Gouverneur Tokio: bommen zijn gewoon

Het is niet meer dan ,,vanzelfsprekend'' dat sommige mensen het slachtoffer worden van een bomaanslag. Deze visie op terreurdaden gaf de aartsconservatieve gouverneur van Tokio, Shintaro Ishihara, de dag voor de herdenking van `11 september'.

Aanleiding voor de uitspraak was de vondst, een dag eerder, van een bom voor de deur van de Tokiose woning van een topambtenaar van het Japanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze diplomaat, Hitoshi Tanaka, speelt een cruciale rol in de Japanse relaties met Noord-Korea en geldt als verzoeningsgezind.

De mislukte aanslag is nummer twaalf in een rij incidenten die zijn gericht tegen Koreanen in Japan of linkse organisaties zoals de Sociaal Democratische Partij en de lerarenvakbond die sympathiek staan tegenover Noord-Korea. Bij het opeisen van de aanslagen duiken telkens drie namen op: Patriottisch Vrijwilligersleger, Eenheid ter Vernietiging van Korea en Eenheid ter Vernietiging van Verraders. Soms worden deze namen gecombineerd.

De aanslagen begonnen na de topontmoeting tussen de Japanse premier Junichiro Koizumi en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il in september vorig jaar. Topdiplomaat Tanaka speelde een cruciale rol tijdens die top en is daarom gehaat bij ultraconservatieven als Ishihara.

Ishihara ,,keurt terreur goed'', constateert de krant Asahi vandaag in een hoofdartikel, terwijl hij ,,verantwoordelijk [is] voor de veiligheid van de ingezetenen'' van Tokio. De krant meent daarom dat Ishihara ,,zich moet excuseren''. Ishihara heeft eerder de woede van buurlanden China en Korea gewekt door te stellen dat Chinezen en Koreanen een gevaar voor de openbare orde zijn of dat bepaalde vormen van misdaad nu eenmaal ,,in het DNA'' van Chinezen zitten.

Regeringswoordvoerder Yasuo Fukuda zei vandaag slechts dat de uitspraak van Ishihara ,,ongepast'' is, maar toonde begrip voor het feit dat Ishihara zijn uitspraak deed in het vuur van een verkiezingstoespraak op straat.