Heimwee naar een oude Philips

Het begin van de dikke handleiding deed al het ergste vermoeden. Om de radio aan te zetten moet de blauwe SRC-knop worden ingedrukt, staat daar. Om hem uit te zetten moet dezelfde knop worden ingedrukt, maar dan gedurende ten minste een seconde. Weten ze bij Kenwood hoeveel meter je met een auto in ten minste één seconde aflegt? Ten minste 35 meter. Toch maar gedaan, want het vruchteloze zoeken naar een nieuws-, desnoods een rampenzender had al een paar bijna-botsingen tot gevolg gehad.

Wie naar de radio wil luisteren is aangewezen op de auto. Thuis praten er mensen doorheen, en is er zware concurrentie van de televisie en de krant. Wel vreemd dat de radio nog steeds een accessoire is. Er zijn maar een paar automerken zo slim al in de fabriek een autoradio te monteren. Die kan dan fraai in het dashboard worden weggewerkt en praktisch onsteelbaar worden gemaakt. Wie dat geluk niet heeft, loopt op een maandagochtend naar zijn auto en ziet op het asfalt een hoopje glas liggen. Ruit stuk, radio weg. Gestolen door een junk die verslaafd is aan autoradio's.

Nieuwe radio dus. Maar dan begint een treurig traject. De Philipsradio met de glazen afstemschaal en de twee draaiknoppen bestaat niet meer. Sterker nog, sinds het woord consumentenmarkt in Eindhoven alleen nog maar met diepe minachting wordt uitgesproken, bestaan er helemaal geen Philips autoradio's meer.

Dat wordt dus kiezen tussen Pioneer, Kenwood, Sony en JVC, begrijpen we bij de autoradioboer. Knoppen zitten er niet meer op, alleen maar knopjes. De voorkant is geen glasplaatje met golflengtes, maar een display waarop druk bewegende lijntjes en lettertjes de aandacht trekken.

Ze zijn tegenwoordig allemaal geschikt voor Radio Data System (RDS). Dat is een soort teletekst voor radio's. Bij de zender wordt de muziek of het gesproken woord een paar milliseconden onderdrukt en in dat gaatje wordt een kleine hoeveelheid informatie naar de radio's gesmokkeld. Een radio die geschikt is voor RDS laat dan op zijn displaytje RADIO 3 zien. Sinds van hogerhand alle etherfrequenties weer eens door elkaar heen zijn geklutst is dat natuurlijk wel erg handig. RDS kan trouwens nog veel meer: bij een filemelding kan de radio bijvoorbeeld het bevel krijgen een CD te onderbreken en over te schakelen naar de verkeersinformatie. De radio kan ook automatisch omschakelen naar een andere golflengte waarop dezelfde zender beter te horen is.

Behalve RDS is er nog een magische afkorting: mp3. Dat is een methode om ongeveer tien uur muziek op één cd te zetten. Ook prettig voor in de auto, want dan hoef je niet steeds weer een nieuw cd'tje in de gleuf te stoppen of een dure wisselaar achterin de auto te zetten. Je moet die mp3-cd's wel zelf thuis op de computer branden.

Dat was het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat de fabrikanten er niet in slagen deze technologieën in een bedienbare vorm aan de man te brengen. De Kenwood bijvoorbeeld heeft dan wel RDS en mp3, maar is vormgegeven door een knopjes-fetisjist.

Op de onderste rij vinden we 7 knopjes voor de voorkeurszenders. Heel handig. Alleen heeft het eerste knopje een heel andere functie: daarmee zet je het geluid uit. Dus op de tast zoeken naar het knopje voor Radio 1 heeft tot gevolg dat het opeens doodstil wordt in de cabine. Een ander modelletje gooit bij de geringste aanraking van een fout knopje alle voorgeprogrammeerde zenders uit het geheugen en zet er zijn zelfgekozen eigen boeketje voor in de plaats.

En wie in het buitenland besluit om eens te gaan zoeken naar 747 kHz op de middengolf – van oudsher een Nederlandse zender die je van Parijs tot Stockholm kon horen – die komt bij de meeste modellen ook al van een koude kermis thuis. De scanfunctie van de radio's stopt alleen bij sterke, lokale zenders. Dan kan je opeens overvallen worden door een diep heimwee naar zo'n Philipsradio met een glazen afstemschaal en een draaiknop voor de zenders.