Een aanslag op egalitair Zweden zelf

Of de moord op minister Lindh nu politiek gemotiveerd is of niet, de daad wordt ervaren als een aanslag op de open Zweedse samenleving.

,,Een aanslag op onze open samenleving'', noemde premier Göran Persson gisteren de moord op minister van Buitenlandse Zaken Anna Lindh. Na de voorbereiding van een tv-debat over de euro, dat ze gisteravond zou hebben gehad, was er nog net even tijd om te winkelen met een vriendin. Ze ging naar het luxueuze warenhuis NK, in het hart van Stockholm, waar ze door een onbekende werd neergestoken.

Om meer dan één reden heeft Persson gelijk. Want niet alleen willen de Zweden de afstand tussen politici en burgers zo klein mogelijk houden. Het past binnen de egalitaire maatschappij die de Zweden voorstaan dat je in warenhuizen ministers tegen het lijf kunt lopen. Ook was Lindh als een jonge, ambitieuze werkende moeder en baas in een traditioneel mannenbolwerk, zelf een toonbeeld van die egalitaire samenleving.

De aanslag herinnerde natuurlijk aan die op premier Olof Palme toen hij, ook onbewaakt, op een winteravond in 1986 na bioscoopbezoek huiswaarts keerde samen met zijn vrouw. De nooit opgeloste moord is nog steeds een trauma voor Zweden. Hoe kon dit gebeuren? In een land dat door veel van zijn bewoners wordt gezien zo niet als het paradijs op aarde, dan toch op zijn minst als iets wat daar in de buurt komt.

Na Palme's dood stelden velen zich de vraag of politici meer bescherming moesten krijgen. Aanvankelijk gebeurde dat ook, maar al snel waren ze weer gewoon alleen op straat te zien, zoals ook in Nederland de strenge veiligheidsmaatregelen na de moord op Pim Fortuyn weer zijn versoepeld.

Je kunt de Zweden van naïviteit beschuldigen. In hun poging de ideale maatschappij op te bouwen, lijken ze soms de werkelijkheid uit het oog te verliezen. Dat bleek ook bij de Europese top in Gotenburg in juni 2001. Die liep volstrekt uit de hand, het diner van de staatshoofden moest verplaatst worden, omdat de politie dacht met terughoudendheid en redelijkheid de anti-globalisten wel de baas te kunnen. De grenzen werden niet tijdelijk gesloten voor mogelijke relschoppers, want dat druist in tegen een open samenleving, en over waterkanonnen beschikt de Zweedse politie nu eenmaal niet.

Ook nu weer zal in Zweden de vraag worden gesteld of politici meer bescherming moeten krijgen. Maar Peter Eriksson, leider van de Groenen, schetste vanmorgen al een spookbeeld van toppolitici die voortdurend omringd worden door bewakers en hij voegde er aan toe: ,,Ik hoop werkelijk dat het niet zo ver komt.''

Het antwoord op de vraag naar meer bescherming hangt af ook van het motief voor de moord – en die is onduidelijk zolang de dader niet is gepakt. In het geval van Palme is altijd twijfel blijven bestaan over het motief.

Was de dader een blanke Zuid-Afrikaan die zich verzette tegen Palme's anti-apartheidsbeleid? Gebeurde de moord in opdracht van een rechts regime in Zuid-Amerika? Of was het toch de `ensam galning' – de eenzame zonderling – Christer Petterson, die door Palme's vrouw als dader werd herkend, maar wegens gebrek aan bewijs is vrijgesproken?

Lindh had minder politieke tegenstanders dan Palme. Goed, ze was een groot voorstander van de euro en zeer betrokken bij de `ja'-campagne voor het referendum hierover komende zondag. En het is ook waar dat de meningen daarover de laatste weken hoog opliepen, maar het kan nauwelijks genoeg reden zijn geweest voor een aanslag. Het zag er bovendien naar uit dat de tegenstanders gemakkelijk zouden winnen. Alleen een politieke aardschok – zoals de moord op een populair politica als Lindh – leek de stemming in de opiniepeilingen nog te kunnen veranderen ten gunste van een `ja'.

Rutger Lindahl, hoogleraar politieke wetenschappen in Gotenburg, vermoedt daarom dat de moordaanslag heel goed het werk geweest kan zijn van ,,een drugsverslaafde die een beroemd iemand ziet''.

Indirect kan het euro-referendum een rol hebben gespeeld. Het debat over kroon of euro vertoont nostagische trekjes. Het heeft ook de onzekerheid blootgelegd bij veel Zweden, die het land nog zo graag voor de boze buitenwereld zouden willen beschermen om voort te leven in de droomwereld van de ideale verzorgingsstaat, waarin politici oog houden voor de zwakkeren. Lindh, als een van de meest uitgesproken voorstanders van de euro, leek die wereld te ontmaskeren.