Een liedje voor jou

Als ergens in een Nederlandse jachthaven een accordeon opduikt, kun je er zeker van zijn dat alras de Zuiderzeeballade zal klinken. Hulpeloze omstanders zingen flarden tekst mee: waar is het water... en aan de horizon – leit Emmeloord... Het is een lied waar je op den duur gek van wordt, net zo versleten en dus niet meer goed waar te nemen als, zeg, de Zonnebloemen van Van Gogh. Maar het feit dat het moeilijk uit je hoofd te bannen is, en dat het daar telkens weer in springt als je de plaatsnaam `Emmeloord' tegenkomt, betekent toch dat het knap gemaakt is.

De Zuiderzeeballade, een tophit uit 1959, is een late uitloper van een eeuwenoud verschijnsel: dat liederen de geschiedenis weerspiegelden en belangrijke gebeurtenissen in het geheugen kerfden. Oorlogen, overstromingen, tragische liefdes leefden voort in liederen. Liedjes zijn onbeperkt reproduceerbaar zonder enig hulpmiddel, en zingen doet iets met een mens.

Vroeger had iedereen liederbundels. Er zijn er twee, zeer verschillende, die ik voor geen goud zou willen missen: Erks Deutscher Liederschatz, geërfd van mijn grootmoeder, en de kampliederenbundel van de Nederlandse Christen Studenten Vereniging, vreugde van de zomers van mijn jeugd. Ik wilde dat ik meer van de inhoud uit mijn hoofd kende, bijvoorbeeld om een lange autorit te bekorten (mijn autoradio is al jaren kapot). Nu doe ik dat meestal met Die beiden Grenadiere van Schumann, het langste lied waarvan ik de woorden kan dromen. Het is voorgoed verbonden met de herinnering aan een tuin in Frankrijk, waar ik zat met de historicus J.W. Schulte Nordholt, die het óók helemaal bleek te kennen. Zo zongen we getweeën: Was schert mich Weib, was schert mich Kind? Ich trage weit bess'res Verlangen...

Dat gaat over Napoleons Russische veldtocht: ook weer een historisch gegeven.

Liedjes verzoeten het leven, er klonteren niet alleen collectieve, maar ook eigen herinneringen aan. En liedjes horen natuurlijk heel erg bij de liefde. Enkele bevoorrechte vrouwen, pardon mensen, hebben een geliefde die liedjes voor ze maakt (Karel van het Reve schrijft over een componist die expres één liefdesliedje niet publiceert, zodat hij bij ieder nieuw meisje achter de piano kan gaan zitten: I've made a song for you...) Maar voor elk stadium, voor elke nuance van de liefde is er wel een bestaand liedje, ze komen vanzelf in je op. Meine Ruh' ist hin, mein Herz ist schwer... Er zijn ook gelieven die samen zingen, het is mij helaas nooit overkomen, maar samen luisteren is in ieder geval onmisbaar. Nog elementairder is het in je eentje uitzingen van je gevoelens: Dein ist mein Herz, dein!

Wat ik u, lezer, eigenlijk wilde vertellen is dat in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen een memorabele tentoonstelling van liederen is – het klinkt raar, maar het is ze echt gelukt – rond de Zuiderzee. Alle soorten komen er aan bod. Er is een stokoud Engels liedje over een meisje dat woont aan de `Zuyderzee': krakend geluid uit 1907 breekt door de tijdsgrens. Er zijn zeemansliederen, en ook liederen die gaan over die ingrijpende, bijna compleet uit het collectieve geheugen gevallen gebeurtenis, het afsluiten van de Zuiderzee, die het einde inluidde van een hele visserijcultuur.

De Zuiderzeeballade, waarnaar de tentoonstelling is genoemd, vormt maar een bescheiden onderdeel in een grote verzameling gezongen heroïek, tragiek en weemoed. Je krijgt er een indruk van hoe belangrijk liedjes zijn en vooral waren, toen er nog niet zoiets bestond als versterkte muziek. Toen liedjes alleen nog maar zelf versterking waren: versterking van het leven, zeg maar.