Tastende vrouwenhand langs een dij

Ik voel haar adem over mijn voorhoofd glijden, haar ronde, Vlaamse stem fluistert zoete leugens in mijn oor. Een hand maakt mijn overhemd los en glijdt over mijn borst. Is het Dahlia, Tine of Mia? Doordat ik geblinddoekt ben, blijft zij een stem, een aanraking zonder gezicht. Of zijn het Mia én Dahlia? Soms voel ik een derde hand van links komen, terwijl ze rechts op de rand van mijn bed zit, de billen tegen mijn zij gedrukt.

Omdat theatermakers de traditionele vorm – acteurs vertellen verhaal aan een zwijgende groep mensen in een daarvoor bestemde zaal – als te afstandelijk ervaren, zoeken zij naar vormen die de toeschouwer dieper raken. Bijvoorbeeld door hem uit de theaterzaal te halen. Door kleinschaliger, voor een kleinere groep te spelen. En door de toeschouwer meer in het verhaal te betrekken. Deze zoektocht naar een actievere, meer individuele, intiemere theatervorm heeft zijn voorlopige hoogtepunt gevonden in Het Sprookjesbordeel van Peter Verhelst, dat hij schiep voor het Antwerpse Toneelhuis. Het Sprookjesbordeel is deze weken voor het eerst in Nederland te zien, op het Theaterfestival in Amsterdam, in de reeks `De Internationale Keuze Van De Rotterdamse Schouwburg', en in Tilburg.

Vier mensen worden tegelijk toegelaten. Ergens in een lege lobby moeten we een kaart trekken. Een mannenmond, een vrouwenmond, of een vraagteken. Ik laat me graag verrassen door de kok dus ik kies het vraagteken. Zes jonge heren en dames komen binnen in ritsrijke, zwarte overalls. In een in onbruik geraakt trappenhuis van de schouwburg moet ik op een bedje gaan liggen. Ik krijg een blinddoek voor. Vanuit het bed voel en hoor ik elektronische omgevingsmuziek trillen. Aangenaam gezoem, een hartslag. Een vrouwenmond bij mijn oor zegt dat ik me van alles moet verbeelden, maar dat niets waar is. Als ze me zegt dat ze naakt is – ik hoor ritsen openen en kledingstukken afglijden – dan moet ik dat vooral geloven, als ik wil. Een vrucht wordt boven mijn mond uitgeknepen, het sap druppelt op mijn lippen. Een ietwat zure Kiwi dacht ik, maar later, buiten, blijkt mijn kin vol rood sap te zitten. Aardbei?

Het geheimzinnige, onbekende, suggestieve werkt weldadig. Dit is beter dan vier uur in een sauna. Interessant is dat de mythe van de hoerenloper meteen begint te werken. Eerst denk ik: ,,wat afschuwelijk voor die actrice dat ze hier tot half elf vanavond tientallen begerige mannenhanden moet verdragen''. Meteen daarna denk ik: ,,maar bij mij vindt ze het fijn''.

We bevinden ons in een labyrint, zegt ze, en het gaat niet om het vinden van de uitgang. In dit bordeel heerst de suggestie, de verleiding, meer dan de concrete inlossing, zo is het idee. Maar het meeste indruk maakt de daadwerkelijke betasting. Zij betast mij, mijn haar, mijn keel, en ik betast haar, ze pakt mijn hand en legt deze op haar blote buik. De suggestie die uitgaat van Verhelsts sprookjes gaat hierbij goeddeels verloren. Is zijn poëzie thuis op de bank al moeilijk te volgen, als een vrouwenhand langs mijn dij glijdt, kan ik mij helemaal niet meer concentreren. Ik herinner me iets over een nachtelijke zoektocht, twee geliefden Maar verder?

Misschien moet het wel zo zijn. Het bordeelbezoek moet een roes achterlaten, de herinnering aan een wazige droom van tasten, proeven, verboden genieten. Buiten sta ik rozig, met een licht schuldgevoel, verward. Voor mevrouw Takken is het echter glashelder: ,,je bent gewoon vreemdgegaan.''

Theaterfestival: Het Sprookjesbordeel van Peter Verhelst door Het Toneelhuis. Gezien: 6 sept. In: Stadsschouwburg, Amsterdam (020-624 2311). Aldaar t/m 13 sept. 9-24 sept. Concertzaal Tilburg (013-549 0390). 16-20 sept. Rotterdamse Schouwburg (010-4044111).