Het referendum is er, maar de EU grondwet nog lang niet

De VVD-fractie in de Tweede Kamer stemt nu in met een raadplegend referendum over de Europese grondwet. Maar wat er uiteindelijk met de uitslag gebeurt, blijft voorlopig onzeker.

Wat nu als de Nederlandse kiezers komend jaar juni per referendum tégen de invoering van een Europese grondwet stemmen? Stapt mede-oprichter Nederland dan uit de Europese Unie? Gaat de grondwet, die van alle reeds geldende Europese verdragen een systematisch geheel moet maken, en waarover sinds vorig jaar in een breed samengestelde Europese Conventie is onderhandeld, dan niet door? Of stemt de Tweede Kamer, ongeacht het advies van de bevolking, er toch gewoon mee in?

Dat is de reeks `stel'-vragen waar de VVD-leider in de Tweede Kamer, Jozias van Aartsen, gisteren geen antwoord op wilde geven. Maar zij duiden wel op de mogelijke consequenties van het besluit dat de VVD-fractie gisteren op initiatief van Van Aartsen nam. Namelijk om mee te werken aan het eerste nationale referendum ooit in Nederland.

Binnen de VVD-verhoudingen is die keuze van de Kamerfractie een overwinning voor Van Aartsen. Een deel, onder aanvoering van Europa-woordvoerder Van Baalen, was tegen het referendum, evenals VVD-leider en vice-premier Zalm. Van Aartsen heeft de steun gekregen van een ruime meerderheid, bleek gisteren in een fractievergadering. Dat mag een politiek feit van betekenis heten bij het beantwoorden van de vraag wie de politiek leider van de VVD is, die de keuzes van de partij kan bepalen. Van Aartsen wil daar echter niets van weten: hij noemde zo'n winst/verlies-balans gisteren ,,Haags geneuzel'' en verzekerde dat de referendumkwestie ,,Gerrit en mij niet uit elkaar zal spelen''.

De VVD vormt nu met GroenLinks, PvdA, D66, LPF, SP en de aanvankelijk aarzelende ChristenUnie – een ruime Kamermeerderheid, die volgend jaar juni, tegelijk met de verkiezingen voor het Europees parlement, een niet-bindend stemadvies wil vragen aan de Nederlandse kiezer over de invoering van een Europese grondwet. Alleen CDA en SGP zijn tegen dit raadplegend referendum.

Aan de VVD-keuze ging de afgelopen weken een intern debat vooraf tussen voorstanders en tegenstanders van het referendum. Van Baalen redeneerde dat een referendum op gespannen voet staat met de eigen verantwoordelijkheid van de Tweede Kamer, als volksvertegenwoordiging, om een inhoudelijke afweging te maken om voor of tegen de Europese grondwet te stemmen.

Het voornaamste argument van de voorstanders, zo lichtte de fractieleider gisteren toe, kwam uit het advies dat de Raad van State vorige week uitbracht over dit referendum. Daarin werd de invoering van de Europese grondwet vergeleken met een nationale grondwetswijziging. Daarvoor is een tussentijdse ontbinding nodig van de Tweede en Eerste Kamer. Aangezien deze procedure praktisch niet te realiseren is in de besluitvorming over de Europese grondwet, bleef volgens de Raad het raadplegend referendum over als ,,reële optie''. Voor dat argument, dat de initiatiefnemers van GroenLinks, PvdA en D66 ook al aanvoerden, bleken de VVD en ook de ChristenUnie gevoelig.

Op de achtergrond van deze principieel-democratische discussie spelen echter tal van andere zaken. De eerste is de inschatting die de partijen maken van de mogelijke praktische gevolgen van het referendum. Wat als de kiezer zo'n volksraadpleging benut om `nee' te zeggen? Het referendum roept bij de tegenstanders ervan spookbeelden op van Ierse en Deense toestanden. In die landen waren enige jaren geleden twee referenda nodig over de invoering van de euro, voordat de bevolking `toegaf' en instemde.

In Nederland zal die situatie zich niet voordoen. Mocht de kiezer `nee' zeggen tegen de Europese grondwet, dan kan de volksvertegenwoordiging daarvan afwijken, bijvoorbeeld uit vrees dat Nederland zich in Europa zal isoleren. Dat kan, omdat de kiezer in dit referendum wel geraadpleegd wordt door de Tweede Kamer, maar formeel alleen een niet-bindend stemadvies uitbrengt. Maar wat is een referendum waard als de uitslag ervan niet gevolgd wordt? Dat was de enige `stel'-vraag waarop Van Aartsen, persoonlijk voorstander van het referendum als instrument, gisteren wél wilde ingaan. Als de uitslag van het referendum erg afwijkt van de stemming in de Kamer ,,zegt dat wel wat over het instrument''.

De politieke partijen zullen naar verwachting in de aanloop naar het referendum aangeven hoe zij met de uitslag zullen omgaan, maar hebben dat nu nog niet gedaan. De opkomst en de percentages die de uitslag vormen, hebben op zich geen invloed op de geldigheid van het referendum. De partijen zijn vrij om er wel of niet gevolgen voor hun stemgedrag aan te verbinden. Van Aartsen noemde het gisteren ,,veel te vroeg om daar al iets over te zeggen'', zolang de tekst van de Europese grondwet nog niet vaststaat.

Complicerende factor in dit verband is weer dat het in het referendum hoe dan ook zal gaan om een eenduidig `ja' of `nee'. Via het referendum zijn geen amendementen op de voorliggende tekst mogelijk. Net als het parlement kan de kiezer `ja' of `nee' zeggen tegen de grondwet of preciezer, tegen de ja- of nee-vraag die een speciale, door de Kamer in te stellen commissie, nog zal formuleren. De partijen zullen dus ook een ja- of nee-campagne gaan voeren voor het referendum, nuances daartussen vallen weg.

Maar die nuances zijn wel mogelijk zolang de grondwet zelf nog onderwerp is van onderhandelingen tussen de regeringen van de EU-lidstaten. En die onderhandelingen beginnen pas in oktober. Van Aartsen maakte gisteren duidelijk dat de VVD-keuze voor het referendum ook in dat licht een betekenis heeft. Hij noemde het referendum een ,,extra stok achter de deur'' om het kabinet aan te sporen om in die onderhandelingen zoveel mogelijk binnen te halen. De VVD is binnen het kabinet wel de meest ontevreden partij over de uitgangstekst voor die onderhandelingen, de ontwerp-grondwet die uit de Europese Conventie is gekomen. In dat opzicht is een dreigende nee-campagne van de VVD in de aanloop naar het referendum een geschikt extra drukmiddel dat Nederlandse bewindslieden naar Europa mee kunnen nemen.