Staatscalvinisme

Toen de landen om ons heen in de jaren '30 van de vorige eeuw de gouden standaard loslieten, hield ons land, onder leiding van Colijn, hieraan koppig vast. Onze gulden werd voor buitenlanders duur, de export stagneerde, onze concurrentiepositie moest daarom worden hersteld door de binnenlandse prijzen en lonen onder druk te zetten. Deze `aanpassing' ging gepaard met massale werkloosheid, armoede op grote schaal en veel sociale ellende. In de ogen van Colijn was dit een gerechtvaardigd offer: ons land hield zich aan de toezegging de munt aan het goud gekoppeld te houden. Een man een man, een woord een woord.

In Balkenende heeft Colijn zo'n zeventig jaar later een waardig opvolger gevonden. Onder invloed van de wereldwijde recessie, die automatisch tot stijgende overheidstekorten leidt, zijn in de machtigste eurolanden (en niet alleen daar) de in het zogenaamde Stabiliteitspact gestelde grenzen overschreden; in een aantal landen dreigt dit te gaan gebeuren.

De betrokken landen staan dan voor de keus de recessie krachtdadig te bestrijden, hetgeen altijd in eerste instantie nog oplopende overheidstekorten meebrengt, of de prioriteit te leggen bij het herstellen van het begrotingsevenwicht. Frankrijk en Duitsland leggen het accent op het eerste (evenals de Verenigde Staten), Nederland volgt het voorbeeld van Colijn. Wij houden ons aan onze verplichtingen, n'en déplaise de werkloosheid, armoede en sociale ellende die dit teweegbrengt.

Maar ons beleid doet in Europees verband, en zeker in wereldverband, maar weinig terzake. Onze economie zal weer aantrekken en onze overheidstekorten zullen pas weer kleiner worden of verdwijnen als in de grote landen de groei herstelt.

Het getuigt dus van schromelijke zelfoverschatting te denken dat wij een zelfstandig beleid kunnen voeren. De euro zal er niet sterker of zwakker door worden of wij ons, al dan niet als enige, aan het Stabiliteitspact houden. De hiermee gepaard gaande offers zijn dus eigenlijk een vorm van zelfkwelling.

Hoe is het toch te verklaren dat ons land onder leiding van Colijn en Balkenende een voorkeur aan de dag legt voor de `broekriemtherapie'? Waaraan is de voorkeur toe te schrijven voor benedenwaartse aanpassing van de economie boven actieve recessiebestrijding, voor financiële orthodoxie tegen elke prijs?

De verklaring ligt in de calvinistische levensovertuiging van de genoemde staatslieden. Soberheid is een groot goed, de mens moet zich, als Job, verzoenen met tegenslagen, lijden behoort bij het menselijk leven. Rijkdom en welvaart zijn enigszins suspect.

Als econoom kent Balkenende de gevaren van bezuinigingen in een recessie: verscherping van de laagconjunctuur, extra tegenvallers, nieuwe aanpassingen. Maar tussen economische beleidsopties wordt nu eenmaal niet op economische gronden gekozen. Psychologische oorzaken en/of religieuze grondslagen en opvoeding geven de doorslag, bewust of onbewust.

M.P. Gans is emeritus hoogleraar ondernemingsfinanciering Erasmus Universiteit Rotterdam.