Française in Japan

Er is, weet u, een culturele kloof tussen Japan en het Westen. En die culturele kloof brengt de Belgische Amélie flink in de problemen als ze een jaar in Japan gaat werken in de hoop een echte Japanse te worden.

Klinkt dat nogal schematisch? Nou, Stupeur et tremblements ís nogal schematisch. Want Amélie mag in Japan geboren zijn, ze mag dan vloeiend Japans spreken en alle relevante diploma's hebben behaald, het is niet voldoende. Zo ondergaat Amélie vernedering op vernedering, steeds met het blije gevoel dat ze niet lager kan zinken, waarop ze alsnog lager zinkt. Het kantoor, de gangen, de kopieerhokjes en de wc's, meer is Amélies Japan niet. Geen wonder dat ze haar verwachtingen elke keer opnieuw naar beneden bijstelt: ze heeft geen referentiekader, behalve het dromerige beeld van de stenen tuin uit haar jeugd en het uitzicht van de 64ste verdieping.Het is moeilijk vast te stellen wat de ervaren Franse regisseur Alain Corneau wilde maken. Een komedie? Sommige Japanse kantoorbewoners zijn er karikaturaal genoeg voor. Een tragedie? Wat Amélie overkomt ís hoogst tragisch. En Sylvie Testud kan haar even makkelijk knotsgek als diepdroef neerzetten. Het lijkt of Corneau niet kan kiezen. Behalve dan in cultureel-ideologisch opzicht, als ten slotte Westers falen nog altijd superieur blijkt aan Japans succes.

Stupeur et tremblements. Regie: Alain Corneau. Met: Sylvie Testud, Kaori Tsuji. In Ketelhuis, Amsterdam; Lux, Nijmegen; Lantaren/Venster, Rotterdam.