Vader van de waterstofbom

De Amerikaanse fysicus Edward Teller, die gisteren op 95-jarige leeftijd in zijn huis op de campus van Stanford University aan de gevolgen van een hartaanval is overleden, gaat de geschiedenis in als `de vader van de waterstofbom'. Als onvermoeibaar pleitbezorger van nucleaire wapens en, in de jaren tachtig, van het Star Wars-programma, maakte hij zich talloze vijanden. Niettemin was zijn invloed op het Amerikaanse defensiebeleid groot.

Teller, zoon van een advocaat en een begaafd pianiste, groeide op in het tumultueuze Boedapest van na de Eerste Wereldoorlog. De communistische revolutie van Béla Kun en diens radenrepubliek maakten diepe indruk en zouden zijn leven blijvend beïnvloeden. Hij studeerde theoretische natuurkunde, promoveerde bij Werner Heisenberg en ontvluchtte Göttingen in 1933 toen duidelijk werd dat hij als jood in nazi-Duitsland niets te zoeken had. Amerika, zijn nieuwe vaderland, zou hij zijn leven lang trouw blijven.

Kernwapens hadden van meet af aan Tellers bijzondere aandacht. Met Szilard en Einstein waarschuwde hij in 1939 president Roosevelt voor het gevaar van een Duitse atoombom. Toen vier jaar later in Los Alamos onder leiding van Robert Oppenheimer het Manhattanproject van start ging, met als doel een Amerikaanse atoombom te ontwikkelen, werd ook Teller gevraagd mee te doen. Toen al zon hij op een waterstofbom – `more bang for a buck' – maar tot zijn ergernis wilde Oppenheimer er niet aan.

Toen de Russen in 1949 hun eerste atoombom tot ontploffing brachten, zag Teller zijn kans schoon zijn `super' er bij president Truman alsnog door te drukken. Tegen de zin van Oppenheimer kreeg hij een eigen wapenlaboratorium, Livermore. De beslissende doorbraak bij het maken van een waterstofbom bewerkstelligde Teller in 1951. Dieptepunt in zijn relaties met collega-fysici was zijn getuigenis tegen Oppenheimer in 1954 voor de beruchte commissie-McCarthy.

Teller was een echte havik en handelde vanuit een intens wantrouwen jegens de Sovjet-Unie. Hij keerde zich tegen een verbod op het testen van kernwapens en steunde president Reagan in zijn Strategic Defense Initiative: het Star Wars-programma met zijn ruimtelasers. Het bleek technisch een onhaalbare kaart.

In de jaren zeventig werd Teller mikpunt van anti-oorlogsactivisten, die hem identificeerden met de dolgedraaide Dr. Stangelove, `the man who loved the bomb'. Later zou Teller erkennen dat het werpen van atoombommen op Hiroshima en Nagasaki verkeerd was geweest.

In plaats daarvan had er een in de late avond hoog boven Tokio tot ontploffing moeten worden gebracht, die de stad in een verblindend licht had gezet zonder haar te verwoesten. ,,Als we erin waren geslaagd de oorlog te beëindigen met wetenschappelijk krachtsvertoon, maar zonder mensen te doden'', zo schreef hij in zijn memoires, ,,dan zouden we ons nu gelukkiger, verstandiger en veel veiliger voelen.''