Scherpe kritiek na oversterfte Frankrijk

`Gebrek aan inzicht, organisatie en overzicht' is volgens een gisteren verschenen rapport de oorzaak geweest van de dramatische oversterfte in Frankrijk vorige maand ten gevolge van een hittegolf.

Het rapport is in opdracht van minister van Volksgezondheid Jean-François Mattei opgesteld door drie artsen onder leiding van een hoge ambtenaar van het Franse ministerie van Sociale Zaken.

De positie van Mattei, hevig bekritiseerd wegens zijn late reactie op de ramp, wordt niet ter discussie gesteld. Volgens critici was het te verwachten dat de opdrachtgever van het rapport buiten schot zou blijven. Mattei wordt donderdag gehoord in het kader van een parlementair onderzoek naar de ramp.

De hittegolf, die van ongeveer van 5 tot 15 augustus duurde, kostte volgens voorlopige officiële schattingen aan 11.435 meest oudere mensen het leven.

De hittegolf viel samen met de nationale vakantieperiode, die de maand augustus bij traditie is in Frankrijk. Eenderde van het ziekenhuispersoneel was daardoor afwezig, evenals veel huisartsen. Hele ziekenhuisafdelingen waren gesloten.

Er schortte volgens het rapport ook veel aan de communicatie tussen de betrokken ministeries en de onder hun verantwoordelijkheid vallende diensten.

Er ontstond gaandeweg ,,een aanzienlijk verschil tussen de werkelijkheid van de crisis en de beleving daarvan door de gezondheidsdiensten''. Zo werden in Parijs vanaf 6 augustus tien keer meer lijken dan normaal aangetroffen van thuis overledenen, maar zei minister Mattei nog op 11 augustus dat de toestand niet alarmerend was.

Pas op 14 augustus werd het `witte plan' in werking gesteld, waarbij ziekenhuisbedden werden vrijgemaakt en personeel werd teruggeroepen.

De rapportopstellers bevelen een `reorganisatie' van het Nationaal Instituut van Toezicht op de Volksgezondheid aan en van het aanmeldingssysteem van sterfgevallen.

Een particuliere begrafenisondernemer bracht rond 20 augustus de eerste dramatische sterftecijfers naar buiten, die toen nog als overdreven werden voorgesteld door de overheid. De begrafenisondernemer hield het op een oversterfte van 10.500 in drie weken. Het voorlopige cijfer van 11.435 betreft een periode van twee weken.