Slinkend krediet van `alleenheerser' VS

Heeft `11 september' de wereld veranderd? Het onbehagen over de rol van de Verenigde Staten is slechts gegroeid.

De Verenigde Staten hebben sinds de aanslagen van 11 september 2001 twee keer binnen enkele weken een dictatuur ten val gebracht: de Talibaan in Afghanistan en Saddam Hussein in Irak. Maar internationaal overstemt de kritiek voorlopig de lof. Een oorlog winnen is nog iets anders dan vrede brengen. Afghanistan en Irak zijn nog ver af van stabiliteit. En deze Amerikaanse regering blijkt meer bedreven in de afbraak van een fout regime dan in de opbouw van een goed regime.

Twee jaar na 11 september en twee oorlogen verder is het internationale onbehagen over Amerika's leidersrol in de wereld onder president Bush slechts gegroeid, bij burgers én leiders. Na de solidariteit in de eerste maanden na de aanslagen is wereldwijd het anti-Amerikanisme toegenomen, blijkt uit peilingen. De voedingsbodem voor de wrevel bevindt zich niet meer uitsluitend in de Arabische wereld, waarmee de aanslagen van 11 september nog konden verklaard.

Ook steeds meer Europeanen ergeren zich aan het Amerikaanse leiderschap en het gebruik van het Amerikaans geweld, blijkt uit een recente peiling van het German Marshall Fund. Zij vragen zich steeds meer af of de `welwillende alleenheerser', zoals de regering-Bush de Verenigde Staten noemen, wel zo welwillend is. Zeker is dat het krediet van die `alleenheerser' slinkt. Het gevoel van ,,Wij zijn allen Amerikanen'' (Le Monde, 12 september 2001) lijkt soms te zijn veranderd in: ,,Wij zijn allen tegen de Amerikanen.''

Amerika's politieke, militaire en economische suprematie is op zichzelf geen twistpunt, wel het gebruik van die macht door en de robuuste stijl van de unilateraal geneigde regering-Bush. De Amerikaanse Alleingang in Irak met zijn chaotische vervolg heeft veel internationale leiders en diplomaten nog meer doordrongen van een haperend samenbundelend vermogen bij de huidige Amerikaanse leiders, voorzover de behoefte daartoe bestaat.

Ook pro-Amerikaanse topdiplomaten in Europa praten steeds minder zachtzinnig over het soms dwingende Amerikaanse leiderschap. ,,De Amerikanen gedragen zich bij de NAVO soms net zo als de Sovjet-Unie in het Warschaupact'', zegt een hoge NAVO-diplomaat. ,,Natuurlijk is er schade door Irak. Er is toch het gevoel dat we verneukt zijn met een oorlog om oneigenlijke redenen'', meent een pro-Atlantische medewerker van Europa's buitenlandcoördinator Solana, wijzend op de aangedikte dreiging over de massavernietigingswapens. ,,Maar we worden nu als Europa wel gevraagd om de rotzooi in Irak mee op te ruimen.''

De transatlantische verhoudingen zullen voorlopig ,,stroef blijven'', zegt deze diplomaat. Hij spreekt van een ,,vertrouwensprobleem'' tussen Europa en Amerika door `Irak' en de omstreden intelligence over de dreiging. De bereidheid van Europese bondgenoten om Amerika te steunen bij een volgende `preventieve oorlog', bij een terreurdreiging, lijkt te zijn afgenomen. Europese diplomaten maken zich hier des te meer zorgen over omdat de internationale veiligheidssituatie sinds 11 september ,,eerder is verslechterd dan verbeterd''.

[Vervolg 11 SEPTEMBER: pagina 4]

11 SEPTEMBER

Hartoperaties door tandarts

[Vervolg van pagina 1]

,,De dreiging van terreur in West-Europa blijft reeël, maar wordt nog steeds onderschat. Het Midden-Oosten en Irak zijn verre van stabiel, en Iran is op heterdaad betrapt bij het liegen over nucleaire proliferatie'', zegt een Europese topdiplomaat.

