`Ik heb niet met de duivel gedanst'

Bewijzen dat onderzoeksjournalist Günter Wallraff voor de Oost-Duitse geheime dienst zou hebben gewerkt stapelen zich op. ,,Overdrijvingen, verzinsels en speculaties'' zegt Wallraff.

Günter Wallraff, vermaard onderzoeksjournalist in ruste, is weer op oorlogspad. In de jaren zeventig en tachtig kwam de sterverslaggever uit Keulen met geruchtmakende reportages op voor de slachtoffers van discriminatie, uitbuiting en de onscrupuleuze methoden van de boulevardpers. Nu komt hij op voor zichzelf.

Wallraff wordt ervan beschuldigd als Inoffizieller Mitarbeiter (IM) voor de geheime dienst van de DDR, het Ministerium für Staatssicherheit (MfS), te hebben gewerkt. Dat is in het verleden wel vaker beweerd, en even zo vaak door Wallraff ontkend.

Deze zomer meldde het conservatieve ochtendblad Die Welt dat onlangs vrijgegeven documenten Wallraff toch als geheim agent van de Stasi zouden ontmaskeren. Ook nu wees Wallraff de aantijging van de hand. Ook wees hij er op dat Die Welt deel uitmaakt van uitgeverij Springer, het concern waarmee hij jaren op voet van oorlog leefde nadat hij de werkwijze van Bild-journalisten in zijn bestseller Der Aufmacher uit de doeken had gedaan.

De Stasi hield er een kafkaeske boekhouding op na. Het archief van de geheime dienst omvat 40 miljoen fiches en neemt 180.000 meter boekenplank in beslag, verdeeld over 15 depots. Een belangrijke lijst met buitenlandse medewerkers viel in 1990 echter in handen van de CIA en werd pas deze zomer aan Duitsland teruggestuurd en vrijgegeven. Dit zogeheten Rosenholtz-archief zou 12.000 namen bevatten van niet-DDR-burgers. Wallraff was er een van.

De ambtelijke dienst die de archieven van de Stasi beheert bevestigde in eerste instantie zijn onschuld. Bewijzen voor een actieve carrière als geheim agent waren in het archief niet te vinden, heette het in officiële verklaringen. Tot vorige week.

Op basis van nieuw onderzoek concludeerde de directrice van het archief, Marianne Birthler, dat Wallraff decennialang geregistreerd werd en onder de codenaam `IM Wagner' van 1968 tot 1971 als geheim agent ook daadwerkelijk actief is geweest. In het dossier over Wallraff wordt vermeld dat hij een zogeheten A-bron was, een informant die zich van derden informatie verschafte om die vervolgens verder te reiken. In 1988 werd Wallraff nog opgenomen in een lijst met geheim agenten die in het geval van een gewapend conflict geactiveerd moesten worden.

Het dossier, zei Wallraff gisteren tijdens een persconferentie, bevat niets dan ,,overdrijvingen, verzinsels en speculaties.'' Wallraff: ,,Dit heeft met de realiteit niets van doen. Nooit ben ik in mijn contacten met de officiële DDR verplichtingen aangegaan.''

Wallraff bestrijdt dat hij geheime documenten over wapens of militaire opleidingen aan Oost-Berlijn heeft geleverd, zoals in het archief wordt vermeld. Als dienstweigeraar, zegt Wallraff, had ik daar helemaal geen verstand van. Als journalist zou ik dermate brisant materiaal zelf gepubliceerd hebben.

Eind jaren zestig maakte Wallraff naam met onthullingen over nazi-misdadigers. Zijn onderzoek bracht hem ook naar archieven in Oost-Berlijn en in contact met personeel van de veiligheidsdienst van de DDR. In een restaurant aan Unter den Linden ontmoette hij een ,,zekere archivaris Gebhardt'' die in werkelijkheid Stasi-medewerker Dornberger was. ,,Hij rook niet naar Stasi'', zei Wallraff gisteren.

Overijverige agenten als Gebhardt/Dornberger hebben in die dagen een klein dossier over hem aangelegd, aldus Wallraff, zodat ze intern konden opscheppen over hun belangwekkende vangst. De linkse West-Duitser was toen al tamelijk bekend en werd in de DDR vereerd: hij kaartte aan dat oorlogsmisdadigers in de BRD onopgemerkt bleven. Wallraff zei gisteren dat hij zich zeer gevleid voelde door de aandacht die hem in de DDR ten deel viel. Er werd een film over hem gemaakt, studenten schreven werkstukken over hem.

,,Het is gerechtvaardigd als men mij van naïviteit beticht'', zei hij gisteren. Maar hij zei ook: ,,Ik heb noch met duivel gedanst, noch heb ik hem omarmd. Ja, ik heb niet eens met hem geflirt. De duivel heeft zich echter ook niet aan mij geopenbaard.''

De beschuldigingen aan het adres van Wallraff hebben een hoofdstuk heropend waar veel Duitsers van dachten dat het inmiddels gesloten was. De speurtocht naar wie fout was in de DDR was een onontkoombare maar ook pijnlijke nasleep van de implosie van het regime. In de jaren negentig ging de aandacht hoofdzakelijk uit naar inwoners van de DDR die als IM hun buren in de gaten hielden of hun collega's verlinkten. Nu richt de schijnwerper zich, met dank aan het CIA-archief, op de buitenlanders die door de Stasi gerekruteerd werden.

Omdat de dossiers over niet-DDR-burgers beschikbaar zijn, eisen politici in de nieuwe deelstaten dat in de toekomst ook het doopceel gelicht wordt van politici en ambtenaren in de oude deelstaten. ,,Ik wil dat publiek wordt of de leraar of de belastinginspecteur ooit voor de Stasi heeft gewerkt'', zei Arnold Vaatz, een CDU-parlementariër afkomstig uit Dresden. Zijn partijgenote Vera Lengsfeld noemde het een ,,kwestie van politieke hygiëne'' dat ook parlementariërs uit het westen van de republiek zich aan een onderzoek onderwerpen. Volgens de minister van Justitie in Saksen-Anhalt, Curt Becker, is een antecedentenonderzoek voor ambtsdragers in het westen alleen al uit oogpunt van gelijke behandeling noodzakelijk. Berlijn heeft gisteren aangekondigd dat de antecedenten van alle leden van de deelstaatregering opnieuw tegen het licht gehouden zullen worden.