Cancún is nu de plek om te zijn

Een Mexicaanse badplaats stroomt vol voor een WTO-conferentie. Ministers, media, maar ook antiglobalisten, politiejeeps en marineschepen. Gaat het in Cancún ook ergens over?

Voor een conferentie die ook wel wordt aangeduid als een `momentopname halverwege', waarvan bovendien `niet te veel mag worden verwacht', heeft de vandaag begonnen vijfde ministersconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) aardig wat deelnemers aangetrokken. Meer dan 8.000, verdeeld over regeringsdelegaties, niet-gouvernementele organisaties en media. En buiten het officiële gedeelte nog eens duizenden anderen.

Daarmee drukt de WTO-conferentie een zwaar stempel op de plek van samenkomst, de in vochtige hitte gedrenkte Mexicaanse badplaats Cancún, waar in sommige hotels nog maar weinig, en in andere al helemaal geen toeristen te bekennen zijn. De overgebleven badgasten zien voor hun hotels politiejeeps en afzettingen en aan de achterkant, op de groenblauwe golven van de Caraïbische zee, oorlogsschepen van de Mexicaanse marine.

Want met zo'n groot internationaal evenement, in de week van de tweede verjaardag van `9-11', neemt de Mexicaanse regering geen enkel risico. Bovendien hebben in de directe nabijheid van de strook met luxe hotels waar het officiële gedeelte plaatsheeft, zich in het centrum van Cancún duizenden antiglobalisten verzameld. Zij willen ter plekke met onder andere demonstraties uiting geven aan hun ongenoegen over internationale handelsafspraken die te weinig rekening zouden houden met de belangen van mensheid en milieu.

Cancún is deze week, kortom, voor iedereen die niet van een ongestoorde strandvakantie wil genieten, maar een internationaal platform zoekt, de plek om te zijn.

Zo zal de Guatemalteekse Nobelprijswinnares Rigoberta Menchú een pleidooi houden voor eerlijke handel in koffie en de voorzitter van de Argentijnse suikerboeren, Jorge Zorreguieta, een persconferentie geven met de landbouwlobbyclub International Food & Agricultural Trade Policy Council.

Maar gaat het in Cancún ook ergens over?

Ja, maar eigenlijk over hetzelfde als een kleine twee jaar geleden. Toen kwam de wereldgemeenschap in november 2001 bijeen in de Qatarese hoofdstad Doha om een nieuwe poging te doen de wereldhandel te stimuleren door verdere liberalisering. Op een topbijeenkomst van de WTO in Seattle, twee jaar eerder, was dat nog mislukt. De standpunten van rijke en arme landen bleken te ver uit elkaar te liggen.

In Doha, met de terreuraanslagen in de Verenigde Staten nog vers in het geheugen, werd het accent meer gelegd op een helpende hand voor de armste landen.

De bijeenkomst deze week in Cancún is het ijkpunt ongeveer halverwege de in Doha begonnen `ontwikkelingsronde'. Eind volgend jaar, als de huidige ronde ten einde loopt, moeten er concrete resultaten zijn geboekt in een reeks dossiers. Tijd genoeg, zo lijkt het, maar tot nu toe gaat het niet goed met de agenda van Doha. Alle tussentijdse einddata zijn geschonden en er is geen substantiële vooruitgang geboekt in de meeste dossiers. [Vervolg CACÚN: pagina 18]

CANCÚN

Wij willen de markt openen

[Vervolg van pagina 15] De twee uitzonderingen hierop hebben zich afgespeeld in een tijdsbestek van een maand, aan de vooravond van de top van de handelsbesprekingen in het Mexicaanse Cancún. Begin augustus kwamen de Europese Unie en de Verenigde Staten een `raamakkoord' overeen in het taaie landbouwdossier. Dat kan de basis vormen voor een overeenkomst in de WTO (de wereldhandelsorganisatie). En een paar weken later zwichtten de VS eindelijk voor toenemende internationale druk om eindelijk het verzet op te geven tegen een akkoord dat de levering van goedkope, levensreddende medicijnen aan arme landen mogelijk maakt. De overige, toen 141, lidstaten van de WTO hadden zich bij de vorige besprekingen in Doha al achter dat akkoord geschaard.

De concessies van de Europese Unie (op landbouwgebied) en de Verenigde Staten worden gezien als pogingen om de bijeenkomst in Cancún voor een totale mislukking te behoeden. In de huidige `ontwikkelingsronde' staat er voor de arme landen veel op het spel, maar ook de rijke landen kunnen garen spinnen bij een succesvolle Doha-ronde. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick zei het gisteren op een persconferentie zonder omhalen. ,,Wij zijn voor ambitieuze resultaten. We willen markten openen.''

Maar de stemming bij de arme landen is somber. Ondanks de nadruk op ontwikkelingsdoelen in deze ronde van handelsbesprekingen lijken de grote spelers op het wereldtoneel – behalve de Europese Unie en de Verenigde Staten ook Japan en Canada – niet bereid te zijn tot werkelijk ingrijpende concessies met name op het gebied van de landbouw. Van alle boeren ter wereld leeft 96 procent in ontwikkelingslanden. Zij zorgen voor 70 procent van het bruto binnenlands product in hun landen.

,,Voor ons zou een mislukking van Cancún goed zijn'', zegt de Filippijnse boerenvoorman Raúl Montemayor, doelend op de ontwikkelingslanden. ,,De chaos die dan zou ontstaan, zou iedereen doen beseffen hoe noodzakelijk actie is. Wij hebben sowieso weinig te verliezen nadat we in vorige onderhandelingsrondes al weinig hebben gekregen.''

Maar in de rijke landen wordt veel geloof gehecht aan de impuls die een geslaagde WTO-conferentie de kwakkelende wereldeconomie kan geven. Want ook al duurt de Doha-ronde tot eind volgend jaar, er moet nu uitzicht zijn op succes na anderhalf jaar van moeizame, tussentijdse onderhandelingen. Een hoge ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken zegt: ,,Het van een mislukking weegt zwaarder dan het effect van een geslaagde conferentie''.

De opgave voor de handelsministers deze week is te komen tot een consensus over alle onderwerpen. In Doha werd al afgesproken dat het zou gaan om een zogenoemde `Single Undertaking': alle deelnemers moeten zich achter het akkoord scharen. Toen gebeurde dat in reservetijd, nadat het hardnekkige verzet van India was gebroken. ,,Dit spel'', zegt de EZ-functionaris, ,,wordt altijd tot de limiet gespeeld.''