Stabiliteitspact

De Franse oud-minister van Financiën Madelin had volkomen gelijk toen hij het begrotingsbeleid van Frankrijk en Duitsland vergeleek met de afspraak om gezamenlijk het diner te betalen en vervolgens twee van de disgenoten doodgemoedereerd kaviaar en kreeft bestellen (NRC Handelsblad, 6 september). Toch hebben deze twee de leukste avond. Frankrijk en Duitsland, beide met een werkloosheidspercentage van rond de tien procent zijn, om de motor van hun economie weer aan de praat te krijgen, op dit moment het meest gebaat bij een overheid die de uiterste grenzen van het Stabiliteits- en Groeipact opzoekt. Pas na een derde jaar van overschrijding van de drie procent begrotingsnorm volgt het opleggen van boetes. Dat is een weeffout in het verdrag.

Natuurlijk had van oorsprong sprake moeten zijn van een lik-op-stuk-beleid. Van een `level playing field' is allang geen sprake meer en eerder dan de overschrijdingen zelf zullen juist de verschillen in begrotingsdiscipline tussen de verschillende staten voor spanningen in de eurozone kunnen zorgen.

Een andere weeffout is de betrekkelijke willekeur en de inflexibiliteit van het vigerende normpercentage. De bewaking van de kracht van de euro is primair de taak voor de ECB.

Het huidige normpercentage zou moeten worden vervangen door een bandbreedte van bijvoorbeeld 2,5-4,5 procent. Per periode zou de begrotingsnorm moeten worden vastgesteld door de ECB. Maar dan wel met sancties die worden opgelegd direct aansluitend aan het jaar van overschrijding.