Italië herinterpreteert oorlogsverleden

Gisteren was het 60 jaar geleden dat Italië de kant koos van de geallieerden, ten koste van de nazi's. Was het verraad of getuigde het van moed?

Gisteren was het zestig jaar geleden dat Italië bondgenoot nazi-Duitsland in de steek liet en de wapenstilstand met de geallieerden bekendmaakte. Dit gebeurde 45 dagen nadat de fascistische dictator Mussolini was afgezet en gevangen genomen, vanwege de grote verliezen die hij tegen de geallieerden op Sicilië leed.

Voor het buitenland was dit een bewijs dat Italianen in staat zijn bijtijds op de winnende wagen te springen. Voor de Italianen is de interpretatie van `8 september' nog altijd complex.

Historici, politici en ooggetuigen legden gisteren op televisie weer uit hoe die dag moet worden begrepen. Opvallend afwezig waren de fascisten van weleer. Op televisie en in de kranten werden zij vertegenwoordigd door slechts één persoon, de huidige minister voor Italianen in het Buitenland Mirko Tremaglia. Deze beklemtoonde dat hij de wapenstilstand nog immer beschouwt als verraad aan de Duitsers. Vele gewone Italianen die sympathiseerden met Mussolini zullen het indertijd eveneens als zodanig hebben beleefd, maar daarvoor is in de officiële herdenking van 8 september nooit veel ruimte geweest.

Jarenlang, zo schrijft de gezaghebbend columnist Sergio Romano in de Corriere della Sera, herdacht men op 8 september de wijze waarop koning Victor Emanuel III zijn volk bedroog met zijn vlucht uit Rome. Men herdacht ook het cynisme van premier Badoglio, die een wapenstilstand tekende, maar geen heldere orders gaf aan zijn troepen. Velen eindigden in Duitse concentratiekampen.

Vanaf de jaren zestig werd de periode na 8 september 1943 beschouwd als het einde van het vaderland en het begin van een burgeroorlog tussen fascisten en antifascisten. Een burgeroorlog die volgens sommigen ondergronds voortwoedde tot die in de jaren zeventig en tachtig weer bovengronds kwam ten tijde van de bloedige bomaanslagen door neo-fascisten en de Rode Brigades.

President Carlo Azeglio Ciampi zoekt al enige jaren naar een verbindende interpretatie van 8 september. Die dag, zo beklemtoonde hij gisteren, werd niet het doodvonnis van het vaderland getekend, maar het zaad voor de nieuwe natie gezaaid. ,,Op 8 september 1943 waren de Italianen op zichzelf teruggeworpen, ieder voor zich kon alleen nog maar terugvallen op zijn eigen geweten. Veel Italianen besloten die dag te reageren, te strijden, ook al ontbrak het aan heldere orders. Zij hebben de eer van het vaderland gered.'' En de grondwet van 1948 is het resultaat van de wil van Italianen om ook na de oorlog gezamenlijk door te gaan. Daarom is ,,de grondwet van 1948 nog immer geldig, levend en vitaal'', aldus de president.

De regering-Berlusconi bereidt grondwetswijzigingen voor die de verhouding tussen rechters en uitvoerende macht veranderen en die de macht van de premier moeten vergroten. Met regelmaat demonstreert de premier zijn minachting voor de instituties en de mensen die er werken. Ciampi brengt het verleden in stelling in de hoop de immer polariserende Berlusconi ervan bewust te maken dat de grondwet en de instituties het product zijn van de wil van de Italianen om juist gezamenlijk door te gaan.