Op zoek naar de schuldvraag

Als je goed luistert, dan hoor je het al: het enorme, zuigende geluid van de westerse overheidsfinanciën.

Overal in de industriële wereld lopen de begrotingstekorten op. De Verenigde Staten verwachten een tekort van 4,6 procent van het bruto binnenlands product dit jaar alleen al. De prognoses zijn niet best. President Bush vroeg vorige week nog eens 87 miljard dollar voor de militaire inspanningen en wederopbouw van Afghanistan en Irak. Dat bedrag komt bovenop een aanzwellend tekort dat veroorzaakt is door een combinatie van laagconjunctuur en de steeds meer omstreden belastingverlagingen van Bush. Per saldo moet minstens 500 miljard dollar worden geleend. Dat is, relatief gezien, het grootste beroep op de kapitaalmarkt in ruim tien jaar.

Japan stevent intussen af op een begrotingstekort van rond de 8 procent, en zet daarmee de lijn door van de afgelopen zeven jaar. De eurolanden bereiken dit en volgend jaar samen een tekort dat volgens de Europese Commissie de 3 procent nadert. Dat is het hoogste sinds 1995.

Het gezamenlijke beroep van westerse overheden op de internationale kapitaalmarkt loopt dus fors op. Tot nu toe was dat geen groot probleem: met de economie in het dal en de aandelenkoersen op een dieptepunt was het animo van bedrijven en beleggers niet bijster groot om geld te steken in investeringen en aandelenbeleggingen.

Maar wat als de economie inderdaad opleeft, en het voorzichtige herstel van de aandelenkoersen van de afgelopen maanden duurzaam blijkt? Dan neemt de moeite van overheden toe om hun tekort te financieren. Dat heeft twee mogelijke gevolgen: de eerste is dat het grotere aanbod van verse staatsleningen en de afnemende vraag van beleggers elkaar vinden bij een hogere rentestand. Daardoor wordt de financiering van de begrotingstekorten duurder. Het andere mogelijke gevolg is dat overheden er niet langer van kunnen uitgaan dat zij het hele jaar door leningen kunnen uitgeven.

Tot een jaar of vijf geleden was het vooral bij kleinere overheden als de Nederlandse gebruikelijk om zo vroeg mogelijk in het jaar zo veel mogelijk geld uit de kapitaalmarkt te halen. Front-loading heette dat. Beter opgescheept zitten met iets te véél geld in het begin van het jaar, want je wist maar nooit of later in het jaar niet tegen veel slechtere voorwaarden moest worden geleend.

Ook nu neemt de nervositeit weer toe. De laatste weken gaat er bij elke grote nieuwe staatslening van de Verenigde Staten of Duitsland al een schokje door de obligatiemarkt. Het zuigende geluid zwelt aan. Minister Zalm van Financiën kan er volgend jaar maar beter vroeg bij zijn.