Gedenkt te Sterven

Het begrafenisfonds Gedenkt te Sterven vierde afgelopen zaterdag zijn 175-jarig bestaan. Vrouwen mogen de vergaderingen nog steeds niet bijwonen.

De dood en de poëzie gaan hand in hand bij het Nieuwendamse begrafenisfonds Gedenkt te Sterven. In gezelschap van Jean Pierre Rawie en Driek van Wissen vierde het fonds zaterdag zijn 175-jarig bestaan met een diner op het terras van thuishaven Café 't Sluisje. Jammer alleen, vonden de twee dichters, dat het lid Ivo de Wijs er niet was (`verplichtingen elders').

Volgens Ed Zwart, voorzitter van de feestcommissie, heeft De Wijs fraaie poëzie over het door Amsterdam geannexeerde dijkdorp geschreven. Daar leent het zich wel voor. De eeuwenoude Nieuwendammerdijk slingert zich noordwaarts naar Nescio's Schellingwoude en zuidwaarts in de richting van het IJ, waarboven de zon zware roze wolken met goud omlijst. Een reiger die traag klapwiekend boven de feesttent verdwijnt, wordt meewarig nagekeken. ,,Een mooie dag voor een begrafenis'', stelt Zwart vast.

Nog voor de soep zweeft Rawie's sonnet Spanjaardslaan over het water: `Al had je er ook verder niets te zoeken, / het loonde zich naar Leeuwarden te gaan / alleen om de begraafplaats te bezoeken, / de dodenakker aan de Spanjaardslaan.'

Gedenkt te Sterven telt 160 contribuanten. Bij overlijden draagt het fonds 300 euro bij aan de begrafenis; statuten en contributie zijn sinds mensenheugenis ongewijzigd. Niet altijd tot genoegen van de vrouwelijke leden, die van de halfjaarlijkse vergaderingen geweerd worden. Een feministische opstand in de jaren zeventig mislukte. De vaste en meestal enige agendapunten zijn het voorlezen van de notulen, de ballotage en de besteding van de liggende gelden.

Zwart vertelt dat er twee partijen zijn: zij die alles bij het oude willen laten en `de Honekampjes', die het liefst de hele kas er in één groot feest doorheen zouden jagen. Met zichtbaar genoegen zegt hij: ,,De familie Honekamp wordt altijd weggestemd.''

De vergaderingen, geopend en gesloten met een heildronk op het fonds, gaan gepaard met het roken van lange Goudse pijpen en heftige speculaties over de verdwenen aandelen van de Russische staatsspoorlijn tabak en twee consumpties worden betaald uit de kas. Na afloop is er kegeltjesbiljart om een rondje.

Achter de rug van Zwart eist het overvloedige diner zijn tol: een van de oudere leden heeft al een kwartier zijn ogen niet meer opengedaan. Gelukkig, hij knikkebolt. Dorpsarts Van Dullemen, tevens belast met de keuring van aspirant-leden, steekt opgelucht een dikke sigaar op.