Netwerkende marineman met liefde voor technologie

Voormalig hoofd van de Nederlandse marine, vice-admiraal Cees van Duyvendijk, vindt zijn overstap naar onderzoeksinstituut TNO zelf niet zo vreemd. ,,We zijn altijd een grote klant van TNO geweest'', zegt Van Duyvendijk, die sinds 1 juli in de raad van bestuur van TNO zit. Volgens hem haalt het onderzoeksinstituut bijna 20 procent van zijn omzet uit defensieopdrachten; omgerekend zo'n 95 miljoen euro. ,,Wellicht kan ik met mijn achtergrond wat betekenen voor TNO. Het instituut is bijvoorbeeld een van de gegadigden om mee te werken aan de bouw van de Joint Strike Fighter.''

Negenendertig jaar heeft Van Duyvendijk in de marine gediend. De eerste twintig jaar zat hij veel op zee. Hij voer op fregatten en specialiseerde zich in de bestrijding van onderzeeboten. Daarna kwam het kantoor. Hij werd meer en meer een manager en bekleedde steeds hogere functies. Eerst bij het ministerie van Defensie, daarna bij de NAVO. In 1998 werd hij Bevelhebber der Zeestrijdkrachten en kreeg daarmee het commando over de Nederlandse marine. Begin dit jaar ging hij met pensioen. Hij is nu 57 jaar oud.

,,Van Duyvendijk werd ook wel eens Cees-met-het-korte-lontje genoemd'', zo herinnert kolonel-ter-zee Ab van der Linde zich. Hij was hoofd voorlichting van de marine toen Van Duyvendijk daar de leiding had. ,,Cees is sterk resultaatgericht. Direct. Slagvaardig.'' Volgens Van der Linde, inmiddels adjunct-directeur voorlichting op het ministerie van Defensie, is Van Duyvendijk geen nerveuze of onrustige man. Eerder het tegendeel. ,,Maar hij weet wel precies waar hij naar toe wil. Als het niet gaat zoals hij wil, hoor je dat vanzelf.''

,,Van Duyvendijk heeft een zeer uitgebreid netwerk'', weet kolonel-ter-zee Peter Lenselink, chef kabinet van de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten. Volgens hem kent Van Duyvendijk nog veel mensen uit de periode dat hij in de Amerikaanse en Britse marine heeft gezeten. ,,En in Nederland heeft hij contacten in alle lagen van de samenleving'', aldus Lenselink.

Volgens Lenselink kan Van Duyvendijk goed ,,eilanden samenbrengen''. Van der Linde erkent dat. Zo is de marine in 1995 begonnen met de bouw van vier gloednieuwe luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF's), voorzien van allerlei geavanceerde, state-of-the-art technologie. Van der Linde: ,,Voor de uitvoering heeft Van Duyvendijk de marine aan tafel gebracht met TNO en een aantal bedrijven, waaronder De Koninklijke Schelde Groep. Dat doet hij erg doelmatig.''

In dat `samenbrengen' ziet Van Duyvendijk ook in zijn nieuwe functie een taak voor hem weggelegd. Er wordt nu volop gediscussieerd over de Nederlandse kenniseconomie, die achterop dreigt te raken. Het contact tussen universiteiten en bedrijfsleven kan beter, vindt Van Duyvendijk. ,,TNO zit tussen die twee blokken in en kan een brugfunctie vervullen'', zegt hij. En internationaal ziet hij ook mogelijkheden. ,,In Europa zijn vier à vijf TNO-achtige instituten. Die moeten meer gaan samenwerken.''

TNO nam eind vorig jaar de onderzoeksafdeling van KPN over. En via samenwerking met het Oostenrijkse onderzoeksinstituut Joanneum Research verschafte het instituut zich toegang tot de kennismarkt in Oostenrijk en Oost-Europa. Bij TNO werken nu 5.600 mensen. ,,Maar ik kan me voorstellen dat het instituut in de toekomst gaat uitbreiden'', zegt Van Duyvendijk. Dat heeft onder meer te maken met ,,nieuwe kwesties omtrent veiligheid'', zoals hij het noemt. Door de terroristische aanslagen in Amerika is dat onderwerp hoog op de agenda komen te staan. Zo hebben TNO en Clingendael een paar weken geleden het Centrum voor Strategische Studies opgericht. Het voert onder meer strategische en politieke analyses uit, en verzorgt lezingen over defensietechnologie.

Vindt Van Duyvendijk het niet zuur dat hij bij de marine is weggegaan op het moment dat er honderden miljoenen euro's moeten worden bezuinigd en duizenden banen verdwijnen? Van Duyvendijk: ,,Mijn tijd zat er gewoon op. Ik was met mijn 56 jaar al een oudgediende.''