Riefenstahls esthetiek bleef `belastet'

Eigenlijk had Leni Riefenstahl na Triumph des Willens en Olympia nog een propagandafilm voor de nazi's zullen maken. In 1939 volgde zij met de `Sonderfilmtrupp Riefenstahl' Hitler naar het front in Polen. Riefenstahl zou ook de Blitzkrieg vastleggen. Niet gewoon, als in een ordinaire `Wochenschau', maar `künstlerisch', zoals ze dat ook met de partijdagen en de Olympische Spelen had gedaan. Deze film is er niet gekomen. In het dorp Konskie was Riefenstahl op 12 september getuige van een van de eerste moordpartijen op Poolse joden door Duitse soldaten. Riefenstahl heeft na de oorlog altijd ontkend dat ze in Konskie ooggetuige was. Maar in de grondige biografie van de Duitse filmhistoricus Jürgen Trimborn, die vorig jaar verscheen, wordt aan de hand van nieuwe bronnen aannemelijk gemaakt dat zij de moord wél heeft gezien. `Konskie' gaat het verst van al Riefenstahls verdraaiingen en ontkenningen, die ze tot haar dood maandag in haar huis aan de Starnberger See heeft volgehouden. Tijdens de boekverbranding was ze op vakantie en tijdens de Kristallnacht op tournee door Amerika. Nee, zij had het niet geweten.

Helene Bertha Amalia Riefenstahl, danseres, actrice, regisseur, fotograaf, was graag de geschiedenis ingegaan als pure kunstenaar. Voor haar was de taak van de kunstenaar een eenvoudige: het is iemand die de schoonheid zoekt. Iemand die met politiek niets te maken heeft. Een van haar beroemdste uitspraken is dat Triumph des Willens net zo goed over groente had kunnen gaan als over een partijdag van de NSDAP. Kun je zo naïef zijn? Mag je zo naïef zijn?

Bijna niemand ontkent de artistieke kwaliteiten van Riefenstahl, maar dat ze zo beroemd is gebleven, ligt niet alleen daaraan. Haar roem balanceert op de grens tussen vorm en inhoud, ethiek en esthetiek, kunst en politiek. Riefenstahl belichaamt tegenstellingen die in deze cultuur nooit helemaal met elkaar verzoend kunnen worden. Haar films zijn nog steeds invloedrijk, maar soms niet van harte. George Lucas bekende dat hij er goed naar gekeken had voor de massascènes in Star Wars. Maar de Franse regisseur Claire Denis durfde het in Beau Travail niet meer aan om de mooie lichamen van soldaten zo glorieus symmetrisch, zo harmonieus in beeld te brengen. Ook dat is de schuld van Riefenstahl.

Riefenstahl begon haar carrière als danseres. Ze trad begin jaren twintig met haar lyrische choreografieën op in zalen in heel Duitstalig Europa. Daarna werd ze plotsklaps actrice in de Bergfilme van Arnold Fanck. Ze ontmoette de regisseur in Berlijn in een café en haalde hem over om een film voor haar te schrijven, ook al had ze nog nooit geacteerd en nog nooit geskied. Verlegenheid heeft nooit tot Riefenstahls eigenschappen gehoord. Ambitie wel. Na haar debuut in Der heilige Berg (1925) werd ze een filmster. Ook in Nederland verscheen ze in de filmbladen. Na vijf bergfilms vond ze in 1931 dat het tijd was om er zelf een te regisseren. Kort voor de première van Das blaue Licht in 1932 hoorde ze een rede van Hitler, en raakte zo onder de indruk dat ze hem wilde ontmoeten. Deze ontmoeting, door Riefenstahl veel later omschreven als ,,de grootste ramp van mijn leven'', en het door Hitler zeer gewaardeerde Blaue Licht, leidden tot de persoonlijke opdracht van de Führer om een film te maken over de partijdagen in Neurenberg. Het werden er uiteindelijk drie: Der Sieg des Glaubens (1933), Triumph des Willens (1935) en Tag der Freiheit! Unsere Wehrmacht! (1935). Drie jaar later volgde Olympia, Riefenstahls verslag van de Olympische Spelen in Berlijn. De films werden niet alleen in Duitsland goed ontvangen. Ze wonnen ook prijzen op internationale filmfestivals. Riefenstahls leerschool bij Arnold Fanck maakte haar misschien geschikt voor uiterst gestileerde documentaires als Triumph en Olympia. Anders dan toen gebruikelijk was, filmde Fanck bijvoorbeeld op locatie en vaak vanuit de lucht. Door haar speelfilmervaring zag Riefenstahl er ook geen been in dingen voor de camera nog eens over te doen. Een aantal beroemde beelden uit haar films, zoals de arbeiders met hun schoppen uit Triumph des Willens, kunnen eenvoudig niet op het moment zelf gefilmd zijn. Hitler en andere hoge nazi's deden hun toespraken graag nog eens voor haar over.

Riefenstahls films spraken ook aan omdat ze de prille verworvenheden van de Europese avant-garde toepaste: extreem lage of extreem hoge camerastandpunten, een niet-chronologische, ritmische montage, het synchroon bewegen van mensen die gegroepeerd worden tot geometrische vormen die hun individualiteit onderdrukken. De nazi's, die in andere kunsten zo conservatief waren, lieten in de cinema moderniteit toe – misschien omdat de film nog niet zo'n lange traditie had. En Riefenstahl had het geld en de middelen om moderne cinema in al zijn glorie te laten schijnen. Voor Olympia had ze bijvoorbeeld meer dan dertig cameramannen tot haar beschikking.

Riefenstahl bracht de eerste jaren na de oorlog af en aan in geallieerde interneringskampen door. In 1952 werd ze als `nicht belastet' volledig vrijgesproken. Maar films kreeg ze niet meer van de grond. Dat stak haar, vooral omdat andere nazifilmers, onder wie Veith Harlan, maker van uitgesproken antisemitische films als Jud Süss, gewoon weer aan het werk konden. Verbitterd vertrok ze naar Afrika. Maar ook aan de schitterende foto's die ze in de jaren zestig en zeventig van de Nuba in Soedan maakte, namen mensen aanstoot. In een beroemd artikel in de New York Review zag Susan Sontag weinig verschil tussen Riefenstahls propaganda voor de nazi's en de foto's van de Nuba. Haar fascinatie met het sterke en het schone, met gezonde, krachtige lichamen was hetzelfde gebleven. Riefenstahls esthetiek was nog steeds fascistisch. Op de foto's van de Nuba is inderdaad nooit iemand ziek, zwak of lelijk. De Nuba zijn de edelste wilden. Toch blijft het de vraag of dat ook een andere fotograaf aangerekend zou worden. Toen Riefenstahl al over de zeventig was, leerde ze diepzeeduiken en in 2002 maakte ze daar de film Korallengarten over. ,,Ze zullen nu wel weer zeggen dat ik te veel bruine vissen heb gefilmd'', zei ze daarover.

Van Riefenstahls oponthoud in Konskie in 1939 zijn een paar foto's overgeleverd. De doden en de gewonden blijven ook nu buiten beeld. We zien alleen haar gezicht, vertrokken van afschuw. Ook die foto moet bij haar oeuvre horen.