Argentinië vindt wanbetaling terecht

Argentinië heeft definitief besloten een schuld van 2,9 miljard dollar aan het IMF niet op tijd te betalen. De nationale oppositie is sterker dan de internationale druk van het financiële establishment.

Argentinië heeft een record gebroken. Nooit eerder weigerde een land te voldoen aan een zo hoge betalingsverplichting – 2,9 miljard dollar – aan het Internationale Monetaire Fonds (IMF). Een bedrag dat uiterlijk gisteren moest worden afbetaald, hetgeen niet gebeurde. Het land schaart zich door de wanbetaling definitief in het rijtje van internationale financiële brekebenen als Irak, Zimbabwe, Liberia of Soedan.

Toch is de doorsnee Argentijn opgelucht. Trots. Hun nieuwe president Néstor Kirchner trotseert de bemoeizuchtige bondgenoot van het grootkapitaal zoals het IMF hier toch vooral wordt gezien. ,,Voor educatie, brood en werk en tegen de yankees en het IMF'', schreeuwden duizenden demonstranten die gisteren door het koude centrum van Buenos Aires trokken. Ze krijgen voorlopig hun zin. De Argentijnse regering is minder bang voor het isolement van het internationale financiële establishment dan voor de toorn van de nationale oppositie.

Op de televisie verschenen gisteren economen om uit te leggen dat op de korte termijn de Argentijnen geen hinder zullen ondervinden van de wanbetaling. Sancties wegens het niet nakomen van financiële verplichtingen aan het IMF zullen zeker nog enige maanden op zich laten wachten. En dus is er ondanks het verstrijken van de deadline verdere ruimte om te praten, redeneert men hier. Een woordvoerder van de regering wees er dan ook sussend op dat de onderhandelingen niet zijn afgebroken. En de rest van de avond genoten de Argentijnen van het nationale voetbalelftal, dat de WK-kwalificatiewedstrijd in Caracas tegen Venezuela met 3-0 won.

Ongeveer 140 miljard dollar schuld heeft Argentinië. Sinds 18 maanden wordt dat bedrag niet meer afgelost. Het land is in een historische economische crisis beland. De nationale munt heeft eenderde van haar waarde verloren. De werkloosheid bedraagt twintig procent en bijna de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Maar mede door het niet betalen van schulden en het aantrekken van de export van de nu relatief goedkope Argentijnse producten – voornamelijk uit de landbouwsector – begint de economie zich te herstellen. Dit jaar wordt een groei van 5,5 procent voorspeld: de hoogste in Latijns Amerika.

De Argentijnse regering vreest dat door de in haar ogen te rigide afbetalingsvoorwaarden die het IMF wil opleggen de voorzichtige economische opleving teniet wordt gedaan. ,,Ik blijf de zijde van het volk kiezen'', zei president Kirchner vorige week, toen hij zijn eerste honderd dagen aan de macht vierde. En het IMF is volgens hem tegen het volk. Dat het IMF als voorwaarde voor een sanering van de schulden – het geven van een hulppakket – onder meer eist dat de tarieven van publieke diensten worden verhoogd, is voor de regering Kirchner onverkoopbaar. Meer betalen voor gas, water en licht betekent volgens de Argentijnen alleen maar het spekken van de kas van de Spaanse, Italiaanse en Franse ondernemingen die in de jaren negentig deze geprivatiseerde staatsbedrijven hebben overgenomen.

De enorme afkeer van het IMF dateert ook uit die tijd. Het IMF was de bondgenoot van de toenmalige neoliberale president Carlos Menem. Onder zijn bewind – de man werd twee keer democratisch gekozen – is de enorme schuld opgebouwd die het land nu in grote moeilijkheden brengt. Het IMF had destijds maar beter moeten opletten toen het instemde met het lenen van geld aan Argentinië. Het is oneerlijk om de Argentijnen hier nu alleen voor te laten opdraaien. Argentinië kreeg voor die opvatting opvallend genoeg gedeeltelijke steun uit onverdachte hoek. De Amerikaanse regering riep het IMF publiekelijk op flexibel te zijn.

Een ander geschilpunt dat het IMF en de Argentijnse regering in onderhandelingen niet wisten te overbruggen, betrof de omvang van het begrotingsoverschot. Het IMF wil dat Argentinië vastlegt de komende jaren gemiddeld minimaal drie procent meer inkomsten dan uitgaven na te streven. Alleen met een dergelijk overschot kunnen de schuldeisers worden afbetaald. Argentinië vindt dat een te hoog percentage.

Nog gevoeliger ligt de eis van het IMF dat de banken worden schadeloos gesteld voor het verlies dat ze hebben geleden door de plotselinge waardevermindering van de nationale munt de peso, die tot achttien maanden geleden nog evenveel waard was als de dollar. Ook hier geldt dat het politiek intern niet is uit te leggen dat de schaarse financiële middelen – Argentinië heeft een nationale reserve van dertien miljard dollar – worden gebruikt om banken te betalen. Economie is uiteindelijk gewoon politiek. Zolang bankiers niet met potten en pannen het stadscentrum op stelten zetten en de veel talrijkere werklozen dat bijna dagelijks wel doen, is voor de Argentijnse regering de keuze voorlopig snel gemaakt.