Passie voor draaiorgels

Mr. Romke de Waard, die donderdag op 84-jarige leeftijd is overleden, was naast zijn carrière in de rechterlijke macht de grootste draaiorgelpropagandist die Nederland ooit heeft gehad. Aan hem is onder meer het bezienswaardige museum Van Speeldoos tot Pierement te danken, en het feit dat diverse klassieke draaiorgels voor ons land behouden zijn gebleven. ,,Men mag mij een orgelgek noemen'', beaamde hij.

De Waard was in de jaren vijftig en zestig rechter in Amsterdam. In 1969 werd hij benoemd tot raadsheer aan het Gerechtshof en in 1978 tot raadsheer aan de Hoge Raad. Maar minstens zo vaak kwam hij in de krant als voorzitter van de mede door hem opgerichte Kring van Draaiorgelvrienden en als initiatiefnemer voor het draaiorgelmuseum, dat in 1958 werd gevestigd in het Catherijneconvent in Utrecht en nu onderdak heeft in de mooie, middeleeuwse Buurkerk. Ook heeft De Waard zich onvermoeibaar beijverd voor het behoud van allerlei draaiorgels, die naar het buitenland – vooral Japan – dreigden te gaan. ,,Het grote probleem is, dat Nederlandse orgels in het buitenland ongeveer het dubbele waard zijn van wat ze hier opbrengen'', zei hij in deze krant. Via een netwerk van regionale en plaatselijke stichtingen werden toch diverse orgels gered. Potentiële kopers werd gewezen op de mogelijkheid in Nederland een nieuw orgel te laten bouwen.

De Waard wist alles van registers, disposities, balgen en windladen, en legde zijn kennis van draaiorgels en carillons ook in enkele boeken vast. In zijn laatste boek, Draaiorgels, hun geschiedenis en betekenis (1996), schreef hij over ,,het bijzondere karakter'' van deze instrumenten: ,,Zowel wegens de speciale aard van hun muziek als wegens hun ingenieuze structuur en bekorende uiterlijk zijn zij bewonderenswaardig in hun pluriformiteit.''

Die bewondering vormde de basis van een gepassioneerd hobbyisme, waarmee De Waard heel veel heeft bereikt.