Kapitale slag van Chelsea

Het Britse transferseizoen voor voetballers mag gesloten zijn, buiten het veld sloeg Chelsea gisteren alsnog een kapitale slag. Paul Kenyon, de man achter het zakelijke succes van Manchester United, wordt directeur van de Londense aartsrivaal, het laatste speeltje van de Russische miljardair Abramovitsj. De combinatie van extra geld en Kenyons talent om dat effectief te besteden tonen de vastberadenheid van de Rus om het bijna-monopolie van `Man U' in de Premier League te doorbreken. Onder Kenyon (49) groeide de club uit tot een wereldmerk en de rijkste beursgenoteerde voetbalclub. Hij sloot contracten met Vodafone en Nike, die hem in staat stelden wereldwijd spelers te kopen en te houden. Een Beckham, Van Nistelrooy en Rio Ferdinand konden schitteren onder regie van Alex Ferguson, wiens pensioen Kenyon twee jaar geleden voorkwam.

Zijn succesformule mag hij nu bij `Chelski' zien te kopiëren, maar de uitslag staat niet vast. ,,Veel geld betekent niet automatisch succes'', zei hij zelf in juli, toen Abramovitsj voor 140 miljoen pond (198 miljoen euro) de Londense club overnam en daarna voor 111 miljoen pond aan nieuwe spelers begon in te slaan.

Of hij net zo goed kan samenwerken met Chelsea's tsaar als voorheen met de aandeelhouders is afwachten. Voor Man U, waarvan het aandeel 6 procent daalde, is zijn vertrek meer slecht nieuws en in sommige ogen zelfs verraad. De club suizebolt nog na van het – door Kenyon doorgedrukte – omstreden vertrek van Beckham naar Real Madrid. De 25 miljoen pond die Kenyon daarmee verdiende heeft zijn oude club de komende tijd hard nodig.