Schetsen van Rubens voor beroemde wevers

Wandtapijten behoorden in de 16de en 17de eeuw tot de kostbaarste kunstwerken. Grote formaten en ingewikkelde ontwerpen vereisten vele uren handwerk van gespecialiseerde wevers, die vaak dure materialen zoals zijde, goud- en zilverdraad in de tapijten verwerkten.

Vergeleken bij zulke staaltjes van verfijnd vakmanschap en toewijding, waren schilderijen relatief goedkoop. En als het geschilderde ontwerpen voor tapijten betrof, hadden die werken al helemaal een lage status, omdat ze als werkmateriaal werden beschouwd. Wie de tentoonstelling van tapijten en voorbereidende schilderijen die nu is te zien in Museum Boijmans Van Beuningen bezoekt, heeft moeite te geloven dat het ooit zo geweest moet zijn.

De expositie, die later dit jaar te zien zal zijn in het Prado in Madrid, toont een serie van acht wandtapijten met scènes uit het leven van de mythologische held Achilles, samen met acht eerste ontwerpen, geschetst in olieverf op houten panelen door Peter Paul Rubens, en zeven verder uitgewerkte geschilderde modelli. Daarmee wordt bijna het volledige productieproces van een 17de-eeuwse reeks wandtapijten geïllustreerd. Slechts de `kartons', levensgrote op stroken papier getekende ontwerpen die het directe voorbeeld vormden voor de wever, ontbreken.

In het geval van de succesvolle Achilles-serie zijn de kartons in de loop van de 17de eeuw verschillende malen hergebruikt, want er zijn meerdere edities van de reeks bekend. Toen ze opgebruikt waren, zijn ze waarschijnlijk weggegooid.

De tapijten in de tentoonstelling zijn afkomstig uit verschillende edities. Twee ervan, die recentelijk zijn herontdekt in een particuliere collectie, behoren waarschijnlijk tot de eerste reeks die omstreeks 1630-1635 is vervaardigd door de beroemde Brusselse firma van Daniël Eggermans.

Het tapijt met een voorstelling van de centaur – half mens half paard – Chiron die de jonge Achilles op zijn rug draagt om hem te onderrichten in het rijden en de jacht, laat zien hoe slecht deze kunstwerken de tand des tijds weerstaan. Het warme rood van het gewaad dat de mollige knaap Achilles in het geschilderde model draagt, is door lichtinwerking verbleekt tot een flets geel en het landschap in de achtergrond is een blauwige schim van de sappig groene heuvels in het model. Iets beter is het gesteld met een speciaal voor de expositie gerestaureerd tweede tapijt uit de eerste serie, dat Achilles voorstelt die zijn zwaard trekt om de Griekse leider Agamemnon te lijf te gaan.

De tentoonstelling nodigt uit tot vergelijking door een ingenieuze opstelling van panelen in drie concentrische halve cirkels, met in de binnenste de schetsen, in het midden de modelli en in de buitenste de wandtapijten. Door de open ruimtes tussen de panelen zie je in een oogopslag schets, model en tapijt van een en dezelfde compositie. Het opvallende verschil in kleurintensiteit tussen de tapijten en hun voorbeelden, trekt de aandacht naar de schilderijen. Maar dat zal niet de belangrijkste reden zijn waarom die in de loop der eeuwen de waardering voor wandtapijten steeds meer zijn gaan overtreffen. De Achilles-tapijten werden uitgevoerd door meerdere, vaak anonieme ambachtslieden, terwijl de schetsen geheel van de hand zijn van een groot kunstenaar. Zeker in het geval van Rubens krijg je het gevoel heel dicht bij zijn werkwijze te komen, als blijkt dat je de allereerste ondertekeningen die hij op het paneel aanbracht soms nog met het blote oog kunt herkennen. De losse penseelstreek die Rubens in de schetsen hanteerde, draagt bij aan het effect van spontaniteit en aan het beeld van de grootheid van de kunstenaar, die deze ingewikkelde composities snel en trefzeker opzet.

De modelli – schilderijen die met ruim een meter hoogte ongeveer vier keer de oppervlakte van de schetsen beslaan – zijn heel wat minder los en ogenschijnlijk spontaan tot stand gekomen: dit waren de min of meer definitieve ontwerpen van de composities die later uitvergroot zouden worden overgezet naar kartons.

Peter Paul Rubens liet de uitvoering van de modellen grotendeels over aan ateliermedewerkers, maar hield wel de supervisie door de belangrijkste figuren te schilderen, of in laatste instantie de compositie wat bij te werken en details aan te brengen.

Maar soms is duidelijk te zien dat de kracht en trefzekerheid van Rubens' schets in de handen van een ateliermedewerker verloren gaat. Zo lijken de stappen, van klein naar groot, in het productieproces van tapisserieën steeds verder af te drijven van de meesterhand, en werden wandtapijten van zeer kostbare voorwerpen tot op de kunstmarkt relatief goedkope substituten voor geheel eigenhandige schilderijen in de persoonlijke stijl van de meester.

Tentoonstelling: Peter Paul Rubens: het leven van Achilles. Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. T/m 16 november. Catalogus: 152 blz. €27. Inl. 010-4419475 of www.boijmans.nl