`Hello Mister Bowie, this is Norway calling!'

David Bowie trad gisteravond op in de Amsterdamse Melkweg – althans, op een scherm. Vanuit Londen verscheen hij in tientallen Europese bioscopen en beantwoordde vragen van fans.

David Bowie was gisteravond live te zien en te horen in de Melkweg in Amsterdam en in nog 68 andere zalen in Europa. Vandaag wordt het concert herhaald in tientallen Aziatische en Australische bioscopen. Volgende week maandag maakt het Amerikaanse continent kennis met Bowie's nieuwe cd, Reality. Vanaf die dag is het album te koop en volgende maand begint een wereldtournee.

Een bestelwagentje voor de Melkweg laat maandagavond via de satellietschotel op het dak al vóór acht uur beelden uit de Riverside Studio in Londen zien. Het podium is nog leeg.

Om acht uur begint de Oude Zaal van de Melkweg al aardig vol te lopen. De mensen stellen zich op voor het lege podium, met daarachter een filmscherm van vier meter breed. Om half negen verschijnt een dia op het scherm van de cover van Bowie's komende album, met daaronder het nummer waarheen je vragen kunt sms'en. Iemand naast me begint meteen te drukken.

Tegen negen uur is de zaal gevuld met zo'n 500 mensen, veel aan de oudere kant en enkelen met kinderen, zoals gebruikelijk wordt bij rockconcerten. Dan schakelen we over naar Londen, waar Bowie net de eerste noten van het eerste nummer van zijn 26ste studioalbum heeft ingezet: New killer star. ,,Hallo 68 landen, of hoeveel zijn het'', zegt Bowie na afloop. ,,Ik heb altijd moeite met feiten.'' Volgende lied. In een uur tijd werkt hij met zijn vakkundige zesmansband de rest van het nieuwe album af.

Bowie (56) ziet er strak uit, is prima bij stem en haalt zijn galmende uithalen met gemak. Zijn presentatie is ingetogen, zonder het theatrale van collega en generatiegenoot Mick Jagger. Bowie lijkt een van de jongens van de band. Het geluid in de Melkweg is goed, het beeld scherp en de sfeer wordt uitgelaten als na de nummers van Reality het interactieve deel van de avond aanbreekt. Voor het concert zelf kunnen wij in Amsterdam toch niet het enthousiasme opbrengen van de fans in Londen die we soms even op het scherm te zien krijgen, al klinkt ook bij ons na ieder nummer geklap en gejuich. Dansen doet niemand. Helemaal ons feestje is het niet.

Na het concert beantwoordt Bowie in een interactief interview met de Britse tv-presentator Jonathan Ross vragen van kijkers uit steeds een ander land. Volgens Ross was het optreden de kosten van een babysit meer dan waard. Josefine uit Berlijn wil weten wat er met Bowie's hond Etzel is gebeurd. Tenminste, dat begrijpen we nadat Ross de vraag van een briefje heeft herhaald – Josefine verdwijnt als echte Duitse technomuziek in de luide echo van haar eigen vraag. De haperende techniek zorgt op het podium in Londen en in de zaal in Amsterdam voor steeds meer vrolijkheid, al komt de vraag uit de Melkweg duidelijk over, tot trots van onze geluidstechnicus. We weten nu dat Bowie wel eens gevraagd is als schurk in een James Bond-film, maar daar geen zin in had en de films sinds Sean Connery niet meer volgt.

Het grootste gelach veroorzaakt iemand in een van de drie Noorse zalen, die zijn vraag inleidt met de woorden: ,,Hello, this is Norway calling.'' Inderdaad, net de puntentelling van het Eurovisie Songfestival. In twintig minuten tijd horen we dat een roman van Bowie er niet inzit (,,ik ga eerst nog tien albums maken''), dat Ian McEwan een favoriete schrijver is en dat hij erg heeft genoten van Martin Amis' nieuwste boek Yellow dog. En ook dat Never let me down (uit 1987 met Peter Frampton en Carlos Alomar) het album is waar hij zich het meest voor schaamt.

In de afsluitende vijf verzoeknummers die zijn fans op internet mochten uitkiezen, raakt Bowie nog beter op dreef. Zelfs bij ons in Amsterdam wordt meegedeind. Vooral bij de klassieker Hang on to your self van het album Ziggy Stardust wordt flink met de hoofden geschud.

,,Dit is de toekomst'', oordeelde fan Technicolour vanmorgen op de site Bowienet. ,,Lekkere stoelen, schitterend geluid en eerlijk, ik zag meer van David dan ooit op een concert.''