Spuitje

Bij monde van zijn advocaat Vermassen laat dierendokter Landuyt nu weten dat hij nooit en te nimmer `producten' aan wielrenners heeft verstrekt. Vierentwintig uur geleden stelde Vermassen nog dat de producten die Landuyt uitreikte aan wielrenners misschien wel, maar misschien ook niet, tot de verboden substanties behoorden. Duidelijk is dat het oninteressante bedrijf van de Vlaamse Commotie is aangebroken: de waarheid is een slappe lange vinger op een kom juridische pudding.

Het begon zo mooi. Als gelijken leggen wielrenners, duivenmelkers en paardenfokkers hun sportieve lot in handen van een dierenarts. Verrukt ontving ik het nieuws: het bestaat nog, de traditie is niet dood.

Dik twintig jaar geleden deed een assistent-ploegleider mij een aanbeveling. ,,Als ge rap wilt koersen, manneke, dan moet ge langs d'n veterinair.'' Intens tevreden hoorde ik het aan. Ik was doorgedrongen tot het hart van de wielercultuur. Was het niet hierom dat ik professional was geworden? De poort van het irreële, nee, het surreële opende zich. Ook Jeroen Bosch was niet dood.

Maar wendde ik mij ook tot de veterinair? Neen. Of toch. Eén keer. Dat was toen wij onze zandkleurige, tot op de draad versleten bastaard Youri op de meest pijnloze reis naar een dimensieloze toekomst zonden. Hij was zwaar. Op twee skateboards duwden we hem naar de auto. En hij wist het. In de stille hondenogen een mengsel van angst en berusting.

In de pers rept men van een `hormonenschandaal'. Globaal (en als gebruikelijk) onderscheiden zich twee kampen. Het kamp dat tot aan zijn oksel in het hol van Museeuw cs zit en het kamp dat nauwelijks kan verhullen dat het zich uit ongeloof van pret op de kniëen slaat. (Een pluim voor de redactie van Canvas Teletekst. Men brengt het nieuws onder het kurkdroge kopje: doping. Doping, een volwaardige olympische discipline.)

En we hebben de omerta van het milieu. Omerta, eens een sneu speeltje, nu dodelijke ernst. Bij hormonen horen kogels, zo leert de geschiedenis. De omerta die het voor elkaar kreeg dat doping als instituut een nog grotere vedette is geworden dan Museeuw.

Hét verheugende nieuws is natuurlijk dat met de dierenarts het amateurisme in het peloton is teruggekeerd. Goddank gaat het weer om de hitte, om koorts, om hoop, strijd en nood. In het wielrennen staat medische technocratie niet gelijk aan vooruitgang. Teveel technocratie levert niets anders op dan een wedkamp tussen opgezette dieren.

Afgelopen zaterdag in deze krant een interview met Arne Ljungqvist, voorzitter van de medische commissie van het IOC. Ljungqvist stelt dat de dopingbestrijding ,,meer weet dan de atleten''. En meer dan de ploegdokters waarschijnlijk. Anders kan ik de vluchtroute naar de veterinair niet verklaren. Leve Landuyt, zou ik bijna roepen.

Overigens meen ik dat een mens – en wat anders is een wielrenner – zich uitsluitend naar de veterinair spoede voor het verlossende spuitje.