Eén knieval voor de VN voor meer hulp, troepen en geld in Irak, zoals vorige week van Bush, kan de transatlantische kloof niet meteen dichten. Volgens diplomaten kunnen alleen concrete missies zoals een nieuwe samenwerkingsvorm met de Amerikanen in Irak (lees: deling van de macht) de verstandhouding verbeteren.

De regering-Bush, luidt de internationale wrevel, definieert haar leiderschap vooral in termen van harde macht, met selectieve aandacht voor het gebruik van soft power: bondgenoten met diplomatieke middelen proberen te winnen voor Amerikaanse doelen; en met nog minder aandacht voor het kweken van goodwill.

Een Washingtonse hardline-provocateur als Robert Kagan mag gelijk hebben dat het op zichzelf en integratie gefixeerde Europa ,,vakantie'' genomen heeft in het buitenlands beleid en nog steeds profiteert van Amerika's generositeit op veiligheidsgebied. Maar deze slapjanus-theorie over Europa, die in Bush-kringen wordt onderschreven, gaat aan één ding voorbij: vervreemding van decennialange bondgenoten kan van geen enkel land een nationaal belang zijn, ook niet van de enige overgebleven supermacht na de Koude Oorlog. Militaire macht alleen is in de geglobaliseerde wereld van nu niet meer zaligmakend, zoals de Amerikanen op dit moment pijnlijk ondervinden in Irak.

Nu de haviken van Bush, minister van Defensie Rumsfeld voorop, daar lijken uitgeraasd, roken de puinhopen na. De Amerikaanse regering heeft zich in de nesten gewerkt met een menskracht- en geldverslindende bezetting zonder uitzicht op tijdig succes en zonder solide internationaal draagvlak. Amerikaanse soldaten blijken een gemakkelijk doelwit voor Saddam-getrouwen. En Irak-bestuurder en erkend terreur-expert Paul Bremer maakt in het metier van de wederopbouw soms een verdwaalde indruk: die van een tandarts die een open hartoperatie moet uitvoeren; met onvoldoende instrumentarium en assistenten.

Rumsfelds Pentagon zou na de snelle militaire zege de wederopbouw er immers zelf wel even bijdoen, omdat de VN Washington toch niet hadden gesteund tijdens de oorlog. Een vorm van branchevervaging zoals die zich sinds het einde van de Koude Oorlog in de drukke sector van vrede en veiligheid nog niet had voorgedaan. Een vorm van branchevervaging ook, die Bush juist voorganger Clinton had verweten tijdens zijn verkiezingscampagne: Bush zou zich niet bezondigen aan nation building of aan `internationaal sociaal werk' zoals van Clinton in Haïti en Bosnië, want daardoor raakt het Amerikaanse leger overbelast.

Uitgerekend Bush dreigt nu zelf in die situatie verzeild te raken, ook door missies elders. De nood is plotseling aan de man. Uit een studie in het Amerikaanse Congres blijkt dat de huidige troepensterkte (139.000 man) in Irak nog tot maart volgend jaar te handhaven is, maar dat daarna extra investeringen of noodtroepen van andere diensten nodig zijn. Tegen die tijd begint de volgende presidentscampagne op stoom te komen en kan Bush geen Irak-misère gebruiken. Nu een serie bomaanslagen de falende aanpak heeft aangetoond, heeft Bush het roer omgegooid. Bij wijze ook van voorschot heeft hij in totaal 87 miljard dollar extra aan het Congres gevraagd voor Afghanistan en Irak, in de hoop dit volgend jaar niet te hoeven herhalen. Voorts hebben de VS alsnog bij de VN aangeklopt om de lasten te delen, de organisatie nota bene die zij zelf een paar maanden geleden nog als `irrelevant' weghoonden. De unilateraal geneigde regering heeft zich zo met `Irak' als het ware zelf teruggebombardeerd naar het multilateralisme. De vraag is: in welke mate en voor hoelang? Maar één ding is wel zeker: de rest van het `As van het Kwaad', Noord-Korea en Iran, kan even adem halen.