Manoeuvreerruimte klein EU-land is heel beperkt

Minister De Hoop Scheffer vindt dat als grote EU-landen het eens zijn over buitenlands beleid, kleine landen moeilijk kunnen zeggen het daarmee oneens te zijn. Dat is waar.

Op papier hebben kleine landen evenveel over het gemeenschappelijk buitenlands beleid van de Europese Unie te zeggen als grote. Geen Europees land wil het recht van veto opgeven bij het buitenlands beleid. Maar in de praktijk leggen de meningen van de regeringen van grote landen meer gewicht in de schaal.

Landen als Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland hebben militair, economisch en diplomatiek meer invloed dan Luxemburg, Letland en Malta. Wanneer de grote het met elkaar eens zijn over Europees buitenlands beleid en een klein land waagt het hiertegen een veto uit te spreken, is het belangrijkste gevolg dat dit kleine land zijn betrekkingen met de grote schaadt. Zo vertelde de premier van een klein land eens dat als hij het had gewaagd een veto uit te spreken, zijn quotum er voor de rest van het jaar opzat.

De constatering van minister Jaap de Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) zaterdag dat wanneer de grote Europese landen het eens zijn, kleine landen daartegen moeilijk iets meer kunnen inbrengen, is niet onjuist. Het probleem is echter dat bij grote internationale crises, zoals dit jaar bij de oorlog tegen Irak, de grote Europese landen het niet eens zijn.

In de jaren zestig, toen de toenmalige Europese Gemeenschap nog uit zes landen bestond, had Nederland nog de ambitie een brugfunctie tussen de grote landen te vervullen. Maar sindsdien is Europa grondig veranderd. In de EU die volgend jaar 25 lidstaten telt, vormen de kleine landen de meerderheid. Die kunnen niet alle tussen de groten bemiddelen. Bovendien: ooit waren alleen Frankrijk en Duitsland groot. In de jaren zeventig kwam daar Groot-Brittannië bij. Spanje voelt zich inmiddels ook groot en Italië stelt zich ook niet meer tevreden met de vroegere rol van kleinste van de grote. Premier Berlusconi's grootste genoegen is het ontvangen van de groten der aarde.

Al kan het op papier niet, de grote landen vinden dat zij meer te zeggen hebben dan kleine landen. Dat is tegenwoordig zelfs het geval met Duitsland, dat traditioneel altijd de belangen van grote en kleine in Europa met elkaar probeerde te verzoenen. Minister Fischer van Buitenlandse Zaken, ergert zich mateloos dat negentien kleine landen met 20 procent van de Europese bevolking het wagen om bij de onderhandelingen over een Europees constitutioneel verdrag niet te doen wat grote landen willen.

Bij de Conventie over de toekomst van Europa hebben eerder dit jaar veel parlementariërs bepleit het vetorecht bij de vaststelling van het Europese gemeenschappelijke buitenlands beleid af te schaffen. Een Europa van 25 landen kan moeilijk functioneren wanneer besluitvorming door een enkel land kan worden tegengehouden. Maar tevens wil geen land het vetorecht opgeven. Alle ministers van Buitenlandse Zaken, inclusief De Hoop Scheffer, beschouwen het als hun taak nationale belangen te verdedigen zelfs wanneer dit eventueel ten koste gaat van een gemeenschappelijk Europees belang. Dat bleek bijvoorbeeld in de aanloop naar de oorlog tegen Irak, toen de standpunten uiteenliepen van oppositie tegen de oorlog (Frankrijk, Duitsland, België en Luxemburg) tot steun van onder andere Groot-Brittannië, Spanje en Nederland. Tegelijkertijd echter stelt De Hoop Scheffer de beperking van zijn mogelijkheden als Haags vertegenwoordiger vast. De Nederlandse invloed in Europa heeft altijd zijn grenzen gekend, maar is door de uitbreiding van de EU steeds kleiner geworden. Dat is geen nieuwe analyse. Nieuw is dat een Nederlandse minister het zegt en tegelijkertijd niets wil weten van inlevering van zijn vetorecht. Veel van zijn collega's met wie hij afgelopen weekeinde in Riva del Garda informeel overlegde, vinden hetzelfde maar zeggen het niet om geen geloofwaardigheid als verdediger van nationale belangen te verliezen.

De enige die tevreden over De Hoop Scheffers uitspraken kunnen zijn, zijn de grote landen. De Belgische krant De Standaard veronderstelde dat De Hoop Scheffer hardop gedacht heeft wegens ambities secretaris-generaal van de NAVO te worden. België voelt met de luid tamboererende minister van Buitenlandse Zaken Michel in ieder geval niet voor een bescheiden opstelling van kleine landen tegenover grote.