Paus

Gisteren liep ik rond op een tentoonstelling die vandaag door koningin Beatrix zou worden geopend. Een chroniqueur die zijn tijd vooruit is – kan er nog meer van mij verwacht worden?

Het gaat om de tentoonstelling `Pracht en Praal van de Paus' in het Museum Catharijneconvent te Utrecht. Daar staan honderd schatten uit het Vaticaan uitgestald, kostbaarheden die de laatste twee eeuwen voor elf pausen werden vervaardigd.

Ze zijn vooral afkomstig uit de pauselijke sacristie, een soort schatkamer achter de Sixtijnse kapel in Rome, waar ze niet bezichtigd kunnen worden. Ze worden ook nooit meer gebruikt, want de pausen zijn sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een stuk soberder geworden.

Mooie spulletjes, als ik het even oneerbiedig mag zeggen. Het varieert van een nog door paus Johannes XXIII gedragen tiara een driekroon in de vorm van een bijenkorf tot de groene, met goudstiksel versierde pantoffeltjes van paus Pius X, voorzien van een kruisje waarop de prelaten een kusje mochten drukken.

Prachtig allemaal, maar ik had zo graag meer willen weten over al die mannen die dit schoons gebruikt hebben. Waren het aardige, humane mannen, of incompentente, ijdele kwasten? Dat kom je op deze tentoonstelling niet aan de weet. Wel is er een galerij ingericht met portretten van een aantal pausen.

Er zijn strenge, vreugdeloze exemplaren bij, maar ook vriendelijke, vaderlijke types. Bij één van hen staat maar één jaartal vermeld: 1978. Ik ervoer het met een schokje, want ik was hem helemaal vergeten: paus Johannes Paulus I. Hij stierf in hetzelfde jaar dat hij was begonnen. In augustus gekozen, in september dood. En uitgerekend hij heeft de gemoedelijkste uitstraling van het hele stel. `De glimlachende paus' werd hij ook wel genoemd.

Ik raak over hem in gesprek met een deskundige, de theoloog Evert de Jong, ex-docent aan priesteropleidingen. ,,Ik heb zijn secretaris gekend'', zegt hij. ,,Die heeft mij verteld dat Johannes Paulus I vaak tegen hem had gezegd dat niet hij, maar de kardinaal die bij de verkiezing in 1978 in de Sixtijnse kapel tegenover hem zat, verkozen had moeten worden. Die vond hij veel geschikter voor het pausschap. De paus wilde niet zeggen wie die kardinaal was, maar daar kwam de secretaris later toch achter. Hij had kardinaal Woytila bedoeld, die hem na zijn dood als Johannes Paulus II, de huidige paus, zou opvolgen.''

Er gaan geruchten dat Johannes Paulus I vermoord is, maar daar zijn geen aanwijzingen voor. Hij zou aan een hartaanval zijn overleden.

In een voortreffelijk essay in de catalogus bij de tentoonstelling schrijft Ton van Schaik: ,,In de vroege ochtend van 28 september 1978 werd `de glimlachende paus' dood in bed aangetroffen door zuster Vicenza, die de dagelijkse kop koffie voor zijn slaapkamerdeur zette, maar daarna ook op herhaald kloppen niets hoorde. Radio Vaticana verzweeg de zuster en verving haar door een secretaris, en verzon er daarna nog wat vrome bijzonderheden bij, die later stuk voor stuk moesten worden herroepen.''

Het moet een paus geweest zijn die meer hechtte aan een kop koffie van zuster Vicenza dan aan een tiara. God had hem daar in Rome wel wat langer mogen bewaren.