De steentijd heeft Christus omarmd

Het duurde tot 1938 voordat de Dani in de Baliemvallei in het huidige Papoea zich aan de wereld openbaarden. De Amerikaanse ontdekkingsreiziger die toen het moeilijk bereikbare gebied in het Indonesische deel van Nieuw-Guinea wist te bereiken, trof een volk van koppensnellers aan, dat enkel gekleed ging in peniskokers en regelmatig op oorlogspad was.

Sinds die tijd heeft de buitenwereld zich mondjesmaat aan de Dani opgedrongen. Het christelijk geloof heeft er stevig post gevat en Amerikaanse missionarissen vinden er nog altijd hun weg.

Van koppensnellen is geen sprake meer en stamoorlogen behoren grotendeels tot het verleden.

Volgens Niko Lani, een katholieke Dani, is dat vooral te danken aan het geloof. ,,Religie heeft ons bevrijd van veel slechte dingen'', zegt hij.

Dat het christelijke geloof mogelijk in tegenspraak is met de eigen inheemse cultuur, wordt door veel Dani bestreden. ,,We kunnen niet van onze cultuur worden gescheiden'', zegt Jali Mabel.

Zijn peniskoker heeft hij afgelegd in ruil voor een blauw sportbroekje.

Bewijs voor het behoud van een deel van de Dani-cultuur is het traditionele varkensfeest dat aan de opening van een nieuwe kerk in Hebuba, een dorp in de Baliemvallei, vooraf gaat.Tijdens het feest worden meer dan honderd varkens met pijl en boog ceremonieel gedood.

Alleen de Dani-jeugd in Hebuba laat zien dat zij het contact met de buitenwereld en de keuzen die zij daarmee krijgen aangereikt, gretig omarmen. De jongens en meisjes die deelnemen aan het varkensfeest dragen stuk voor stuk T-shirts waarop de namen van internationale voetbalhelden als Beckham en Rivaldo staan gedrukt.