplatform Brent Spar.

Binnen de eigen partij was Lindh, die traditionele socialistische standpunten wist te combineren met een moderne marktgerichte visie, zeer geliefd. In een typisch Zweeds debat over hulp in de huishouding, ging ze bijvoorbeeld in tegen de vele vrouwen die vonden dat in een moderne samenleving dit soort `slavenarbeid' niet langer getolereerd kon worden. Ze werd regelmatig genoemd als mogelijke opvolger van Göran Persson als partijleider, en daarmee vrijwel zeker ook als premier van Zweden.

Lindh was nauw betrokken bij de campagne over het euro-referendum van zondag. Vrijwel dagelijks pleitte ze op televisie en andere media voor een `ja'. De tijd dat Zweden zich kon presenteren als een soort morele supermacht was voorbij, vond ze. De omstandigheden waren er niet langer naar, Zweden was voor haar hooguit een stem, één van de vijftien in de Europese Unie.