Gedwongen spreiding

Kansarme allochtonen kunnen beter gespreid over stad en land wonen dan in probleemwijken. Een mooie wens, waar niemand het mee oneens kan zijn. Er zou ook een einde moeten komen aan de files. Maar de mogelijkheden om dat soort wensen te vervullen zijn beperkt in een democratische samenleving die gestoeld is op vrijheid van vestiging, mobiliteit en non-discriminatie.

De sociale problemen van arme immigrantenwijken zijn ernstig in Rotterdam, niet voor niets de stad waar Pim Fortuyn in maart 2002 zijn grote overwinning boekte. Arme wijken worden geplaagd door massale werkloosheid, misdaad, vervuiling, winkels die vertrekken, schooldrop-outs. Er zijn ook veel kansarme autochtonen, maar immigranten hebben daar nog een taalhandicap bij. Fortuyn bepleitte – net als overigens de SP – desegregatie en spreiding van kansarme allochtonen. Onlangs deed een Rotterdamse deelraadvoorzitter van de PvdA, Dominic Schrijer, hetzelfde. Inmiddels heeft Schrijer bijval van het CDA en de PvdA in Den Haag die zich zelfs hebben uitgesproken voor gedwongen spreiding van kansarme allochtonen. Maar de vraag is hoe.

Rotterdam heeft nog maar weinig mogelijkheden over voor spreiding omdat het al een centrum voor kansarme immigranten is. Zo zou wel eens het laatste restje welgestelde inwoners op de vlucht kunnen slaan naar de voorsteden. Kansarme immigranten houden enerzijds niet van ,,zwarte'' wijken, maar wonen wel graag onder etnische verwanten die hen wegwijs maken in het nieuwe land. Amsterdam heeft gedwongen schooldesegregatie verworpen om een vlucht van de kansrijken uit de stad te voorkomen. Kansarmen kunnen ook worden gespreid over economisch bloeiende voorsteden, maar die zullen hen niet met open armen ontvangen. En welke Kaapverdiaan zal het pikken als hij hoort dat zijn quotum in de wijk Charlois vol is? Bij een procedure wegens geschonden rechten maakt hij een goede kans. Spreiding, zeker als die wordt opgelegd, is weinig populair, zowel bij de groep die gespreid wordt, als bij degenen die nieuwe buren krijgen. In een democratie is het moeilijk te verwezenlijken. In theorie is iedereen voor, behalve als het om henzelf gaat. Gekozen politici hebben weinig manoeuvreerruimte, blijkt ook uit pogingen die in het buitenland zijn gedaan.

Dat wil niet zeggen dat niets kan worden ondernomen tegen de concentratie van kansarme immigranten. Dan gaat het niet om meer dwang, maar om meer keuze, met name in de huisvesting. Etnische quota zijn onwenselijk en ongrondwettig, maar het is voor woningbouwcorporaties en gemeentebesturen mogelijk om hier en daar arme en rijke inwoners te mengen. In arme wijken worden kleine woningen samengevoegd tot grote voor de verkoop aan welgestelde stedelingen. Nieuwbouw voor huursubsidie kan dan elders gebeuren, al zal het moeilijk zijn om toegang te krijgen tot reeds volle wijken met ruime koopwoningen.

Verpaupering van wijken is een belangrijke kwestie die een gemeentebestuur niet alleen kan oplossen. Een gericht immigratiebeleid met hogere eisen aan nieuwkomers, naar Deens voorbeeld verhoging van de minimumleeftijd bij huwelijken met buitenlanders en taalcursussen in het land van herkomst, zal de integratie van reeds gevestigde immigranten gemakkelijker maken. Laat de regering daarmee beginnen.