Hoogervorst mag zorg toch korten

Minister Hoogervorst (Volksgezondheid) mag alsnog een efficiëncy-korting van 0,8 procent per jaar opleggen aan de zorginstellingen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag gisteren bepaald.

Drie zorginstellingen (Arcares, de Landelijke Vereniging Thuiszorg en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland) hadden een kort geding aangespannen tegen Hoogervorst en het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) om de geplande korting tegen te houden.

De werkgevers waren van mening dat Hoogervorst de voorgenomen bezuiniging, die op 16 juni 2003 is vastgesteld, niet aan het CTG had mogen richten zonder voorafgaand overleg met de zorginstellingen. Hoogervorst zou volgens hen tot overleg verplicht zijn op grond van het zogenoemde Ova-convenant (Overheidsbijdrage in de arbeidsvoorwaardenontwikkeling) dat in september 1999 werd afgesloten.

De rechter oordeelde echter dat het convenant door de zorginstellingen te ruim werd uitgelegd, wanneer zij stellen dat elke maatregel van de overheid die gevolgen heeft voor het budget van de instellingen onder de afspraken van het convenant zou vallen. ,,De maatregel kan daarom zonder vooroverleg worden genomen'', aldus de rechter.

De zorginstellingen vrezen dat door de bezuiniging in totaal drieduizend banen zullen verdwijnen. De maatregel moet Hoogervorst 250 miljoen euro opleveren, terwijl er volgens de instellingen maximaal 125 miljoen te bezuinigen is zonder dat er gedwongen ontslagen hoeven te vallen.

Hoogervorst mag van de rechter nu per 1 juli 2003 de tarieven voor zorginstellingen verlagen met jaarlijks 0,8 procent en een aanvullende eenmalige korting voor de periode van 1 juli 2003 tot 1 januari 2004 doorvoeren van nog eens 0,8 procent.