EU-toetreding in Estland pas laat een thema

In zeven kandidaat- lidstaten van de EU is de afgelopen maanden gestemd over de toetreding. Zondag is het achtste land aan de beurt: Estland. Pas heel laat werd de toetreding een thema.

De Esten gaan officieel pas zondag naar de stembus voor hun referendum over de toetreding van hun land tot de Europese Unie, maar de eerste stemmen zijn al uitgebracht: gisteren al gingen de 652 stembureau's open – voor de kiezer die zondag om welke reden dan ook niet kan opkomen. Een van de eersten die gisteren al zijn stem uitbracht – een ja-stem natuurlijk, zo liet hij weten – was premier Juhan Parts. Hij deed dat in Paldiski, vlakbij Tallinn, lang berucht wegens de basis die de Sovjet-strijdkrachten er hadden. Hij had die plek gekozen om duidelijk te maken dat ,,een open ja tegen Europa de weg naar een nieuw tijdperk opent.''

De Esten zijn, op de Letten na (zij spreken zich uit op 20 september), de laatste Oost-Europanen die per referendum over hun toetreding tot de EU stemmen. Ze zijn ook, mèt de Letten, van al die Oost-Europeanen het meest euro-sceptisch. En dat onder de doorgaans zeer nuchtere Esten de gemoederen over de EU nog hoog kunnen oplopen, bleek gisteren in het westen van Estland: daar ontspoorde als gevolg van sabotage bijna een `EU-trein', een door twee politieke partijen op pad gestuurde campagnetrein, met driehonderd kinderen en een aantal parlementariërs. Onbekende onverlaten hadden klinknagels en spijkers in de rails gedreven en over een afstand van tien kilometer voorwerpen op de rails gelegd in een kennelijke poging de trein te laten ontsporen. Alleen de lage snelheid voorkwam een ongeluk.

Het thema EU is in Estland pas laat op gang gekomen – eigenlijk pas in juni en juli, toen de euroscepsis in percentages werd vertaald die in Tallinn de alarmsirenes aanzetten: ruim minder dan de helft van de Esten vond de EU op dat moment een goed idee. De pro-Europese politici – toen te vinden in alle partijen – ontwaakten uit hun euro-lethargie en brachten een campagne op gang, wetend dat het aantal tegenstanders en twijfelaars vooral zo groot was door een gebrek aan informatie over wat de EU is en wat ze doet. In juli gaf 71 procent van de kiezers te kennen te weinig te weten van de EU te weten.

Het was – en is in zekere mate nog steeds – die onwetendheid die in het voordeel werkt van de neezeggers. Zij werken onder de leus `niet van de ene unie in de andere' – die ene unie is dan de Sovjet-Unie, waar de Esten tegen hun zin een halve eeuw deel van hebben uitgemaakt. De nieuwe unie, de EU, zal Estland beroven van de pas onlangs teruggekregen soevereiniteit, zo is het argument. In plaats van Moskou zal nu Brussel uitmaken wat de Esten moeten doen. Het argument werd beeldend onderstreept toen onlangs in de stad Vandra per ongeluk – of misschien wel niet per ongeluk – kiezers hun stembiljet voor het referendum van zondag kregen toegestuurd in uit Sovjet-tijden daterende enveloppen met hamer en sikkel en de afkorting USSR: vergissinkje van de Estse post, die die oude `foute' enveloppen intern nog gebruikt omdat ze er zo veel van heeft.

Een ander argument van de tegenstanders is dat Estland het op eigen benen ook redt. Het heeft de EU niet nodig. Het land noteert al jaren hoge groei- en investeringscijfers, het moderniseert aan de lopende band: nergens staan zo veel computers als hier. Tot voor kort lag Estland, met Slovenië, ver voor de andere kandidaatleden waar het de voortgang in het toetredingsproces en de economische prestaties betreft.

De Estse regering stelt daar tegenover dat het afwijzen van de toetreding Estland zal isoleren van Europa en dat het absurd is de Europese Unie met de Sovjet-Unie te vergelijken. Investeerders zullen het land mijden als het geen lid van de EU wordt. De regering haalde steun en argumenten van buiten: Europees Commissaris Günter Verheugen, de Finse president, de Deense premier, de Zweedse premier kwamen of komen nog langs om de voordelen van het lidmaatschap uit te leggen. ,,Laat me eerlijk zijn: ik ben niet zeker of er een betere oplossing is voor Estland. Ik vraag me af waar Estland de investeerders en de oplossingen vandaan haalt en wie Estlands politieke en economische belangen op het internationale toneel moet behartigen'', aldus Verheugen. Bij een Ests `nee' komt er ,,geen negatieve reactie, geen straf'' van de EU. Maar de Esten moeten wel de lessen van ,,de geschiedenis en de geografie'' leren, en die zeggen dat ,,Estland stabiliteit en veiligheid nodig heeft, zowel politiek als economisch, en dat is waar de EU-integratie om draait.''

Nog even dreigde de oppositionele Centrumpartij roet in het eten te gooien. In augustus gaf zij een stemadvies: de Esten moesten toch maar buiten de EU blijven. Een zwaar advies, want de Centrumpartij is wel de grootste in het parlement. Maar ze is ook de meest controversiële, want de meest populistische, en het stemadvies lijkt averechts te werken: nogal wat twijfelaars lijken juist gewonnen voor een ja-stem omdat de Centrumpartij nee stemt. Waar nog bij komt dat de Centrumpartij zelf behoorlijk verdeeld is over de zaak van de toetreding tot de EU.

Volgens de laatste peilingen hoeft Juhan Parts zich geen grote zorgen meer te maken: zeventig procent van de Estse burgers gaat stemmen, en zeventig procent van hen stemt voor toetreding.