Batman in de 19de eeuw

Er bestaat een heel fantastisch genre dat zijn bestaansrecht ontleent aan een grote strooptocht door de cultuurgeschiedenis. Het anachronisme is zijn belangrijkste stijlmiddel en de altijd fascinerende vraag wat er zou gebeuren als bijvoorbeeld Dr. Jekyll en Mr. Hyde Dracula zouden ontmoeten zijn voornaamste drijfveer. In de twee stripboeken over The League of Extraordinary Gentlemen van schrijver Alan Moore en tekenaar Kevin O'Neill wordt Dracula vertegenwoordigd door Mina Harker, de echtgenote van de beroemde vampierjager. Onder leiding van een voorvader van James Bond-baas M werkt zij samen met andere illustere fantasiefiguren als Kapitein Nemo en Dorian Gray om een spook dat door Europa waart te bestrijden. In de verbeelding van regisseur Stephen Norrington (van de vampierfilm Blade) werden deze ouderwetse helden moderne superwezens à la Bat- en Spiderman. Hiermee dacht hij waarschijnlijk zijn verantwoordelijkheid om een overtuigend verhaal te vertellen af te kunnen schuiven op de special effects-afdeling.

Sean Connery als Quartermain voert deze bonte troep aan. Hij leidt ze geroutineerd door de modieuze duisternis van het production design. Daarin valt weinig op: de ongeïnspireerde interpretatie van een fascinerende strip niet, het lamlendige gebrek aan interactie tussen de personages nauwelijks, evenmin als de stuurloze plot. Je zou bijna kunnen zeggen dat getracht is de film onzichtbaar te maken. Maar je kunt niet altijd alles aan het inbeeldingsvermogen van het publiek overlaten.

The League of Extraordinary Gentlemen. Regie: Stephen Norrington. In: 95 bioscopen.