Het verdriet van Natalia Ginzburg

Dat het het beste is om het onderzoeksgebied te verkleinen, zegt de Italiaanse historicus Carlo Ginzburg aan het begin van zijn Nexus-lezing die is afgedrukt in Nexus 35. Hij spreekt in dit verband van `microgeschiedenis' en laat in zijn lezing `Geografische breedte, slaven en de bijbel', voorwaar een onderwerp dat behoorlijk `macro' klinkt, zien wat hij bedoelt.

Ook deze Nexus-aflevering demonstreert wat er verstaan zou kunnen worden onder microgeschiedenis. In plaats van met brede halen het klimaat in het fascistische en het na-oorlogse Italië te schilderen, is ervoor gekozen om de familie Ginzburg, dat wil zeggen de jonggestorven intellectueel Leone Ginzburg (1909-1944), de schrijfster Natalia Ginzburg (1916-1991), hun al genoemde zoon Carlo (1939) en ook hun vriend Carlo Levi (1902-1975), schilder en schrijver (Christus ging Eboli voorbij) in het middelpunt te zetten. Van dat middelpunt vormt de schrijfster Natalia Ginzburg in dit nummer onbetwistbaar weer het meest het middelpunt, en wat een geluk is dat. Niemand verstaat zoals zij de kunst om kortaf en schijnbaar naïef over moeilijke en zware dingen te schrijven en daarbij ook humoristisch te zijn.

In veel van haar proza zit een autobiografisch element – ze beweert zelf, in een van de twee lange en bijzonder boeiende radio-interviews die getranscribeerd zijn en voor deze gelegenheid vertaald, dat ze niet in staat is een fantasiewereld te scheppen, iets dat helemaal niet waar is. Lees De weg naar de stad, Mijn man of Caro Michele. Ze bedoelt vermoedelijk dat ze altijd materiaal gebruikt dat ze op een of andere manier kent. Het meest doet ze dat in haar boek Familielexicon, waarin ze onder meer de tragische geschiedenis van Leone Ginzburg beschrijft, die in de jaren veertig in interne ballingschap moest in een dorp in de Abruzzen, waar Natalia zich met hun kinderen bij hem voegde, en die in 1943 in de gevangenis terechtkwam waar hij door de Duitse bezetters werd doodgemarteld.

Die dood was, hoe kon het anders, een enorme slag voor zijn jonge vrouw. Ze schreef een gedicht over de mensen in Rome vlak na de bevrijding, hoe actief ze waren en hoe zij daar niet bij hoorde. De criticus Cesare Garboli las dat gedicht en probeert nu in een van de genoemde radio-uitzendingen te zeggen wat voor indruk dat op hem maakte. Daarmee geeft hij heel kort een rake typering van Natalia Ginzburgs houding: ,,Maar het was geen rouwgedicht [...] het was op een bepaalde manier een stoïcijns verdriet, het verdriet van iemand die niet... die zijn ideeën over de wereld niet verandert, of zijn behoeften, en ook in zekere zin zijn broederschap met de wereld niet, omdat hij een verlies heeft geleden.''

Over idealen en de praktische kant ervan gaat dit nummer, en ook staat er een tamelijk harde vergelijking in tussen de generatie van Ginzburg en de generaties daarna, waarbij de televisie als een invloed die op geen enkele manier te overschatten valt, wordt aangewezen. Voor wie van het werk van Natalia Ginzburg houdt is dit nummer onmisbaar, voor wie haar wil leren kennen ook, en dan verder natuurlijk zoals gebruikelijk gewoon voor iedereen die een beetje wil nadenken.

Nexus, nr. 35 uitg. Nexus Instituut Tilburg, Prijs. €19,50. Inl. 013-4663450