Prinses Laurentien geeft leesles

Prinses Laurentien en staatssecretaris Nijs (Onderwijs) bezochten op de aan analfabeten gewijde dag diverse lessen en projecten.

,,Ik zit op school. Voor lezen en schrijven. Het is er vaak heel leuk, maar vaak ook heel...'', Bas aarzelt. ,,Zie je, hier kom ik weer vast te zitten'', zegt hij en vervolgt ingespannen lezend: ,,Maar vaak ook heel....moeilijk''. Dit is niet een leesles voor een kind, maar het zelfgeschreven verhaaltje van een al gepensioneerde man. Bas is een van de anderhalf miljoen functioneel analfabeten die Nederland telt. Functioneel analfabeten zijn mensen die niet zelf formulieren kunnen invullen, een kaartje kopen bij de NS-automaat of de aanbiedingen lezen in de supermarktfolder. Het zijn overwegend autochtone Nederlanders.

Aan een tafeltje in een gebouw van het Mondriaan Stadscollege voor Educatie in Den Haag, zitten An (56) en Ria Klob (56). Ze moeten een krantenartikeltje lezen over de ontvoering van Lusanne en daarover vragen beantwoorden. Dat vinden ze moeilijk, want ,,je moet met hele zinnen antwoorden.''

Veel analfabeten schamen zich. Ze hanteren legio smoezen om hun onmacht te verhullen, variërend van: ik ben mijn bril vergeten, mag ik het formulier mee naar huis nemen tot: mijn hand zit in het verband, ik kan even niet schrijven. Daarom wil An ook niet met haar achternaam in de krant. Zelfs haar dochter weet niet dat ze niet kan lezen. ,,Ik heb het altijd voor haar verzwegen. Als ze me een briefje vroeg voor school omdat ze ziek was geweest, lukte dat wel.'' Nu is haar dochter getrouwd en heeft An de tijd om te leren schrijven. Dat wil ze graag, want werken op de computer lijkt haar ,,ontiegelijk leuk''. Waarom kan ze niet lezen? An: ,,Vroeger ging je niet naar school als je ouders geen geld hadden. Ik was dertien toen ik in een hotel ging werken.''

Joyce Goddijn doceert Nederlands en Engels aan functioneel analfabeten. Ze zegt het ,,geweldig'' te vinden mensen met een achterstand te helpen. ,,Ze vragen zelf om les en zijn blij met hun vooruitgang.'' De docenten aan het Mondriaan Stadscollege maken veel lesmateriaal zelf, want de meeste lesmethodes Nederlands zijn voor anderstaligen gemaakt. Er wordt veel gebruik gemaakt van reclamefolders of veiligheidsvoorschriften die ze meenemen van hun werk. Zaken die de cursisten tegenkomen in het dagelijks leven.

Prinses Laurentien hurkt neer bij een man die een leesles doet op de computer. Hij biedt de prinses haastig zijn zitplaats aan: ,,U mag hier wel zitten hoor.'' Maar Laurentien gebaart ,,Nee, nee'', en legt haar hand op de getatoeëerde arm van de man. Ze leest met hem mee wat op het scherm staat.

Er zijn verschillende groepen, vertelt T. Bersee van het Centrum voor Innovatie van Opleidingen (Cinop). ,,Je hebt naast ouderen die weinig kans hebben gehad op scholing ook jongeren. Zeven procent van de jongeren tussen 16 en 24 jaar is functioneel analfabeet. Vaak zijn dat voortijdig schoolverlaters. Verder denken we dat veel van de tweede en derde generatie allochtonen van jongsaf aan een taalachterstand hebben. Daarnaast zijn er `langzame leerders', kinderen die bijvoorbeeld een leerstoornis hebben.''

Het lijkt onwaarschijnlijk dat kinderen de basisschool doorlopen zonder het Nederlands goed beheersen. Maar het blijkt dat sommige kinderen naar de volgende klas mogen, omdat leerkrachten niks met die kinderen aankunnen. Bersee: ,,Die kinderen hebben dus moeite met schrijven als ze van school komen en dus proberen ze het te vermijden. Terwijl je lezen en schrijven dagelijks moet onderhouden.''

Bersee bepleit `stucturele' aandacht. ,,Bedrijven moeten er alert op zijn dat ze laaggeletterden in dienst hebben en in cursussen investeren. Zes procent van de beroepsbevolking is functioneel analfabeet en staat dus zwak op de arbeidsmarkt.'' Hij vindt dat de vakbonden ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Ook de gemeenten hebben een belangrijke rol te vervullen. ,,Zij ontvangen geld voor educatie. Het is van belang dat zij de problematiek kennen.''

Petra is een van de jongste cursisten. Ze is pas getrouwd. ,,Straks komen m'n kinderen mischien bij me met een vraag en dan kan ik ze niet helpen. Ik doe het voor hun.''