Saneren en investeren

HET IS SCHRAPPEN bij het Nederlandse bedrijfsleven. Aan alle kanten trachten ondernemingen, groot en klein, te besparen op de kosten. Nu het economisch aanzienlijk minder goed loopt dan in het gouden laatste decennium van de vorige eeuw, moet er gereorganiseerd en gesaneerd worden. Bedrijfsonderdelen moeten sluiten of worden verkocht, investeringen gaan niet door, starters wachten af en het aantal faillissementen stijgt. Dat het in de beleving van velen zo slecht nog niet gaat, komt door de reserves die in de achterliggende jaren zijn opgebouwd. De lonen en het welvaartspeil zijn zo hoog dat van een crisis nog geen sprake is. Toch moeten de signalen uit de arbeidsmarkt serieus worden genomen. Het aantal vacatures is drastisch afgenomen; bijna overal wordt op personeel bespaard met het schrappen van banen of met ontslag van werknemers.

Bij de grote bedrijven vallen de reorganisaties van Heineken, Albert Heijn en V&D op. In dit warenhuisconcern, in feite al twintig jaar in de problemen, verliezen 2.300 medewerkers hun baan. Vestigingen gaan dicht en eerder afgesproken loonsverhogingen worden ongedaan gemaakt. Bij Albert Heijn verdwijnen 440 banen, een unicum in de geschiedenis van de tot nu toe steeds groeiende supermarktketen. Heineken ziet de bierverkopen in Nederland dalen en zet ook het mes in het personeelsbestand: 450 arbeidsplaatsen minder.

Dit zijn forse aantallen. Ze halen de krant en het avondnieuws op tv. Maar ze vallen in het niet vergeleken bij de tienduizenden banen die naar verwachting dit jaar in het midden- en kleinbedrijf verdwijnen. Uit een recente enquête van MKB-Nederland, de brancheorganisatie voor middelgrote en kleinere ondernemingen, blijkt dat talloze onbekende Nederlandse bedrijven en bedrijfjes in 2003 naar verwachting 96.000 arbeidsplaatsen zullen schrappen. Veel ondernemers verwachten voor dit jaar omzet- en winstdalingen; bijna de helft zegt geen investeringsplannen te hebben. Nederland telt ruim een half miljoen kleinere bedrijven. Ze hebben samen meer dan twee miljoen mensen in dienst. Als deze sector saneert is dat voelbaar in het hele land.

REDEN TOT ZORG is er zeker, maar de ontwikkeling moet wel in het perspectief van de onstuimige groei van de laatste jaren worden gezien. Van 1996 tot en met 2002 groeide de hoeveelheid banen in Nederland met 1,2 miljoen, een fenomenaal aantal, ook afgezet tegen de groei van de werkgelegenheid in de omringende landen. Uit onderzoek van deze krant blijkt dat vooral voormalige slaapsteden als Nieuwegein, Houten en Capelle aan den IJssel zich ontpopten als ware werksteden. Met 37.000 banen erbij – in met name de zakelijke dienstverlening – steeg de werkgelegenheid in Haarlemmermeer het sterkst.

Zo'n groei vasthouden is volgens de economische wetten onmogelijk. Dit betekent niet dat een neergang gelaten moet worden geaccepteerd. Een recessie dient men uit te zitten, maar juist nu kan de regering tonen dat ze niet alleen meesaneert en wegbezuinigt, maar ook bereid is om waar mogelijk en nodig te investeren. `Werk' was in 1994 het motto van het eerste kabinet-Kok. De gouden jaren waren net begonnen. Koks wens werd ruimschoots vervuld, hoewel dat niet louter de verdienste van zijn kabinet was. Op dit moment is het andersom. Het ziet er slecht uit, al hebben we het nog goed. Werk, en zeker overheidswerk, heeft als thema plaatsgemaakt voor de onderwerpen die destijds onderbelicht bleven: veiligheid, zorg, immigratie. Maar veiligheid en zorg hebben een stevige economische basis nodig en de immigranten moeten kunnen werken. Bevordering van de bedrijvigheid is de beste hulp. Schrappen en bezuinigen zijn noodzakelijk, maar niet genoeg. Dan begint het pas. Zonder werk en een gezond investeringsklimaat gaat het niet.