Rod Steiger

In `The Loved One' uit 1965 is de in 2002 overleden acteur Rod Steiger te zien in een komische rol. Vaker speelde hij historische figuren en somber kijkende hoge heren.

Lispelend en trippelend, het zijn niet direct de eerste twee dingen die in je opkomen bij de op 9 juli 2002 overleden acteur Rod Steiger. Als kind al had hij wegens zijn stoere fysiek de bijnaam Rodney de Rots. Toch speelt hij zo lichtvoetig de lijkbezorger Mr. Joyboy in The Loved One van Tony Richardson, een curieuze komedie uit 1965, die naar de roman van Evelyn Waugh de uitvaartindustrie als bizarre metafoor neemt voor het leven in de Verenigde Staten. Dit buitenbeentje in de filmografie van de op 14 april 1925 in New York geboren Rodney Stephen Steiger is nu te zien in de klassiekenreeks Moviedroom van het Haags Filmhuis.

Op de achterbank van een New Yorkse taxi kwam Steiger in 1954 de filmgeschiedenis binnenrijden, als Charley Malloy, de broer van Marlon Brando in Elia Kazans On the Waterfront, die hem van de havengangsters nog eenmaal tot de orde moest roepen. Hij kreeg er een Oscar-nominatie voor. Brando en Steiger hadden samen in de klas gezeten op de fameuze Actor's Studio, evenals medespelers Eva Marie Saint en Karl Malden. `The Method' was ongeveer het enige waartegen Steiger zich niet verzette als het erom ging een kenschets van zijn acteren te geven. Hij haatte het om een karakterspeler genoemd te worden. En hij had een nog grotere afkeer van de gewoonte om rollen naar hun sterren te modelleren in plaats van andersom. Hoewel de in een door alcoholisme geteisterde familie opgegroeide straatvechter Steiger naar eigen zeggen ooit eens zijn acteercarrière begon om meisjes te versieren, nam hij zijn werk uiterst serieus. Zo serieus dat er zelden een lachje afkon op de gezichten van zijn personages: zingend in Oklahoma! (1954), in de hoofdrol in Al Capone (1959), als Duitse militair in The Longest Day (1962), als door de holocaust getraumatiseerde pandjesbaas in The Pawnbroker (1964, tweede Oscar-nominatie), als kapper in Doctor Zhivago (1965), als racistische sheriff in In the Heat of the Night (1967, Oscar) als Napoleon in Waterloo (1970) en als Mussolini in 1974. Hij speelde pausen en rabbijnen, gangsters en agenten en werkte met bijna alle filmiconen, van Humphrey Bogart tot Claire Bloom (met wie hij ruim tien jaar getrouwd was). Nadat zijn carrière in de jaren zeventig wegens gezondheidsproblemen en depressies naar de achtergrond was verschoven, kwam hij in de jaren tachtig en negentig terug in kleine eigenzinnige rollen (onder andere in The Player van Robert Altman en Mars Attacks! Van Tim Burton) en in onafhankelijke films.

Hij speelde zelfs in een film die door zijn financieringsstructuur Nederlands genoemd wil worden: The Hollywood Sign (2001) naar het boek van Leon de Winter. Opeens oud geworden, met een kale, perkamenten kop. Maar nog steeds onverzettelijk.