`Een vermoorde officier heeft veel collega's'

Officier van justitie Jo Valente, Nederlands eerste crimefighter, weet wat het is om bedreigd te worden.

Tot twee keer toe reden criminelen met een auto op hem in. Hij moest over een sloot springen en vluchtte een weiland in. Hij werd bestolen, bedreigd en geïntimideerd. Een geplande moordaanslag op hem lekte uit. Nederlands eerste crimefighter, voormalig Amsterdams `officier in zware zaken' Jo Valente, weet wat zijn met de dood bedreigde collega Koos Plooy op dit moment doormaakt.

Jo Valente was op het parket Amsterdam een van Plooys voorgangers. Ook hij `deed' er zware criminaliteit. Valente kwam er tien jaar geleden goed vanaf. Hij vertrok in 1995 naar het parket Middelburg, was vanaf 1999 recherche-officier bij het landelijk parket en is sinds dit jaar plaatsvervangend hoofdofficier in Middelburg.

,,Natuurlijk, confrontaties met ontevreden `klanten' horen bij het vak van officier van justitie'', zegt Valente (55) in het kantoor van het parket Middelburg. Zoals de man die door toedoen van Valente een jaar zijn rijbewijs was kwijtgeraakt. Na de zitting wachtte hij Valente op. Het werd een scheldpartij.

Maar wat er in 1992 gebeurde, was van een andere categorie. ,,Dat was serieus'', zegt Valente. Een crimineel die hij door hem voor lange tijd achter tralies was gebracht, had Joegoslavische huurmoordenaars ingeschakeld om hem te liquideren. De Criminele Inlichtingen Dienst (CID) was dat te weten gekomen. Valente: ,,Mijn echtgenote en ik werden twee weken lijdend voorwerp. Permanente persoonlijke bewaking, politiemensen in huis en uitsluitend met lijfwachten de straat op. Van een privé-leven was geen sprake meer. Als mijn vrouw en ik naar boven gingen om te slapen, zaten de politiemensen beneden voor de video.''

Officier Plooy heeft nu al bijna een maand rond de klok persoonsbeveiliging, nadat justitie vernam dat Nederlandse drugscriminelen Albanezen ingehuurd hebben om hem te liquideren. Het is een zware periode, is de ervaring van Valente. ,,Je sociale leven is opeens weg. Dat zorgt voor spanningen, ook in je relatie.''

Toen in oktober 1992 het nieuws over de opdracht tot de moord op Valente in de media uitlekte, was de grootste dreiging alweer voorbij. Twee weken lang hadden politiemensen op de gedetineerde opdrachtgever ingepraat. Ook Valente sprak met de man. Valente: ,,Hij moet de opdacht hebben ingetrokken. De man heeft overigens nooit toegegeven dat hij er achter zat.''

Valente heeft geen hoge pet op van misdadigers die moorden beramen op justitiemedewerkers. Het is niet het slimste soort dat zoiets doet, denkt hij. ,,Het is weinig effectief. Een uit de weg geruimde officier heeft veel collega's. Toen ik in 1995 naar Middelburg vertrok, is mijn werk gewoon voortgezet, onder meer door Fred Teeven.''

[Vervolg VALENTE: pagina 2]

VALENTE

De officier van justitie is geen anonieme ambtenaar meer

[Vervolg van pagina 1]

Ook officier van justitie Teeven werd bedreigd, net als zijn collega Martin Witteveen. Hun opvolger Plooy is het jongste doelwit van de Amsterdamse onderwereld. Dat is geen toeval, vindt Valente. Amsterdam is wat betreft zware criminaliteit een buitenbeentje in Nederland. Zoals de stad op veel brave burgers een aantrekkingskracht heeft, trekt de stad ook criminelen aan. Valente: ,,Ze voelen zich er prettig. De hoofdstad is een aantrekkelijk vestigingsplek met een grote afzetmarkt. De grotere concentratie criminelen maakt het bijna vanzelfsprekend dat Amsterdamse officieren meer dan collega's in het land doelwit zijn van structurele bedreigingen.''

Bij Jo Valente in huis hangen nog twee T-shirts die zijn afbeelding dragen met de tekst `Gezocht wegens inkijken, dealen, liegen en verdraaien van de waarheid'. De politie nam ze tien jaar geleden in beslag in een drugshandel in Amsterdam. Valente ziet in het personifiëren van de misdaadbestrijder een van de oorzaken van de bedreigingen. Een veroordeling wordt de officier persoonlijk aangerekend.

Valente: ,,Vroeger waren officieren anonieme ambtsdragers, figuren in een zwarte toga. Al sinds enige tijd staan ze in de krant en zijn ze op televisie te zien. Ze hebben een naam en een gezicht. Het was Jo Valente die die lui achter de tralies bracht, niet het openbaar ministerie.''

Volgens Valente wordt het imago van de officier als held in de strijd tegen de criminaliteit, als crimefighter, opgedrongen door de televisie, vooral door series uit de Verenigde Staten. Valente: ,,Ik had de twijfelachtige eer om als eerste crimefighter genoemd te worden in de pers. Ik heb me nooit zo gevoeld.''

De bijnaam droeg bij aan de sfeer die rond Valente ontstond. Een sfeer waarin de zich, volgens Valente, onaantastbaar voelende jongens uit de onderwereld in actie kwamen en de crimefighter gingen aanpakken. Het werd een persoonlijke vendetta. Valente pleit dan ook voor grote terughoudendheid en distantie van officieren, zeker officieren die zich bezighouden met zware criminaliteit.

In 1994 kreeg Valente opnieuw politiebescherming. Net als bij Plooy nu, kwam ook toen de dreiging uit de drugswereld. Politiemensen die onderzoek deden naar de Amsterdamse drugshandelaar Charles Zwolsman werden afgeluisterd en bij Valente thuis en op kantoor werd ingebroken. Zijn computer werd meegenomen, waarna bij journalisten en advocaten vertrouwelijke gegevens opdoken. Na de inbraak stapte Valente naar de parketleiding. Daar maakte hij ook melding van wat hem eerder dat jaar was overkomen. Twee keer hadden criminelen geprobeerd hem van de weg te rijden toen hij aan het joggen was. Ook was hij een keer na werktijd op de autoweg achtervolgd door twee auto's die hem insloten. En dan was er nog die keer dat hij door criminelen van zijn fiets werd geduwd met de toevoeging dat hij zijn werk moest staken. ,,Als ze me iets hadden willen doen, had het gekund. Het was pure intimidatie.'' Terugkijkend betreurt Valente het dat hij de eerste incidenten niet serieus genomen heeft. ,,Ik was daar te laconiek in. Ik had ze meteen moeten melden.''

Sinds tien jaar is er veel verbeterd in de beveiliging van leden van de magistratuur, concludeert Valente. ,,In mijn tijd was het improviseren. Nu zijn er draaiboeken. Gerechtgebouwen zijn beter beveiligd. Vertrouwelijke documenten worden beter opgeborgen en gaan niet meer zomaar mee naar huis, zoals in mijn tijd. En als er toch vertrouwelijke informatie mee naar huis moet, dan is er beveiliging thuis.'' Het enige dat nog hetzelfde is, is de dreiging vanuit de Amsterdamse onderwereld.